Alternatieve opdrachten

Uit Wiki HOVUmc
Versie door Mirte Nijman (overleg | bijdragen) op 17 apr 2020 om 08:59 (Opdrachten IOP en Peer-assessment verplaatst naar alternatieve opdrachten)
Ga naar: navigatie, zoeken
Let op: deze pagina is onder constructie


1e Huisartsstage

Opdrachten 1e Trimester

Voor het leren hanteren van acute problemen is alleen je eigen praktijkervaring vaak onvoldoende: spoedgevallen zijn relatief zeldzaam. Deze opdracht heeft dan ook als doel om individuele praktijkervaringen op zo’n manier in de groep te behandelen, dat deze ook voor de collega-aios tot een leerervaring wordt.

Doel
  • Presenteren van een leerzame acute casus voor de aiosgroep.
  • Bespreking volgens Step-by-Step methode en analyse van het gevoerde beleid.
Activiteit
  • Selecteer een recente acute casus uit de huisartspraktijk (stagepraktijk of HAP), waarbij je zelf de huisarts was; neem hiervoor een casus, waarbij het niet direct duidelijk was wat er aan de hand was, maar waarbij er in eerste instantie meerdere mogelijkheden waren wat betreft de oorzaak van de klachten (geen ABC-tje).
  • Schrijf de casus uit in de stappen van de Step-by-Step methode.
  • Zoek uitgaande van de entreeklacht van de acute casus (b.v. ‘benauwdheid’, ‘pijn op de borst’ ‘bewusteloosheid’) een beslisboom op, waarin aangegeven staat welke vragen/lichamelijk onderzoek nodig zijn om te differentiëren tussen de meest waarschijnlijke en/of relevante diagnoses en geef ten slotte per mogelijke diagnose het standaardbeleid als huisarts aan (raadpleeg waar nodig ‘Spoedgevallen’, de NHG-Standaarden die van toepassing zijn en eventuele andere bronnen zoals b.v. Huisarts & Wetenschap, PubMed).
  • Bespreek de casus en de beslisboom met je hao en verwerk eventueel commentaar.
Resultaat
  • Uitgewerkte acute casus.
  • Beslisboom voor de betreffende acute klacht.
Tijd
  • 2-4 uur
Nabespreking
  • Je brengt de casus stap voor stap in, waarbij je de collega-aios actief laat meedenken.
  • Na de casus presenteer je de beslisboom en vraagt aanvullingen en commentaar van je collega-aios.
  • De aanwezige collega-aios en de docent geven feedback op het besliskundig proces en de kwaliteit van de beslisboom.

Deze opdracht is vooral geschikt als je ervaring hebt met acute geneeskunde en bepaalde medisch-technische vaardigheden beheerst tot op een niveau waarop je er instructie in kunt geven en feedback kunt geven op de uitvoering.

Doel
  • Beheersen van een relevante vaardigheid ten aanzien van acute geneeskunde, in de opleidingspraktijk of op de HAP.
Activiteit
  • selecteer in overleg met je collega-aios een vaardigheid, waarvoor (veel) interesse is.
  • spreek in overleg met je docenten en collega- aios ruimte en tijd af.
  • reserveer/ regel benodigde hulpmiddelen.
  • maak een opzet voor de workshop.
  • voer de workshop uit.
Resultaat
  • Feedback op de uitvoering van de workshop en de mate van beheersing van de vaardigheid.
Tijd
  • Voorbereiding: 1-3 uur
  • Uitvoering: 1-2 uur
Nabespreking
  • Bespreek met je collega’s de opzet van de workshop en vraag wat ze ervan geleerd hebben.

 


Opdrachten 2e Trimester

Bij elke NHG-Standaard staat vermeld, dat de huisarts goede redenen kan hebben om af te wijken van de standaard. Met deze opdracht vergelijk je jouw redenen om af te wijken van een NHG-Standaard over een veel voorkomende aandoening met de redenen, die je hao en collega-aios hiervoor aangeven

Doel
  • Het kunnen onderbouwen van het afwijken van een NHG-Standaard.
Activiteit
  • Selecteer een consult over een veel voorkomende aandoening, waar ook een NHG-Standaard over is, waarbij je (duidelijk) afgeweken bent van wat de NHG-Standaard adviseert
  • Noteer de redenen, die je had om in dit geval van de richtlijnen af te wijken.
  • Voer een gesprek met je hao over het niet volgen van richtlijnen uit Standaarden:
    • Bespreek je casus en vraag feedback aan je hao over je redenen van afwijken van de Standaard.
    • Vraag de hao wat voor hem/haar redenen kunnen zijn om van een Standaard af te wijken en bediscussieer waar nodig hoe sterk die redenen zijn.
  • Maak een overzicht van alle redenen, die je nu verzameld hebt en geef per reden aan of jij die in het algemeen sterk, zwak of twijfelachtig vind als onderbouwing van het afwijken van de Standaard.
  • Neem dit overzicht op sheet mee naar het Instituutsonderwijs.
Resultaat
  • Een overzicht van mogelijke redenen om van Standaarden af te wijken met jouw oordeel over het gewicht van deze redenen.
Tijd
  • 2 uur
Nabespreking
  • Bespreek het resultaat in de grote groep of in een subgroep. Inventariseer eerst op een flap alle redenen, die je groepsgenoten aangeven om af te wijken van Standaarden. Presenteer je sheet en kijk naar verschillen en overeenkomsten met de flap. Vraag naar afwijkende meningen over (het gewicht van) redenen en bediscussieer deze in de groep.

Ondanks de NHG-Standaarden en andere huisartsgeneeskundige richtlijnen zijn er grote verschillen in voorschrijfbeleid tussen huisartspraktijken. Door middel van deze opdracht toets je je eigen voorschrijfgedrag aan de richtlijnen.

Doel
  • Rationaliseren van je voorschrijfbeleid voor de Top 20 Veel voorkomende aandoeningen.
Activiteit
  • Vul de Keuzeopdracht 2 - Top 20 Voorschrijfbeleid.docx in. Geef aan welke medicijnen je nu voorschrijft en hoe je tot die keuze bent gekomen (van hao geleerd, uit Repertorium, al in ziekenhuis zo geleerd etc.).
  • Toets vervolgens deze ingevulde lijst aan de richtlijnen uit de NHG-Standaarden en het Farmacotherapeutisch Kompas; kijk in dit laatste ook naar de prijzen van de medicatie!
  • Noteer de verschillen tussen wat je nu doet en ‘hoe het zou moeten’.
  • Neem de ingevulde lijst en de genoteerde verschillen mee naar het instituutsonderwijs, wissel uit in een subgroep van aios die dezelfde opdracht heeft gedaan en kom gezamenlijk tot een consensuslijst voor de top-20.
  • Presenteer deze in de kerngroep en bediscussieer de gemaakte keuzes.
Resultaat
  • Een kostenbewuste lijst met voorkeursmiddelen voor de Top 20 van veel voorkomende aandoeningen.
Tijd
  • Voorbereiding: 1,5-2 uur
  • Instituutsonderwijs: 2 uur
Nabespreking
  • Bespreek de lijst na met je hao en bespreek of jij (jullie?) volgens die lijst zal (zullen) gaan voorschrijven.

Vaardigheden worden in de praktijk geleerd. In deze opdracht verbeter je gericht een voor het onderzoek of de behandeling van een veel voorkomende aandoening belangrijke vaardigheid.

Doel
  • Het beheersen van een voor het hanteren van een veel voorkomende aandoening benodigde vaardigheid.
Activiteit
  • Selecteer op grond van je ervaringen tot nu toe een vaardigheid t.a.v. een veel voorkomende aandoening, die je onvoldoende beheerst; gebruik hiervoor eventueel de ‘vaardighedenlijst’ jaar 1.
  • Maak samen met je hao een plan voor het aanleren van de vaardigheid, bijvoorbeeld:
    • bereid een vaardigheidstraining voor collega-aios voor.
    • Vraag de hao om de vaardigheid te demonstreren.
    • Oefen waar nodig/mogelijk de vaardigheid (met de hao, collega-aios, fantoom etc.).
    • Laat je observeren/ toetsen door de hao bij het uitvoeren van de vaardigheid bij een patiënt.
    • Verbeter de vaardigheid op grond van diens feedback en oefen verder op patiënten.
Resultaat
  • De gekozen vaardigheid op expertniveau beheersen
Tijd
  • 2-4 uur
Nabespreking
  • Toets collega-aios wat betreft deze vaardigheid en train ze waar nodig in het toepassen

 

Opdrachten 3e Trimester

In Jaar 3 van de opleiding ga je een kwaliteitsproject uitvoeren, waarbij je gericht een aspect van de organisatie van de zorg in de opleidingspraktijk t.a.v. een veel voorkomende chronische aandoening gaat verbeteren. Middels deze opdracht oefen je alvast met het maken van een analyse van de kwaliteit van zorg bij een veel voorkomende chronische ziekte naar keuze in de huidige opleidingspraktijk.

Doel
  • Kunnen analyseren van de organisatie van de zorg bij een veel voorkomende chronische aandoening en het kunnen aangeven van verbeterpunten.
Activiteit
  • Kies uit ‘Astma/COPD’ ‘Diabetes Mellitus’ en ‘Hart& Vaatziekten’ er één uit, waar je gericht naar gaat kijken; doe dit in overleg met je hao (die is misschien geïnteresseerd in aanbevelingen ten aanzien van één van deze 3 of het past goed bij eerder geformuleerde leerpunten uit je IOP).
  • Zoek in de literatuur op, wat de kwaliteitsindicatoren in de huisartspraktijk zijn voor deze aandoening; kijk zowel naar procesindicatoren ( wat er structureel geboden wordt aan zorg en door wie) als naar uitkomstindicatoren ( wat er bij de patiënten bereikt moet worden als resultaat van de zorg) en noteer deze.
  • Bespreek met je hao de procesindicatoren ( wie levert wanneer welke zorg, zijn er vaste controleafspraken, oproepsysteem etc.) en noteer sterke en zwakke punten.
  • Bespreek ook naar welke kwaliteitsindicatoren je gericht gaat kijken (bijv. HbA1c waardes bij Diabeten, aantal recepten voor kortwerkende luchtwegverwijders bij astma, ACE-remmers bij hartfalen, aspirine bij H&V).
  • Kijk voor je patiëntengroep naar de stand van zaken ten aanzien van de gekozen kwaliteitsindicatoren in het HIS van de opleidingspraktijk (gebruik zo nodig de handleiding voor het vergaren van spiegelinformatie uit de handleiding).
  • Bespreek met je hao de resultaten en stel samen vast aan de hand van de nu aanwezige info over proces- en uitkomstindicatoren wat verbetering behoeft.
  • Formuleer dit als aanbevelingen.
Resultaat
  • Een analyse van de kwaliteit van zorg bij een grote chronische aandoening en een aantal aanbevelingen om deze zorg te verbeteren.
Tijd
  • 6 uur
Nabespreking
  • In het instituutsonderwijs kunnen de aanbevelingen omgezet worden tot een gericht verbeterplan.

Op het moment van verschijnen van een NHG-Standaard is de inhoud vaak al weer deels achterhaald door nieuwe ontwikkelingen, zoals de resultaten van recent onderzoek, nieuwe reviews etc. In deze opdracht plaats je jezelf in de positie van een huisarts, die zich bezig houdt met het actualiseren van een NHG-Standaard over een veel voorkomende chronische aandoening.

Deze opdracht is ook goed uit te voeren met een subgroepje; de taken ten aanzien van het uitzoeken van literatuur kunnen dan verdeeld worden.

Doel
  • Het komen tot onderbouwde aanbevelingen voor het bijstellen/aanpassen van een NHG-Standaard.
Activiteit
  • Selecteer een NHG-Standaard over een veel voorkomende chronische aandoening (astma/COPD, Diabetes, H&V), die je interesse heeft en bestudeer die grondig, inclusief de wetenschappelijke verantwoording ervan in H&W
  • Kijk tot op welke datum de literatuur in de Standaard verwerkt is
  • Doe vanaf die datum een literatuursearch naar nieuwe informatie over de gekozen aandoening; neem hierin in ieder geval PubMed en de Cochrane-reviews mee; beperk je in je zoekactie zoveel mogelijk tot huisartsgeneeskundig onderzoek
  • Noteer op grond van de doorgenomen literatuur aanbevelingen tot bijstelling/aanpassing van de huidige NHG-Standaard
Resultaat
  • Een aantal aanbevelingen tot bijstelling/aanpassing.
Tijd
  • 3-6 uur
Nabespreking
  • Houd in de kerngroep een referaat, waarin je uitlegt hoe je gezocht hebt en wat je aanbevelingen zijn; vraag feedback van collega-aios en docent; wat overwegen zij van je aanbevelingen over te nemen in hun praktijkhandelen?

 

Opdrachten 4e Trimester

Door het opnemen en zelf beoordelen van video opnames van consulten met patiënten, die met een lichamelijk onverklaarde klacht komen, krijg je meer zicht op wat je op dit terrein nog te leren hebt.

Doel
  • Reflectie op je eigen handelen bij het omgaan met patiënten met SOLK.
Activiteit
  • Neem integraal enkele spreekuren op (behalve voor deze opdracht zijn deze opnames ook te gebruiken voor bespreking met de opleider en als materiaal voor de videotoets).
  • Selecteer 2 consulten, waarin er sprake was van een ‘lichamelijk onbegrepen klacht’ ( een klacht, waarbij er in jouw ogen weinig kans is op iets medisch relevants).
  • Bekijk de 2 consulten nog eens goed en reflecteer op wat je ziet/hoort.
  • Schrijf een kort reflectieverslag over deze 2 consulten.
  • Neem de 2 consulten en je eigen evaluatie mee naar de instituutsbijeenkomst.
Resultaat
  • Video opname van 2 consulten en je eigen reflectieverslag.
Tijd
  • Selecteren: 1-2 uur
  • Scoren/evalueren/verslaglegging: 1,5-2 uur
Nabespreking
  • Laat 1-2 consulten zien aan collega-aios en je docenten en vraag ook hen feedback op je handelen. Bespreek de verschillen en overeenkomsten met je eigen reflectieverslag. Noteer leerpunten en verwerk die in je IOP.

Bij 'vage' klachten is er per definitie sprake van een kleine kans op een relevante medische aandoening. Toch is het, los van de hulpvraag van de patiënt, vaak aangewezen om een inschatting te maken van deze kans en te besluiten welk onderzoek aan te raden is om deze kans voldoende verder te verkleinen.

Doel
  • Een reële inschatting kunnen maken van de ‘a priori’ kans op ziekte bij een vage klacht naar keuze en de gevolgen voor het diagnostisch handelen kunnen beschrijven.
Activiteit
  • Selecteer uit je consulten van de laatste weken een consult, waarin een ‘vage’ klacht centraal stond.
  • Bespreek deze casus met je opleider: wat is jullie inschatting van de kans op ‘ziekte’ bij deze klacht en deze patiënt; en áls er een ‘ziekte’ is, wat zou dat kunnen zijn?
  • Zoek in de ( huisartsgeneeskundige!!) literatuur zowel op klacht als op ziekte naar info over de ingeschatte kans op ziekte en noteer suggesties voor aanvullende vragen/onderzoek.
  • Bereid een korte presentatie (10-15 min.) in de groep voor over je bevindingen.
Resultaat
  • Een presentatie waarin de casus geschetst wordt, de verzamelde info over de kans op ‘ziekte’ gerefereerd wordt en een voorstel over te stellen vragen/aanvullend onderzoek gedaan wordt.
Tijd
  • 2-3 uur
Nabespreking
  • Houd de presentatie interactief: inventariseer na het inbrengen van de casus de ‘a-priori’ kansen op ziekte van je collega-aios en laat hen ook vertellen wat zij zouden kiezen aan vragen/aanvullend onderzoek vóórdat je met je voorstel komt.

Iets is een ‘vage klacht’ vanuit het perspectief van de dokter; voor de patiënt ligt dit vaak heel anders. Deze opdracht laat je focussen op de verschillen in visie en verwachtingen tussen dokter en patiënt.

Doel
  • Zicht krijgen op verschillen in beleving/verwachtingen tussen huisarts en patiënt
Activiteit
  • Maak 2 vragenlijstjes, één voor de huisarts en één voor de patiënt, bv:
    1. Patiënt: Wat was uw klacht? Wat wilde u van de dokter? Heeft u dat ook gekregen? Etc.
    2. Dokter: Wat was de klacht? Wat wilde de patiënt? Heeft hij dat ook gekregen? Etc.
  • Vraag na het eerstvolgende consult met een patiënt met een vage klacht de patiënt het patiëntvragenlijstje in te vullen en dit aan de assistente te geven; vul zelf ook direct het vragenlijstje voor de huisarts in; vraag het patiëntvragenlijstje terug aan de assistente en niet beide lijstjes aan elkaar.
  • Doe dit bij nog minimaal 2 andere patiënten met in jouw ogen een vage klacht.
  • Vergelijk voor deze 3x2 vragenlijstjes de antwoorden van de huisarts met die van de patiënt.
  • Noteer je bevindingen, met name de voor jou onverwachte bevindingen.
Resultaat
  • Ingevulde vragenlijstjes en de resultaten van je evaluatie hiervan.
Tijd
  • 1,5 uur
Nabespreking
  • Bespreek je evaluatie na met collega-aios. Wat zou je kunnen gaan doen om de verschillen tussen dokter en patiënt kleiner te maken? Noteer dit als leerpunten.


Klinische stage

Opdracht - IOP

Het IOP (Individueel Ontwikkelingsplan) is een hulpmiddel om je leerproces te structureren en te vergemakkelijken.

In de studiehandleiding zijn verschillende doelen beschreven, die echter nogal breed geformuleerd zijn. Naast deze doelen bestaat daardoor de mogelijkheid om eigen doelen te formuleren en eigen accenten te leggen. Die doelen kunnen betrekking hebben op zowel kennis, vaardigheden, beleving en beroepshouding. De bedoeling is om te komen tot een persoonlijke leeragenda naast de leeragenda die voortkomt uit de algemene praktijkopdrachten.

Er worden verschillend bronnen aangeboden om materiaal te krijgen voor zo'n agenda en er wordt een methode gesuggereerd om dit materiaal te bewerken.

Door gedurende de stage het IOP bij de hand te nemen, behaalde doelen af te strepen en nieuwe doelen toe te voegen, ontstaat een 'levend' document, dat erg nuttig kan zijn bij het leren.

Een bijkomend voordeel van een goed geformuleerd en gedurende de stage bijgehouden IOP is, dat het eindverslag zich als het ware zelf schrijft: de kern van het eindverslag wordt gevormd door het IOP.

Formulieren
Activiteit
  • De stagedoelen (zie Handleiding Klinische stage) zijn een verdere concretisering van eindtermen en kerncompetenties. Wanneer je de studiehandleiding doorneemt (en dan vooral de praktijkopdrachten) krijg je een indruk hoe deze stagedoelen bereikt worden.
  • Het Self-assessment is gebaseerd op de stagedoelen. Het geeft je een indruk over het niveau van competentie dat je inmiddels bereikt hebt.
  • De Aanvangstoets geeft je een indicatie over je parate kennis betreffende klinische zorg .
  • Eigen persoonlijke of professionele ervaringen kunnen handvatten geven om eigen doelen te formuleren.
  • De eindtermen (zie Handleiding Jaar 2) beschrijven het eindniveau van de huisartsopleiding met betrekking tot klinische zorg.
  • Kennismaking op de stageplaats geeft een indruk van de lokale mogelijkheden.
Bronnen
  • Een goede methode om een IOP te formuleren is dezelfde methode die in het nieuwe curriculum gebruikt wordt om de praktijkopdrachten te beschrijven. Je maakt dan van het IOP een verzameling opdrachten aan jezelf.
  • Deze opdrachten worden gegeven in het DART-N format.

 

Opdracht - Peer-assessment

Peer-assessment is een middel om meer zicht te krijgen op eigen handelen en blinde vlekken. Door je open te stellen voor observatie van je daadwerkelijke handelen door een collega en bespreking van dat handelen komt informatie naar boven die op andere manieren haast niet te krijgen is.

Peer-assessment is ook een heel veilige toetsvorm. Het is geen beoordeling, maar een manier om heel precies informatie boven water te krijgen. Bovendien kan het ontzettend gezellig en leuk zijn.

Het volgen van een collega of het je laten bekijken door een collega kan natuurlijk zonder voorafgaande vraag, ongericht. Maar je zult merken dat je er veel meer aan hebt, wanneer je vooraf wél enkele vragen formuleert, vragen op grond van je IOP of vragen op grond van steeds weer terugkerende problemen, situaties of vragen. Zaken die goed te observeren zijn betreffen bijvoorbeeld aspecten van consultvoering, beroepshouding, bejegening, uitvoering onderzoek etc.

Doel
  • Evaluatie van eigen handelen en eventueel aanpassing van het IOP op basis van wederzijdse observatie.
Activiteit
  • Geobserveerde: Formuleer (bijvoorbeeld op basis van je IOP) drie voor een collega observeerbare vragen betreffende je eigen handelen. Laat je door een collega gedurende 1 of 2 dagdelen observeren.
  • Observator: Observeer het handelen van je collega aangaande de geformuleerde vragen. Vraag om verduidelijking wanneer de vragen niet helder zijn of wanneer niet duidelijk is waar je precies op moet letten.
  • Noteer je observaties in een tweekolommen journaal, waarbij je links opschrijft welke gedragingen je goed vond en rechts de gedragingen waar je vragen over hebt. Richt je in eerste instantie op de vragen van je collega, maar noteer verder alle zaken die je opvallen.
  • Samen: Plan voldoende tijd om een en ander na te bespreken. De observator plaatst zijn journaal in het ontwikkelingsdossier. De geobserveerde maakt een kort verslag met betrekking tot de eigen vragen en de eventuele beantwoording daarvan en plaatst dit eveneens op het ontwikkelingsdossier. Eventueel wordt het IOP aangepast. De groepsdocent geeft hier schriftelijk commentaar op.
Resultaat
  • Observator: tweekolommen journaal
  • Geobserveerde: verslag over de eigen vragen en de decursus
Tijd
  • Observatie: 1-2 dagdelen
  • Verslag: 1,5 uur
Nabespreking
  • Maak een planning over de terugrapportage hierover tijdens het ondersteunend onderwijs.

 

CCZ stage

Opdracht - IOP

Het IOP (Individueel Ontwikkelingsplan) is een hulpmiddel om je leerproces te structureren en te vergemakkelijken.

In de studiehandleiding zijn verschillende doelen beschreven, die echter nogal breed geformuleerd zijn. Naast deze doelen bestaat daardoor de mogelijkheid om eigen doelen te formuleren en eigen accenten te leggen. Die doelen kunnen betrekking hebben op zowel kennis, vaardigheden, beleving en beroepshouding. De bedoeling is om te komen tot een persoonlijke leeragenda naast de leeragenda die voortkomt uit de algemene praktijkopdrachten.

Er worden verschillend bronnen aangeboden om materiaal te krijgen voor zo'n agenda en er wordt een methode gesuggereerd om dit materiaal te bewerken.

Door gedurende de stage het IOP bij de hand te nemen, behaalde doelen af te strepen en nieuwe doelen toe te voegen, ontstaat een 'levend' document, dat erg nuttig kan zijn bij het leren.

Een bijkomend voordeel van een goed geformuleerd en gedurende de stage bijgehouden IOP is, dat het eindverslag zich als het ware zelf schrijft: de kern van het eindverslag wordt gevormd door het IOP.

Formulieren
Bronnen
  • De doelstellingen zijn een verdere concretisering van eindtermen en kerncompetenties. Wanneer je de handleiding doorneemt (en dan vooral de praktijkopdrachten) krijg je een indruk hoe deze stagedoelen bereikt worden.
  • Het Self-assessment is gebaseerd op de stagedoelen. Het geeft je een indruk over het niveau van competentie dat je inmiddels bereikt hebt.
  • De Aanvangstoets geeft je een indicatie over je parate kennis betreffende de begeleiding van chronische aandoeningen.
  • Eigen persoonlijke of professionele ervaringen kunnen handvatten geven om eigen doelen te formuleren.
  • De eindtermen beschrijven het eindniveau van de huisartsopleiding met betrekking tot de chronisch complexe zorg.
  • Kennismaking op de stageplaats geeft een indruk van de lokale mogelijkheden.
Methode
  • Een goede methode om een IOP te formuleren is dezelfde methode die in het nieuwe curriculum gebruikt wordt om de praktijkopdrachten te beschrijven. Je maakt dan van het IOP een verzameling opdrachten aan jezelf.
  • Deze opdrachten worden gegeven in het DART-N format.

 

Opdracht - Peer-assessment

Peer-assessment is een middel om meer zicht te krijgen op eigen handelen en blinde vlekken. Door je open te stellen voor observatie van je daadwerkelijke handelen door een collega en bespreking van dat handelen komt informatie naar boven die op andere manieren haast niet te krijgen is.

Peer-assessment is ook een heel veilige toetsvorm. Het is geen beoordeling, maar een manier om heel precies informatie boven water te krijgen. Bovendien kan het gezellig en leuk zijn.

Het volgen van een collega of het je laten bekijken door een collega kan natuurlijk zonder voorafgaande vraag, ongericht. Maar je zult merken dat je er veel meer aan hebt, wanneer je vooraf wél enkele vragen formuleert, vragen op grond van je IOP of vragen op grond van steeds weer terugkerende problemen, situaties of vragen. Zaken die goed te observeren zijn betreffen bijvoorbeeld aspecten van consultvoering, beroepshouding, bejegening, uitvoering onderzoek etc.

Doel
  • Evaluatie van eigen handelen en eventueel aanpassing van het IOP op basis van wederzijdse observatie.
Activiteit
  • Geobserveerde: Formuleer (bijvoorbeeld op basis van je IOP) drie voor een collega observeerbare vragen betreffende je eigen handelen. Laat je door een collega gedurende 1 of 2 dagdelen observeren.
  • Observator: Observeer het handelen van je collega aangaande de geformuleerde vragen. Vraag om verduidelijking wanneer de vragen niet helder zijn of wanneer niet duidelijk is waar je precies op moet letten.
  • Noteer je observaties in een tweekolommen journaal, waarbij je links opschrijft welke gedragingen je goed vond en rechts de gedragingen waar je vragen over hebt. Richt je in eerste instantie op de vragen van je collega, maar noteer verder alle zaken die je opvallen.
  • Samen: Plan voldoende tijd om een en ander na te bespreken. De observator plaatst zijn journaal in het ontwikkelingsdossier. De geobserveerde maakt een kort verslag met betrekking tot de eigen vragen en de eventuele beantwoording daarvan en plaatst dit eveneens op het ontwikkelingsdossier. Eventueel wordt het IOP aangepast. De groepsdocent geeft hier schriftelijk commentaar op.
Resultaat
  • Observator: tweekolommen journaal
  • Geobserveerde: verslag over de eigen vragen en de decursus
Tijd
  • Observatie: 1-2 dagdelen
  • Verslag: 1,5 uur
Nabespreking
  • Maak een planning over de terugrapportage hierover tijdens het ondersteunend onderwijs.

 

GGZ stage

Opdracht - IOP

Het IOP (Individueel Ontwikkelingsplan) is een hulpmiddel om je leerproces te structureren en te vergemakkelijken.

In de studiehandleiding zijn verschillende doelen beschreven, die echter nogal breed geformuleerd zijn. Naast deze doelen bestaat daardoor de mogelijkheid om eigen doelen te formuleren en eigen accenten te leggen. Die doelen kunnen betrekking hebben op zowel kennis, vaardigheden, beleving en beroepshouding. De bedoeling is om te komen tot een persoonlijke leeragenda naast de leeragenda die voortkomt uit de algemene praktijkopdrachten.

Er worden verschillend bronnen aangeboden om materiaal te krijgen voor zo'n agenda en er wordt een methode gesuggereerd om dit materiaal te bewerken.

Door gedurende de stage het IOP bij de hand te nemen, behaalde doelen af te strepen en nieuwe doelen toe te voegen, ontstaat een 'levend' document, dat erg nuttig kan zijn bij het leren.

Een bijkomend voordeel van een goed geformuleerd en gedurende de stage bijgehouden IOP is, dat het eindverslag zich als het ware zelf schrijft: de kern van het eindverslag wordt gevormd door het IOP.

Formulieren
Bronnen
  • De stagedoelen (zie algemeen deel) zijn een verdere concretisering van eindtermen en kerncompetenties. Wanneer je het algemeen deel doorneemt en dan ook de praktijkopdrachten krijg je een indruk hoe deze stagedoelen bereikt worden.
  • Het selfassessment (zie de opdrachten) is gebaseerd op de blokdoelen. Het geeft je een indruk over het niveau van competentie dat je inmiddels bereikt hebt.
  • De aanvangstoets (zie opdrachten) geeft je een indicatie over je parate kennis betreffende psychiatrische aandoeningen.
  • Eigen persoonlijke of professionele ervaringen kunnen handvatten geven om eigen doelen te formuleren.
  • Kennismaking op de stageplaats geeft een indruk van de lokale mogelijkheden
Methode
  • Bij het formuleren van je IOP gebruikt je eveneens dezelfde DART-N methode die gebruikt wordt om de praktijkopdrachten te beschrijven. Je maakt dan van het IOP een verzameling opdrachten aan jezelf.
Hoe verder?
  • Ga te rade bij de verschillende bronnen (dus: lees de stagehandleiding en de eindtermen, maak de kennistoets, doe het selfassessment, ga bij jezelf na wat je nog zou willen leren in de GGZ-instelling en kijk rond in de GGZ-instelling wat daar eventueel nog te leren is) en maak een lijst van 3-5 punten.
  • Concretiseer deze punten en formuleer ze in de vorm van een DART-N. Dit vormt je concept-IOP.
  • Op de terugkomdag wordt gewerkt aan het verder concretiseren van dit IOP.
  • Wanneer je IOP klaar is in de vorm van 3-5 DART-N's aan jezelf gericht, kun je beginnen aan de uitvoering van het IOP.
  • Wanneer een doel bereikt is wordt het afgestreept van het IOP en kun je een nieuwe DART-N toevoegen. Het zou ook kunnen dat je er achter komt dat je je doel nog verder moet concretiseren of dat je een dieper gelegen vraag ontdekt achter je oorspronkelijke vraag.
  • Bij de bespreking in de groep, bij onderlinge beoordeling kan het volgende instrument gebruikt worden:

 

Opdracht - Peer-assessment

Peer-assessment is een middel om meer zicht te krijgen op eigen handelen en blinde vlekken. Door je open te stellen voor observatie van je daadwerkelijke handelen door een collega en bespreking van dat handelen komt informatie naar boven die op andere manieren haast niet te krijgen is.

Peer-assessment is ook een heel veilige toetsvorm. Het is geen beoordeling, maar een manier om heel precies informatie boven water te krijgen. Bovendien kan het ontzettend gezellig en leuk zijn.

Het volgen van een collega of het je laten bekijken door een collega kan natuurlijk zonder voorafgaande vraag, ongericht. Maar je zult merken dat je er veel meer aan hebt, wanneer je vooraf wél enkele vragen formuleert, vragen op grond van je IOP of vragen op grond van steeds weer terugkerende problemen, situaties of vragen. Zaken die goed te observeren zijn betreffen bijvoorbeeld aspecten van consultvoering, beroepshouding, bejegening, uitvoering onderzoek etc.

Doel
  • Evaluatie van eigen handelen en eventueel aanpassing van het IOP op basis van wederzijdse observatie.
Activiteit
  • Geobserveerde: Formuleer (bijvoorbeeld op basis van je IOP) drie voor een collega observeerbare vragen betreffende je eigen handelen. Laat je door een collega gedurende 1 of 2 dagdelen observeren.
  • Observator: Observeer het handelen van je collega aangaande de geformuleerde vragen. Vraag om verduidelijking wanneer de vragen niet helder zijn of wanneer niet duidelijk is waar je precies op moet letten.
  • Noteer je observaties in een tweekolommen journaal, waarbij je links opschrijft welke gedragingen je goed vond en rechts de gedragingen waar je vragen over hebt. Richt je in eerste instantie op de vragen van je collega, maar noteer verder alle zaken die je opvallen.
  • Samen: Plan voldoende tijd om een en ander na te bespreken. De observator plaatst zijn journaal in het ontwikkelingsdossier. De geobserveerde maakt een kort verslag met betrekking tot de eigen vragen en de eventuele beantwoording daarvan en plaatst dit eveneens op het ontwikkelingsdossier. Eventueel wordt het IOP aangepast. De groepsdocent geeft hier schriftelijk commentaar op.
Resultaat
  • Observator: tweekolommen journaal
  • Geobserveerde: verslag over de eigen vragen en de decursus
Tijd
  • Observatie: 1-2 dagdelen
  • Verslag: 1,5 uur
Nabespreking
  • Maak een planning over de terugrapportage hierover tijdens het ondersteunend onderwijs.