AMA Keuzeopdrachten: verschil tussen versies

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken
k
k
Regel 22: Regel 22:
 
|}
 
|}
  
Opdrachten vormen de 'brug' tussen het instituutsonderwijs en het werken/leren in de praktijk.
+
Opdrachten vormen de 'brug' tussen het instituutsonderwijs en het werken/leren in de praktijk tijdens de [[AMA|AMA-module]].
  
 
Middels de opdrachten besteedt de AMA gericht aandacht aan concrete leerdoelen.
 
Middels de opdrachten besteedt de AMA gericht aandacht aan concrete leerdoelen.

Versie van 6 nov 2019 om 13:58



AMA

Teamleider AMA module
Jeroen Woertman

Coordinator AMA module
Mark Holthuis

Assistent teamleider
Sylvia Vlak

Opdrachten vormen de 'brug' tussen het instituutsonderwijs en het werken/leren in de praktijk tijdens de AMA-module.

Middels de opdrachten besteedt de AMA gericht aandacht aan concrete leerdoelen.






Thema 1

Voor het leren hanteren van acute problemen is alleen je eigen praktijkervaring vaak onvoldoende: spoedgevallen zijn relatief zeldzaam. Deze opdracht heeft dan ook als doel om individuele praktijkervaringen op zo’n manier in de groep te behandelen, dat deze ook voor de collega-AMA tot een leerervaring wordt.

Doel
  • Uitschrijven van een leerzame acute casus.
  • Uitwerking volgens Step-by-Step methode en analyse van het gevoerde beleid.
Activiteit
  • Selecteer een recente acute casus uit de huisartspraktijk (stagepraktijk of HAP), waarbij je zelf de huisarts was; neem hiervoor een casus, waarbij het niet direct duidelijk was wat er aan de hand was, maar waarbij er in eerste instantie meerdere mogelijkheden waren wat betreft de oorzaak van de klachten (geen ABC-tje).
  • Schrijf de casus uit in de stappen van de Step-by-Step methode.
  • Zoek uitgaande van de entreeklacht van de acute casus (b.v. ‘benauwdheid’, ‘pijn op de borst’ ‘bewusteloosheid’) een beslisboom op, waarin aangegeven staat welke vragen/lichamelijk onderzoek nodig zijn om te differentiëren tussen de meest waarschijnlijke en/of relevante diagnoses en geef ten slotte per mogelijke diagnose het standaardbeleid als huisarts aan (raadpleeg waar nodig ‘Spoedgevallen’, de NHG-Standaarden die van toepassing zijn en eventuele andere bronnen zoals b.v. Huisarts & Wetenschap, NTvG, PubMed).
  • Bespreek de casus en de beslisboom met je hao en verwerk eventueel commentaar.
Resultaat
  • Uitgeschreven acute casus.
  • Beslisboom voor de betreffende acute klacht.
Tijd
  • 2-4 uur
Nabespreking
  • Geen

Deze opdracht is vooral geschikt als je ervaring hebt met acute geneeskunde en bepaalde medisch-technische vaardigheden beheerst tot op een niveau waarop je er instructie in kunt geven en feedback kunt geven op de uitvoering.

Doel
  • Beheersen van een relevante vaardigheid ten aanzien van acute geneeskunde, in de opleidingspraktijk of op de HAP.
Activiteit
  • selecteer in overleg met je collega-aios een vaardigheid, waarvoor (veel) interesse is.
  • spreek in overleg met je docenten en collega- aios ruimte en tijd af.
  • reserveer/ regel benodigde hulpmiddelen.
  • maak een opzet voor de workshop.
  • voer de workshop uit.
Resultaat
  • Feedback op de uitvoering van de workshop en de mate van beheersing van de vaardigheid.
Tijd
  • Voorbereiding: 1-3 uur
  • Uitvoering: 1-2 uur
Nabespreking
  • Bespreek met je collega’s de opzet van de workshop en vraag wat ze ervan geleerd hebben.

Thema 2

Bij elke NHG-Standaard staat vermeld, dat de huisarts goede redenen kan hebben om af te wijken van de standaard. Met deze opdracht vergelijk je jouw redenen om af te wijken van een NHG-Standaard over een veel voorkomende aandoening

Doel
  • Het kunnen onderbouwen van het afwijken van een NHG-Standaard.
Activiteit
  • Selecteer een consult over een veel voorkomende aandoening, waar ook een NHG-Standaard over is, waarbij je (duidelijk) afgeweken bent van wat de NHG-Standaard adviseert
  • Noteer de redenen, die je had om in dit geval van de richtlijnen af te wijken.
  • Voer een gesprek met je hao over het niet volgen van richtlijnen uit Standaarden:
    • Bespreek je casus en vraag feedback aan je hao over je redenen van afwijken van de Standaard.
    • Vraag de hao wat voor hem/haar redenen kunnen zijn om van een Standaard af te wijken en bediscussieer waar nodig hoe sterk die redenen zijn.
  • Maak een overzicht van alle redenen, die je nu verzameld hebt en geef per reden aan of jij die in het algemeen sterk, zwak of twijfelachtig vind als onderbouwing van het afwijken van de Standaard.
  • Neem dit overzicht op sheet mee naar het Instituutsonderwijs.
Resultaat
  • Een overzicht van mogelijke redenen om van Standaarden af te wijken met jouw oordeel over het gewicht van deze redenen.
Tijd
  • 2 uur
Nabespreking
  • Bespreek het resultaat in de grote groep of in een subgroep. Inventariseer eerst op een flap alle redenen, die je groepsgenoten aangeven om af te wijken van Standaarden. Presenteer je sheet en kijk naar verschillen en overeenkomsten met de flap. Vraag naar afwijkende meningen over (het gewicht van) redenen en bediscussieer deze in de groep.

Ondanks de NHG-Standaarden en andere huisartsgeneeskundige richtlijnen zijn er grote verschillen in voorschrijfbeleid tussen huisartspraktijken. Door middel van deze opdracht toets je je eigen voorschrijfgedrag aan de richtlijnen.

Doel
  • Rationaliseren van je voorschrijfbeleid voor de Top 10 Veel voorkomende aandoeningen.
Activiteit
  • Vul het formulier Top 10 voorschrijfbeleid.docx in. Geef aan welke medicijnen je nu voorschrijft en hoe je tot die keuze bent gekomen (van hao geleerd, uit Repertorium, in het ziekenhuis zo geleerd etc.).
  • Toets vervolgens deze ingevulde lijst aan de richtlijnen uit de NHG-Standaard en en het Farmacotherapeutisch Kompas; kijk in dit laatste ook naar de prijzen van de medicatie!
  • Noteer de verschillen tussen wat je nu doet en ‘hoe het zou moeten’.
  • Neem de ingevulde lijst en de genoteerde verschillen mee naar het instituutsonderwijs, wissel uit in een subgroep van AMA die dezelfde opdracht heeft gedaan en kom gezamenlijk tot een consensuslijst voor de Top-10.
  • Presenteer deze in de kerngroep en bediscussieer de gemaakte keuzes.
Resultaat
  • Een kostenbewuste lijst met voorkeursmiddelen voor de Top 10 van veel voorkomende aandoeningen.
Tijd
  • Voorbereiding: 1,5-2 uur
  • Instituutsonderwijs: 2 uur
Nabespreking
  • Bespreek de lijst na met je hao en bespreek of jij (jullie?) volgens die lijst zal (zullen) gaan voorschrijven.

Vaardigheden worden in de praktijk geleerd. In deze opdracht verbeter je gericht een voor het onderzoek of de behandeling van een veel voorkomende aandoening belangrijke vaardigheid.

Doel
  • Het beheersen van een voor het hanteren van een veel voorkomende aandoening benodigde vaardigheid.
Activiteit
  • Selecteer op grond van je ervaringen tot nu toe een vaardigheid t.a.v. een veel voorkomende aandoening, die je onvoldoende beheerst.
  • Maak samen met je hao een plan voor het aanleren van de vaardigheid, bijvoorbeeld:
    • bereid een vaardigheidstraining voor collega-AMA voor.
    • Vraag de hao om de vaardigheid te demonstreren.
    • Oefen waar nodig/mogelijk de vaardigheid (met de hao, collega-AMA, fantoom etc.).
    • Laat je observeren/ toetsen door de hao bij het uitvoeren van de vaardigheid bij een patiënt.
    • Verbeter de vaardigheid op grond van diens feedback en oefen verder op patiënten.
Resultaat
  • De gekozen vaardigheid op expertniveau

beheersen.

Tijd
  • 2-4 uur
Nabespreking
  • Toets collega-AMA wat betreft deze

vaardigheid en train ze waar nodig in het toepassen.

Thema 3

Doel
  • De AMA leert van de praktijkondersteuner de benodigde competenties voor het caseen disease-management van de chronische ziekte(s), die aan de praktijkondersteuner gedelegeerd is/zijn.
Activiteit
  • De AMA bespreekt in het kennismakingsgesprek met de hao welke taken in de opleidingspraktijk aan de praktijkondersteuner gedelegeerd zijn.
  • De AMA voert een kennismakingsgesprek met de praktijkondersteuner, waarin deze uitlegt wat ze doet en waarin de AMA aangeeft waar zijn/haar leervragen liggen ten aanzien van de betreffende chronische ziekte.
  • De AMA en de praktijkondersteuners maken duidelijke afspraken over de manier waarop de AMA bij de concrete patiëntenzorg en de organisatie van die zorg betrokken wordt:
    • leren hanteren oproep- en afspraaksysteem. meelopen enkele consulten met praktijkondersteuner.
    • waar nodig aanleren vaardigheden (bv. voetonderzoek, uitvoeren spirometrie enz.).
    • enkele consulten onder supervisie praktijkondersteuner uitvoeren en nabespreken.
    • zelfstandig enkele consulten doen en nabespreken met praktijkondersteuner (instituutsopdracht chronisch zieken).
  • De AMA neemt de taken van de praktijkondersteuner voor enkele dagen over (bv. cursus-dagen praktijkondersteuner, vakantie).
Resultaat
  • De AMA beheerst de competenties om de betreffende chronische aandoening zelfstandig te kunnen begeleiden.
Tijd
  • Gedurende minstens enige maanden, zo nodig of indien gewenst gedurende de gehele stage.
  • Totaal ongeveer 10 uur.
Nabespreking
  • Met hao nabespreken wat er geleerd is.
  • Kort verslag van deze nabereking op Canvas.
Doel
  • Het gericht kunnen leren van ervaren problemen in de communicatie met chronische patiënten.
Activiteit
  • Selecteer een chronische patiënt die je begeleidt, maar waarbij je niet voor elkaar krijgt wat je wil.
  • Neem een video op van een gesprek met deze patient
  • Noteer wat je als knelpunten ziet en welke mogelijkheden je ziet om dit op te lossen of te verbeteren (niet mogelijk is ook een optie!).
  • Bespreek de video met je HAO.
  • Gebruik eventueel het onderwijsprogramma motiverende gesprekstechnieken en het betreffende hoofdstuk uit Silverman.
Resultaat
  • Een knelpuntanalyse en de video.
Tijd
  • 1 uur
Nabespreking
  • Kort verslag van dit leergesprek op Canvas

Thema 4

Door het opnemen en zelf beoordelen van video opnames van consulten met patiënten, die met een lichamelijk onverklaarde klacht komen, krijg je meer zicht op wat je op dit terrein nog te leren hebt.

Doel
  • Reflectie op je eigen handelen bij het omgaan met patiënten met SOLK.
Activiteit
  • Neem integraal enkele spreekuren op (behalve voor deze opdracht zijn deze opnames ook te gebruiken voor bespreking met de opleider en als materiaal voor de videotoets).
  • Selecteer 2 consulten, waarin er sprake was van een ‘lichamelijk onbegrepen klacht’ ( een klacht, waarbij er in jouw ogen weinig kans is op iets medisch relevants).
  • Bekijk de 2 consulten nog eens goed en reflecteer op wat je ziet/hoort m.b.v. het SCEGS model.
  • Schrijf een kort reflectieverslag over deze 2 consulten.
  • Bespreek de 2 consulten en je reflectieverslag met je HAO.
Resultaat
  • Video opname van 2 consulten en je eigen reflectieverslag.
Tijd
  • Selecteren: 1-2 uur
  • Scoren/evalueren/verslaglegging: 1,5-2 uur
Nabespreking
  • Zet je reflectieverslag van de 2 consulten op Canvas

Bij 'vage’ klachten is er per definitie sprake van een kleine kans op een relevante medische aandoening. Toch is het, los van de hulpvraag van de patiënt, vaak aangewezen om een inschatting te maken van deze kans en te besluiten welk onderzoek aan te raden is om deze kans voldoende verder te verkleinen.

Doel
  • Een reële inschatting kunnen maken van de ‘a priori’ kans op ziekte bij een vage klacht naar keuze en de gevolgen voor het diagnostisch handelen kunnen beschrijven.
Activiteit
  • Selecteer uit je consulten van de laatste weken een consult, waarin een ‘vage’ klacht centraal stond.
  • Bespreek deze casus met je opleider: wat is jullie inschatting van de kans op ‘ziekte’ bij deze klacht en deze patiënt; en áls er een ‘ziekte’ is, wat zou dat kunnen zijn?
  • Zoek in de (huisartsgeneeskundige!!) literatuur zowel op klacht als op ziekte naar info over de ingeschatte kans op ziekte en noteer suggesties voor aanvullende vragen/onderzoek.
  • Bereid een korte presentatie (10-15 min.) in de groep voor over je bevindingen.
Resultaat
  • Een presentatie waarin de casus geschetst wordt, de verzamelde info over de kans op ‘ziekte’ gerefereerd wordt en een voorstel over te stellen vragen/aanvullend onderzoek gedaan wordt. De presentatie zet je op Canvas
Tijd
  • 2-3 uur
Nabespreking
  • Houd de presentatie interactief: inventariseer na het inbrengen van de casus de ‘a-priori’ kansen op ziekte van je collega-AMA’s en laat hen ook vertellen wat zij zouden kiezen aan vragen/aanvullend onderzoek vóórdat je met je voorstel komt.

Iets is een ‘vage klacht’ vanuit het perspectief van de dokter; voor de patiënt ligt dit vaak heel anders. Deze opdracht laat je focussen op de verschillen in visie en verwachtingen tussen dokter en patiënt.

Doel
  • Zicht krijgen op verschillen in beleving/verwachtingen tussen huisarts en patiënt
Activiteit
  • Maak 2 vragenlijstjes, één voor de huisarts en één voor de patiënt, bv:
    • Patiënt: Wat was uw klacht? Wat wilde u van de dokter? Heeft u dat ook gekregen? Etc.
    • Dokter: Wat was de klacht? Wat wilde de patiënt? Heeft hij dat ook gekregen? Etc.
  • Vraag na het eerstvolgende consult met een patiënt met een vage klacht de patiënt het patiëntvragenlijstje in te vullen en dit aan de assistente te geven; vul zelf ook direct het vragenlijstje voor de huisarts in; vraag het patiëntvragenlijstje terug aan de assistente en niet beide lijstjes aan elkaar.
  • Doe dit bij nog minimaal 2 andere patiënten met in jouw ogen een vage klacht.
  • Vergelijk voor deze 3x2 vragenlijstjes de antwoorden van de huisarts met die van de patiënt.
  • Noteer je bevindingen, met name de voor jou onverwachte bevindingen.
Resultaat
  • Ingevulde vragenlijstjes en de resultaten van je evaluatie hiervan.
Tijd
  • 1,5 uur
Nabespreking
  • Bespreek je evaluatie na met je HAO. Wat zou je kunnen gaan doen om de verschillen tussen dokter en patiënt kleiner te maken? Noteer dit als leerpunten. Zet je bevindingen en leerpunten op Canvas