Op de tandem: verschil tussen versies

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken
k (Naam aangepast)
 
Regel 82: Regel 82:
 
*Competenties zoals beschreven in het scholingsplan hao.  
 
*Competenties zoals beschreven in het scholingsplan hao.  
 
*In ieder geval is één van de opleiders aanwezig op de paralleldag voor opleiders. Belangrijk is dat deze opleider goed geïnformeerd op de paralleldag komt, zodat er  een inhoudelijk zinnig docentenoverleg kan plaatsvinden. Vóór de 1e paralleldag wordt met de groepsbegeleiders besproken of het qua groepsgrootte en praktijkomvang mogelijk is met z’n tweeën te komen .
 
*In ieder geval is één van de opleiders aanwezig op de paralleldag voor opleiders. Belangrijk is dat deze opleider goed geïnformeerd op de paralleldag komt, zodat er  een inhoudelijk zinnig docentenoverleg kan plaatsvinden. Vóór de 1e paralleldag wordt met de groepsbegeleiders besproken of het qua groepsgrootte en praktijkomvang mogelijk is met z’n tweeën te komen .
Beide opleiders volgen het volledige programma van de basisleergangen. Indien mogelijk samen in dezelfde groep. Daarna komt per jaar minimaal één van de duo-opleiders naar het leergang 5 onderwijs, bij voorkeur de hoofdopleider. Het is ook mogelijk met z’n tweeën te komen mits er voldoende plaatsen zijn. Dit graag in overleg met [mailto:s.paijens@vumc.nl Samantha Paijens]
+
Beide opleiders volgen het volledige programma van de basisleergangen. Indien mogelijk samen in dezelfde groep. Daarna komt per jaar minimaal één van de duo-opleiders naar het leergang 5 onderwijs, bij voorkeur de hoofdopleider. Het is ook mogelijk met z’n tweeën te komen mits er voldoende plaatsen zijn. Dit graag in overleg met [mailto:r.i.parti@amsterdamumc.nl Roos Parti]
  
 
'''4. Evaluaties'''  
 
'''4. Evaluaties'''  

Huidige versie van 9 sep 2020 om 15:04


Regelgeving

Hoofd
Nettie Blankenstein

Teamleider huisartsopleiders
Mark Deves

Assistent teamleider huisartsopleiders
Roos Parti

Huisartsopleiders

Opleiden doet een opleider nooit alleen. De huisartsopleider/s (hao’s) worden bijgestaan door de groepsdocenten, andere medewerkers van het instituut, door de praktijkassistente(s), POH’s en andere huisarts-collega’s.

Steeds vaker komt het voor, dat de begeleiding in de praktijk niet door één hao wordt gedaan, maar door twee of meer huisartsen – wel of niet geregistreerd als opleider.

Dat kan veel winst opleveren. De aios noemen: bij twee huisartsen in de keuken mogen kijken, twee werkstijlen leren kennen, van verschillende collega’s verschillende dingen kunnen leren en daarmee een rijkere leeromgeving.

Daarnaast kan de aios zo direct leren samenwerken binnen een complexer verband. Dat is tenslotte de toekomst.

Ook voor de opleiders heeft het samen opleiden veel voordelen: je kunt de taken verdelen naar wat je het beste ligt, samen beoordelen en soms ontdek je aspecten, waarop je de samenwerking met je collega kunt verbeteren.

Wel doet het gezamenlijk opleiden een appel op je samenwerkingsvaardigheden.

In dit stuk zetten wij uiteen welke opties er zijn om met verschillende huisartsen op te leiden en wij geven concrete aandachtspunten aan voor afspraken en afstemming tussen betrokkenen.

Mogelijke constructies

Bij het opleiden door meer dan één huisarts kunnen twee mogelijke constructies worden onderscheiden, waarin een hoofdopleider samenwerkt met een collega. Hieronder worden beide opties nader beschreven.

A - Duo-opleiders B - Opleider met een maatje
  • Beide opleiders in een duo zijn volwaardige, RGS erkende opleiders, die in een duo-praktijk of binnen een andere samenwerkingsvorm gezamenlijk één aios-stageplaats aanbieden.
  • Één van hen is per opleidingsperiode voor het instituut de hoofdopleider. Bij voorkeur wisselt dit hoofdopleiderschap per jaar.
Een maatje is een niet als opleider erkende huisarts, die een aios maximaal een halve dag per week begeleidt in aanvulling op diens (hoofd)opleider.

Wat is een hoofdopleider?

  • De hoofdopleider is juridisch en organisatorisch verantwoordelijk voor het opleiderschap, zowel in de praktijk als in de relatie met het opleidingsinstituut. Uit dien hoofde volgt de hoofdopleider ook de volledige scholing van het instituut.
  • De hoofdopleider is verantwoordelijk voor het maken van een schriftelijke afsprakenlijst met zijn of haar duo-opleider, bij-opleider of maatje. In die afsprakenlijst staat beschreven hoe de taakverdeling ten aanzien van het opleiderschap er precies uitziet.
  • De hoofdopleider is ook primair verantwoordelijk voor het (doen) uitvoeren van de beschreven afspraken.
  • Deze genoemde afsprakenlijst maakt deel uit van het Profiel/Leerwerkplan van de opleidingspraktijk, dat de RGS verplicht heeft gesteld in het kader van de erkenning als huisartsopleider.

Scholing en ondersteuning

  • Het instituut verzorgt een vooral op de didactische competenties gericht curriculum en ondersteuning voor (hoofd)opleiders bestaande uit 6 paralleldagen, de jaarlijkse vierdaagse leergangen, voortgangsgesprekken, koppelgesprekken met de groepsdocenten en evt aanvullende onderwijsactiviteiten.
  • Daarnaast biedt het instituut ook de niet als opleiders erkende, maar bij de opleiding betrokken collega huisartsen, de ‘maatjes’ scholingsmiddagen aan voor het oefenen van basale didactische technieken. Het instituut biedt ondersteuning bij het samen-opleiden.

Taken en verantwoordelijkheden

Taken en verantwoordelijkheden zoals geldig op de Huisartsopleiding VUmc (HOVUmc).

1. Erkenning

  • Elke duo-opleider neemt persoonlijk deel aan de oriëntatiecursus. Bij voorkeur gelijktijdig.
  • Individuele erkenning als opleider bij de RGS, d.w.z. dat elk van hun minstens 40% per week in de praktijk moet werken. (De praktijkvisitatie vindt maar één keer plaats.)

Let op: voor verlenging van de RGS-erkenning moet men minimaal 2 x per 5 jaar opleiden (waarvan min. 1 x als hoofdopleider - dit is een eis van de HOVUmc), dus ook minimaal 2 x per 5 jaar hao-scholing volgen.

2. Specifieke taken

  • Een schriftelijke, voor praktijk, aios en instituut transparante taakverdeling als ‘plan van aanpak’ verwerkt in het leerwerkplan.
  • Per aios één hoofdopleider aanwijzen, die de eindverantwoordelijkheid heeft en aanspreekpunt is voor de groepsbegeleiders.

Let op: De HOVUmc vereist dat men minimaal 1 x per 5 jaar hoofdopleider is geweest (zie ook A 1).

  • Alle evaluaties met de aios gezamenlijk te doen, waarin het Individueel OpleidingsPlan (IOP) van de aios aan de orde komt (naast evaluatie van de organisatie, de samenwerking en de afstemming).

3. Scholing

  • Competenties zoals beschreven in het scholingsplan hao.
  • In ieder geval is één van de opleiders aanwezig op de paralleldag voor opleiders. Belangrijk is dat deze opleider goed geïnformeerd op de paralleldag komt, zodat er een inhoudelijk zinnig docentenoverleg kan plaatsvinden. Vóór de 1e paralleldag wordt met de groepsbegeleiders besproken of het qua groepsgrootte en praktijkomvang mogelijk is met z’n tweeën te komen .

Beide opleiders volgen het volledige programma van de basisleergangen. Indien mogelijk samen in dezelfde groep. Daarna komt per jaar minimaal één van de duo-opleiders naar het leergang 5 onderwijs, bij voorkeur de hoofdopleider. Het is ook mogelijk met z’n tweeën te komen mits er voldoende plaatsen zijn. Dit graag in overleg met Roos Parti

4. Evaluaties

  • De evaluatie van de opleider door de aios dmv de LEOh (Landelijke Evaluatie Opleider huisartsen) wordt apart voor elke duo-opleider ingevuld en ingeleverd bij de COMO (Commissie Ondersteuning en Monitoring Opleiders).

Van iedere duo-opleider wordt een eigen dossier aangelegd.

1. Erkenning

  • Geen RGS-erkenning als opleider, d.w.z. een maatje mag ook minder dan 50% werken.

2. Specifieke taken

  • Een heldere taakverdeling. Er is een schriftelijke, voor praktijk, aios en instituut transparante taakverdeling als ‘plan van aanpak’ als onderdeel van het leerwerkplan. De hoofdopleider is verantwoordelijk voor de aios.
  • De opleider mag in principe maximaal ½ dag per week de leergesprekken aan het maatje overlaten (in praktijk maximaal 1 dag/week).
  • Het maatje maakt voor de hoofdopleider minimaal 3 x per opleidingsjaar een overdracht (liefst schriftelijk en samen met de aios) over vorderingen, ontdekte lacunes en besproken onderwerpen.
  • Doet zeker 3 x per jaar mee aan een evaluatiegesprek met de aios, met als doel: evaluatie van de organisatie, de samenwerking en afstemming.
  • Aanwezigheid op de paralleldagen is niet nodig, ook als de opleider verhinderd is. Als hij/zij wél komt om de opleider te vervangen is het belangrijk dat het maatje goed geïnformeerd is, zodat een inhoudelijk zinnig docentenoverleg kan plaatsvinden.

3. Scholing

  • Competenties: Een goede dagrapportage kunnen doen, aansluitend bij de leervragen van een aios, en een consultatie volgens de regels der kunst. Bekendheid met de opleidingseisen van de aios. Het is de verantwoordelijkheid van de hoofdopleider om ervoor te zorgen, dat het maatje deze competenties in huis heeft.
  • Deelname aan de maatjesmiddagen, die 1 á 2 x per jaar door HOVUmc georganiseerd worden.
  • Deelname aan het leergangonderwijs is niet verplicht, maar in overleg met teamleider opleidersteam wel mogelijk, mits er voldoende vrije plaatsen beschikbaar zijn.

NB Van een opleider, die een maatje bij de opleiding betrekt (dus maximaal een halve dag per week niet voor de opleiding beschikbaar is) is het noodzakelijk, dat hij/zij tijd in plant voor dagrapportage en overdracht tijdens de werktijden van het maatje. De opleider is er verantwoordelijk voor, dat het maatje de vereiste vaardigheden beheerst.

Scholing en verplichtingen

Overzicht minimale (scholings)verplichtingen

Verplichting A - Duo-opleider B - Maatje
Oriëntatiecursus HOVUmc + -
Erkenning RGS + -
Kan hoofdopleider zijn + -
Leergesprekken dagelijks (één van beiden) max. 1 x per week
Aanwezig op paralleldagen + (één of allebei in overleg met groepsdocenten) -
Deelname leergangen alle leergangen, iig in jaren van het hoofdopleiderschap,

desgewenst beide tegelijkertijd

- facultatief in overleg LG 1 en 2
Maatjesmiddagen - +

Afspraken en afstemming

Aandachtspunten voor afspraken en afstemming tussen betrokken huisartsen (op te nemen in het leerwerkplan van de praktijk)

Samen opleiden vraagt niet alleen overdracht over medisch-inhoudelijke of organisatorische kwesties, maar ook over onderwijskundige zaken, om missers, misverstanden en vooral onduidelijkheden te voorkomen.

Wij hebben gemerkt, dat

  • voor de aios duidelijkheid van groot belang is.
  • zowel een uitstekende sfeer samen als onderlinge spanningen snel door aios worden opgepikt. Wrijvingen kunnen de opleiding makkelijk negatief beïnvloeden.

Hieronder een lijst van punten waarover gesprek, afstemming en afspraken wenselijk blijken zijn.

Het kan leuk zijn en veel opleveren die samen met je collega te bespreken en aan de hand hiervan jullie Leerwerkplan aan te scherpen.

Het lijkt misschien veel, maar het hoeft niet allemaal tegelijk!

Zoek antwoorden op de onderstaande vragen:

  1. Plezier Hoe kan de aios vooral plezier hebben van de verschillen van deze twee huisartsen? Hoe kan zij/hij zoveel mogelijk van beiden leren?
  2. Werkwijzen hao’s Zijn er grote verschillen in werkwijze? (bv in volgen van NHG-standaarden of stijl van werken), die interessant of juist storend kunnen werken voor de aios? Wees ook alert bij grote overeenkomsten – dat kan blinde vlekken opleveren. Wat betekent dit voor het handelen van de aios? (Zij/hij dient zich te houden aan NHG- en andere geaccepteerde richtlijnen, maar dient daarbinnen een eigen stijl te kunnen ontwikkelen.)
  3. Verdeling praktijken Hoe is de verdeling van de praktijken van de huisartsen? Hoe meer gedeeld, hoe prettiger voor de aios, hoe strikter uit elkaar, hoe moeilijker. 2 verschillende locaties kan niet. Als de praktijken 2 verschillende HISsen hebben, lijkt het eveneens niet goed mogelijk. 2 verschillende assistentes, die weinig contact hebben, maakt de situatie erg ongunstig. Dan kan het alleen bij flexibiliteit van de opleiders en van de assistentes. Deze moeten er namelijk voor zorgen, dat de aios continuïteit voor de patiënten die zij/hij ziet kan verzorgen. Dwz bv ook patiënten ‘van de één’ op ‘de dag van de ander’.
  4. Samenwerking hao’s onderling Hoe is de onderlinge samenwerking tussen de twee opleidende huisartsen? Bestaan er meningsverschillen, waarvan de aios last kan krijgen? Zo ja, dan bevelen wij dringend aan, dat goed uit te werken. Vormen jullie een sterke bond? Kan dat bedreigend zijn voor de aios?
  5. Patiënten Wanneer ziet de aios patiënten van welke praktijk? (Het is belangrijk, dat dit in principe altijd van beide praktijken kan, zodat de aios mensen kan terug bestellen, wanneer zij/hij wil). Het is aan te raden goed te bespreken, hoe om te gaan met het vullen van het spreekuur op de dag van de ene hao door patiënten van de andere hao. Het is natuurlijk belangrijk dat de uitkomst hiervan gunstig is voor het leren van de aios.
  6. Consultatie Wie werkt wanneer? Is er voortdurend een hao, die de aios kan consulteren (in principe in persoon) en wie is dat per dagdeel? Hoe kan er geconsulteerd worden voor een patiënt van de andere opleider?
  7. Leergesprek Wie houdt wanneer het leergesprek? Wie doet wat en wanneer (thema, video, observaties, voortgangsgesprekken)? Met wie bespreekt de patiënten met de aios na? (In principe afhankelijk van degene die het leergesprek die dag houdt? Of van de praktijk waar de patiënt vandaan komt? Andere criteria?) Hoe wordt dat georganiseerd?
  8. Overleg over aios Hoe en wanneer is er overleg over de aios tussen de collega’s? Hoe wordt dit kort gesloten met de aios?
  9. Leerproces en evalueren aios Wie is aanspreekpartner voor het instituut? (Kan bij de volgende aios wisselen.) Wie gaat naar de paralleldagen? (Prima als jullie samen willen komen, maar dan even ruggespraak houden met de docenten of de groep niet te groot wordt – voor het geval dat meer koppels samen willen deelnemen.) Invullen ComBeL: bij voorkeur vullen beide opleiders de ComBeL in en leggen die naast elkaar. Doe jullie dat niet, waarborg de inbreng van de ander. Hoe worden de 3-maandelijkse voortgangsgesprekken uitgevoerd? (In elk geval zullen beide opleiders daarbij aanwezig zijn en hebben zij hetgeen aan de orde komt tevoren met elkaar besproken). Wie is er bij het koppelgesprek, bij praktijkbezoeken aanwezig?
  10. Samenwerking met PA en POH Meer hao’s betekent ook vaak meer assistentes en POH’s. Dwz dat er meer communicatie nodig is om hen goed te betrekken bij de opleiding van de aios. Hoe geef je dit vorm? Daarnaast: Als ook de assistentes per praktijk verschillend zijn wat betekent dit voor de samenwerking met hen? Hoe kan de aios met hen een goed functionerende band op bouwen? Hoe weet de assistente welke patiënten zij speciaal bij de aios kan plaatsen? Welke POH leert de aios de relevante zaken op haar terrein?
  11. Strubbelingen Wat bij onenigheid met één van de opleiders, maar niet met de ander? Of met allebei? (De docenten kunnen vaak hulp bieden. Je kunt ook een hao-mentor benaderen, die op afstand staat en jullie privacy in elk geval in acht zal nemen).
  12. Zelfstandige periode Hoe is de grootte van de praktijk en op welke manier wordt te grote drukte voor de aios opgevangen tijdens de zelfstandige periode? (Ga uit van een normpraktijk van 2350 patiënten. In drukke praktijken kan dat al teveel zijn, in rustige praktijken kunnen het evt. iets meer zijn. Voor een 1e jaars max. ca. 25 patiënten per dag, voor een 3e jaars max. ca. 30 per dag.)
  13. Wat nog meer? Welke vragen zijn nog meer relevant in jullie situatie?

Vragen en suggestie?

Voor vragen en suggesties neem contact op met de