Onderbreking

Uit Wiki HOVUmc
Versie door Jae Klaasen (overleg | bijdragen) op 16 mei 2019 om 13:56
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken


Regelgeving

Hoofd
Nettie Blankenstein

Adjunct hoofd
Harry Schleypen

Onderwijscoordinator
Chris Rietmeijer

Regelgeving

Als de aios eenmaal de huisartsopleiding volgt, moet hij die volgens de RGS ‘uit opleidingsinhoudelijke overwegingen’ ononderbroken volgen.

Er zijn echter enkele uitzonderingen. Op de eerste plaats zijn er natuurlijk de normale verlof- en vakantiedagen en de reguliere werktijd. Deze worden echter niet als ‘onderbreking’ aangemerkt en hebben ook geen verdere consequenties.

Belangrijker zijn de omstandigheden die persoonlijk van aard zijn, soms tot langdurige afwezigheid leiden en (dus) consequenties hebben voor het vervolg. Deze worden hieronder beschreven, alsmede enige relevante aandachtspunten bij het onderbreken van de opleiding.

Kaderbesluit CHVG

Ten grondslag aan onze uitwerking van het onderwerp onderbreking, ligt het Kadersbesluit CHVG. Voor leesgemak onderstaand hebben we het relevante artikel overgenomen:

B.9. Onderbreking

  1. Er is sprake van onderbreking van de opleiding als er tijdelijk geen opleiding wordt gevolgd. Afwezigheid door vakantie overeenkomstig het aantal dagen in de arbeidsovereenkomst per opleidingsjaar wordt niet als onderbreking aangemerkt.
  2. Indien de opleiding in totaal meer dan tien dagen per opleidingsjaar wordt onderbroken, vindt compensatie plaats van het meerdere van die tien dagen.
  3. Indien de opleiding wordt onderbroken wordt het opleidingsschema gewijzigd en is artikel B. 10. van toepassing.
  4. Om opleidingsinhoudelijke redenen kan de RGS besluiten tot het opnieuw volgen van (een gedeelte van ) de reeds gevolgde opleiding. Het hoofd doet de RGS daartoe een gemotiveerd voorstel.

Legitieme redenen voor onderbreking

De RGS heeft een aantal omstandigheden aangewezen die als legitieme reden gelden om de opleiding tijdelijk te onderbreken.

Deze worden hieronder opgesomd, waarbij ook beschreven wordt welke procedure de aios daarbij moet volgen:

Bij ziekte of arbeidsongeschiktheid dient de aios zo spoedig mogelijk de volgende personen of instanties op de hoogte te stellen:

Als de aios weer beter is, moet hij zich ook weer beter melden bij de SBOH. De SBOH heeft een protocol opgesteld dat de aios moet volgen in geval van ziekte. Daarin staan alle rechten en plichten van de aios beschreven op het gebied van (preventie van) verzuim, waaronder ook een traject voor reïntegratie na langdurig verzuim. Dit protocol is te vinden op de website van de SBOH.

De procedure voor het aanvragen van zwangerschapsverlof is als volgt:

  • De aios stuurt zo snel mogelijk een zwangerschapsverklaring van de verloskundige naar de SBOH. Op deze verklaring dient ook de vermoedelijke bevallingsdatum te staan.
  • De aios stuurt een kopie van deze verklaring naar het instituut.
  • De SBOH rekent vervolgens uit op welke datum het verlof vermoedelijk ingaat en eindigt.
  • De aios informeert zelf de opleider, docenten en groepsleden en (indien van toepassing) de supervisor.

De precieze regelgeving en procedures rondom zwangerschap staan beschreven op de website van de SBOH. (Link) Enkele relevante punten daaruit zijn:

  • Het zwangerschapsverlof duurt in totaal 16 weken. Deze kunnen ingaan minimaal 4 tot maximaal 6 weken voor de berekende bevallingsdatum. De aios mag zelf kiezen.
  • De aios mag niet werken of onderwijs volgen 28 dagen voor de verwachte bevallingsdatum en 42 dagen erna. In deze periode mogen ook geen koppelingsgesprekken plaats vinden.
  • Na de bevalling moet de aios de SBOH informeren over de feitelijke bevallingsdatum

De aios heeft in principe recht op onbetaald ouderschapsverlof als hij minimaal één jaar in dienst is bij de SBOH en een kind onder de acht jaar te verzorgen heeft. Ouderschapsverlof betekent dat de aios onbetaald verlof krijgt, maar verder gewoon in dienst blijft van de SBOH. Dit kan alleen in goed overleg met de opleider en het opleidingsinstituut.

De duur van de ouderschapsverlof hangt af van het dienstverband. Het maximum aantal weken op fulltime basis bedraagt 26 weken, maar vaak zal een deeltijdvariant worden gekozen. De aios die overweegt ouderschapsverlof aan te vragen, onderneemt bij voorkeur de volgende stappen:

  • De aios bestudeert de precieze regelingen, rekenmodellen, consequenties en formulieren op de website van de SBOH.
  • De aios informeert ruim van te voren bij de betrokkenen (opleider, teamleider, opleidingssecretariaat) of het in principe mogelijk is. Zo zal het in het 2e jaar vaak onmogelijk of problematisch zijn.
  • De aios downloadt minimaal 2 maanden van tevoren het aanvraagformulier van de SBOH, vult het in en mailt of geeft een copie aan het opleidingssecretariaat.

Als de aios wetenschappelijk onderzoek wil gaan doen op een terrein van de huisartsgeneeskunde bestaan er mogelijkheden om de opleiding tijdelijk te onderbreken, c.q. de opleiding en het onderzoek te combineren. De regelgeving hierover staat beschreven in de zogenaamde aioto regeling op de website van de SBOH. Wie geïnteresseerd is in de inhoudelijke mogelijkheden op dit terrein kan contact opnemen met het hoofd van de Huisartsopleiding VUmc.

Naast de gewone vakantie- en verlofdagen bestaan er voor de aios nog enkele andere vormen van verlof, zoals buitengewoon verlof, calamiteitenverlof en kortdurend zorgverlof. Het gaat hierbij steeds om bijzondere of onverwachte situaties, waarin de aios met behoud van inkomen beperkte tijd krijgt om – simpel gezegd - iets te regelen, ergens bij aanwezig te zijn of iets waardevols te doen wat op dat moment even vóór gaat. Voorbeelden van dergelijke situaties zijn: familieleden die overlijden, kinderen die plotseling ziek worden, schade die aan het huis ontstaat, zieken die verzorgd moeten worden, verhuizing, huwelijk, bevalling van partner, etc.

Dit soort bijzonder verlof vereist overleg met alle betrokkenen en kan alleen doorgaan als er van de kant van de SBOH, de hao of de stageplek geen ‘zwaarwegende belangen’ zijn die zich ertegen verzetten.

De aios heeft het recht om één keer tijdens de opleiding onbetaald verlof op te nemen voor een periode van maximaal een jaar. Ook dit vraagt overleg met alle betrokkenen en kan alleen als er geen zwaarwegende belangen zijn die zich ertegen verzetten, waaronder de studievoortgang. Onbetaald verlof moet 6 maanden tevoren worden aangevraagd en kan alleen tussen twee stages. Dat betekent dat het altijd 3, 6, 9 of 12 maanden moet duren en dat het altijd ingaat op 1 maart, 1 juni, 1 september of 1 december.

Al deze vormen van verlof, alsmede de voorwaarden en procedures, staan beschreven in op de website van de SBOH

Geschil

Als de aios een geschil aangaat met de huisartsenopleiding (zie hiervoor het thema ‘Klachten’), is er sprake van een opschortende werking. Dat wil zeggen dat de opleiding gedurende de looptijd van het geschil stil ligt.

20 dagdelen is cruciaal

De aios dient elke onderbreking formeel kenbaar te maken, dus ook als hij bijvoorbeeld slechts één dag ziek thuis zit. Dat heeft dan nog niet meteen consequenties. Pas als hij op jaarbasis meer dan 20 dagdelen (10 dagen) de opleiding onderbreekt volgt er een verlenging van de opleiding (zie ook het thema ‘Verlenging’).

Onder die 20 dagdelen vallen dus alle genoemde vormen van onderbreking, die allemaal bij elkaar moeten worden opgeteld. De vakantie- en verlofdagen vallen er niet onder, omdat die niet worden aangemerkt als onderbreking.

Aanpassing stagetraject

Onderbreking betekent per definitie dat de opleiding op dat moment stil ligt. Als dat langere tijd duurt (zoals bij zwangerschap), heeft dat ook consequenties voor de verdere opleiding: in ieder geval schuift de einddatum op, maar soms verandert ook de volgorde van de stages en de groep waar men in zit. Daarom is het zaak om bijtijds te overleggen met het opleidingssecretariaat en de docenten die kunnen overzien wat er verder moet gebeuren. Zo kan het zijn dat ze de aios in contact brengen met de teamleider om een en ander af te stemmen.

De opleiding (gedeeltelijk) overdoen

Als de aios de opleiding langer dan 6 maanden onderbreekt (bijvoorbeeld door een langdurige ziekte) kan het hoofd van de opleiding besluiten dat de aios een gedeelte van de opleiding moet overdoen. Meestal zal hierover advies worden ingewonnen bij de opleider.

Toch nog onderbreken?

De regel dat de aios de opleiding - behoudens de beschreven uitzonderingen - ononderbroken moet volgen is bedoeld om continuïteit in het leerproces en behoud van kennis en vaardigheden te waarborgen. De aios kan dus niet zo maar besluiten om er een jaartje tussen uit te gaan. Doet hij dat tóch en wil hij daarna de opleiding hervatten, dan moet hij ontslag nemen en opnieuw solliciteren. Hij heeft dan in principe de mogelijkheid om vrijstelling aan te vragen voor dat gedeelte dat hij al gedaan heeft. Het is dan aan het hoofd van de opleiding om te bepalen of die aanvraag gehonoreerd kan worden.