Leerlijn spoedeisende zorg: verschil tussen versies

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken
k
k
Regel 1: Regel 1:
{| class="infobox-leerlijn-1"
+
{| class="infobox-leerlijn-2"
 
! colspan="2" | <span class="infobox-titel">[[Leerlijn spoedeisende zorg]]</span>
 
! colspan="2" | <span class="infobox-titel">[[Leerlijn spoedeisende zorg]]</span>
 
|-
 
|-

Versie van 20 jul 2018 om 11:13

Leerlijn spoedeisende zorg

Leerlijnhouder
Hetty Olthoff, GW docent HOVUmc

Leerlijnmedewerkers

Deze leerlijn is in oprichting.

Spoedeisende zorg omvat zorg op de huisartsenpost, zorg voor spoedeisende aandoeningen in de huisartspraktijk (tijdens kantooruren), en zorg verleend op de klinische Eerste Hulp stage in het tweede jaar. Spoedzorg is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de huisarts (Toekomstvisie huisartsenzorg 2022: 7x24 uur zorg). De positie van de huisarts werkzaam op de spoedpost dient in afstemming met SEH afdelingen van ziekenhuizen te gebeuren, en vereist dus inzicht in de positie, taken en functies van huisartsgeneeskundige spoedzorg in de keten. Daarvoor is het NHG standpunt 2013 ‘Huisarts en Spoedzorg’ voor de aios dé onderlegger.

De huisartsenpost is een complexe organisatie. Kennis van de belangrijkste procedures en werkafspraken op de eigen huisartsenpost is daarom een basisvereiste. Het verschil tussen spoedbeleving van de patiënt en de medische urgentie van de hulpvraag blijkt vaak groot. Toch ziet de huisarts binnen de spoedeisende geneeskunde doorgaans een grotere concentratie aan ernstiger en bedreigender aandoeningen dan in de huisartsenpraktijk, hetgeen meer risico’s genereert en grote alertheid vraagt in de omgang met alarmsymptomen. In het klinisch redeneerproces in de spoedeisende hulpverlening speelt de inschatting van de toestand in termen van urgentie en triage dan ook een grotere rol dan het zuiver richten op de diagnose. Ook het vinden van de juiste balans tussen verwijzen naar het ziekenhuis dan wel thuis behandelen heeft hier direct mee te maken. Hetty Olthoff, Docent GW, leerlijnhouder.

Bouwstenen

Consult- en visite arts

1. Stelt het toestandsbeeld vast van een patiënt met acute ziektebeelden met behulp van de ABCDE systematiek en voert daarbij de noodzakelijke handelingen uit. Competenties
  • Betrekt bij het klinisch redeneren de urgentie en het toestandsbeeld, in plaats van alleen diagnose-gericht te denken.
  • Verheldert de acute zorgvraag, inclusief psychiatrische en psychosociale crisissituaties, bij over het algemeen onbekende patiënten, zonder toegang tot aanvullende informatie (inzage HIS).
  • Toont potentieel bedreigende ziekten en aandoeningen aan, of sluit deze uit; betrekt hierbij het verschil in prevalentie, incidentie en a priori kans van spoedeisende zaken in de praktijk, op de post, ambulancezorg en SEH.
  • Gaat op professionele wijze om met emoties, angst en ongerustheid, met oog voor ieders veiligheid.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Organiseren
  5. Kennis en wetenschap
2. Handelt getrieerde consulten en visites naar urgentie af. Competenties
  • Handelt getrieerde consulten en visites naar urgentie af, met een snelle inschatting: is dit spoed of niet.
  • Betrekt hierbij de richtlijnen van de VHN branche en de IGZ normen inzake hoe snel een patiënt geholpen dient te worden.
  • Communiceert doelgericht in spoedeisende crisissituaties, waaronder psychiatrische en psychosociale crisissituaties.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Organiseren
  4. Maatschappelijk handelen
  5. Kennis en wetenschap
3. Handelt getrieerde consulten en visites naar urgentie af. Competenties
  • Handelt getrieerde consulten en visites naar urgentie af, met een snelle inschatting: is dit spoed of niet.
  • Betrekt hierbij de richtlijnen van de VHN branche en de IGZ normen inzake hoe snel een patiënt geholpen dient te worden.
  • Communiceert doelgericht in spoedeisende crisissituaties, waaronder psychiatrische en psychosociale crisissituaties.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Organiseren
  4. Professionaliteit
4. Superviseert gedelegeerde taken. Competenties
  • Werkt in teamverband met vaak onbekende medewerkers, geeft leiding, delegeert taken, superviseert, en geeft en ontvangt feedback.
  • Ondersteunt en staat voor vragen van collega’s en medewerkers.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Professionaliteit
5. Rapporteert voorkomende incidenten en analyseert deze op verbeterpunten in de acute zorgverlening. Competenties
  • Draagt bij aan de patiëntveiligheid en de kwaliteit van zorg door het analyseren en rapporteren van ‘Veilig Incident Melden.’
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Professionaliteit
6. Bewaakt de vlotte afhandeling van de patiëntenstroom met als doel veilige, doelmatige en overbruggende zorg. Competenties
  • Hanteert de wisselende werkdruk op basis van stressbestendigheid, overzicht, doelmatige consultvoering, en het scheiden van hoofd en bijzaken. Handelt direct af wat spoed is, en zet overbruggende zorg in voor wat bij de eigen huisarts behoort.
  • Voert voldoende werktempo om veilige en doelmatige zorg te bieden, bewaakt daarbij de persoonlijke professionele grenzen.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Maatschappelijk handelen
7. Bepaalt het medisch beleid in samenwerking met andere (para)medische hulpverleners en mantelzorgers. Competenties
  • Hanteert de wisselende werkdruk op basis van stressbestendigheid, overzicht, doelmatige consultvoering, en het scheiden van hoofd en bijzaken. Handelt direct af wat spoed is, en zet overbruggende zorg in voor wat bij de eigen huisarts behoort.
  • Voert voldoende werktempo om veilige en doelmatige zorg te bieden, bewaakt daarbij de persoonlijke professionele grenzen.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Organiseren
8. Handelt visites af conform de regelgeving ten aanzien van spoedritten. Competenties
  • Hanteert de juiste balans tussen een veilige en doelmatige inzet van zorg in verhouding tot de kosten en de belasting van het systeem
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Organiseren
  4. Maatschappelijk handelen

Telefoonarts

9. Trieert telefonisch, stelt de urgentie vast, bepaalt het medisch beleid en geeft instructies in begrijpelijke taal. Competenties
  • Bouwt voldoende veiligheidscontroles in (bijv. patiënt terug laten bellen, doorvragen, autoriseren), gezien het ontbreken van non-verbale communicatie en het niet kunnen verrichten van lichamelijk onderzoek.
  • Legt uit in begrijpelijke taal.
  • Gaat om met moeilijke situaties, beheerst conflicten.
  • Trieert door de triagiste overgenomen acute zorgvragen op urgentie, en zet de bijbehorende hulpverlening in (consult, visite, ambulancedienst), middels een heldere overdracht van gegevens.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Organiseren
10. Autoriseert binnen de tijdsnorm het handelen van de triage assistent. Competenties
  • Geeft feedback aan de assistente, past door de assistente verstrekte adviezen zo nodig aan.
  • Verzamelt zo nodig aanvullende informatie (bij triagiste, patiënt, verpleegkundige, extern dossier); en geeft gerichte feedback aan de triagiste.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Organiseren
  5. Professionaliteit
11. Fungeert als eerste aanspreekpunt voor SEH, ambulance, apotheek, GGZ, thuiszorg en politie. Competenties
  • Bewaakt het overzicht, integreert informatie vanuit verschillende standpunten, en draagt op professionele wijze uit wat de rol van de huisarts (de spoedpost) is.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Organiseren
  4. Professionaliteit

Overige leerlijnen

Kort Spoed Chron Ouderen Kind Psych SOLK Pall Preventie Praktijk


Medisch handelen Communicatie Maatsch. handelen Wetenschap Professionaliteit Diversiteit
Korte episode zorg
Spoedeisende zorg
Chronische zorg
Complexe ouderenzorg
Zorg voor het kind
Psychische klachten
SOLK
Palliatieve zorg
Preventie
Praktijkmanagement


Medisch handelen
Communicatie
Maatschappelijk handelen
Wetenschap
Professionaliteit
Diversiteit