Psycho-educatie bij een paniekstoornis cq. paniekaanval: verschil tussen versies

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken
k (Achtergrondinformatie)
 
Regel 129: Regel 129:
 
* Kijk thuis naar het volgende [https://youtu.be/TPbfr8Gwazs YouTube-filmpje kijken waarin uitgelegd wordt wat je '''''niet''''' moet doen bij iemand met een paniekaanval].
 
* Kijk thuis naar het volgende [https://youtu.be/TPbfr8Gwazs YouTube-filmpje kijken waarin uitgelegd wordt wat je '''''niet''''' moet doen bij iemand met een paniekaanval].
 
</accordion>
 
</accordion>
<accordion parent="accordion" heading="Tabel: Diganose-Focus-Angst">
+
<accordion parent="accordion" heading="Tabel: Diagnose-Focus-Angst">
 
{| class="wikitable"
 
{| class="wikitable"
 
|'''Diagnose'''
 
|'''Diagnose'''

Huidige versie van 18 jun 2019 om 12:07


Leerlijn psychische klachten
Auteur

Dick Walstock

Stage

CZ stage
GGZ stage
2e Huisartsstage

KBA

2. Angst- en stemmingsklachten

Competenties

Medisch handelen
Communicatie
Samenwerken
Organiseren
Maatschappelijk handelen
Kennis en wetenschap
Professionaliteit

Toepassing

Praktijkleren
Zelfstudie

Relevantie

Angststoornissen (m.n. paniekaanvallen) komen veel voor en veroorzaken veel angst en onrust bij patiënten én dokters. Eenvoudigweg geruststellen is over het algemeen niet effectief. Psycho-educatie is de eerste én de belangrijkste stap in de behandeling van paniekaanvallen.

De ‘cirkel van Clark’ is hét verklaringsmodel uit de CGT voor angststoornissen. De ‘paniekboot’ is een variatie hierop en is een toegankelijk hulpmiddel voor de huisarts bij de uitleg aan patiënten.

Doelen

  • De aios kan aan een patiënt uitleggen wat een paniekaanval is en hoe deze ontstaat.

Subdoelen

  • De aios kent de paniekcirkel en begrijpt hoe hiermee een paniekaanval te verklaren is.
  • De aios kan met behulp van een tekening (van de paniekboot) de patiënt de vicieuze cirkel uitleggen die speelt bij een paniekaanval.
  • De aios kan het concept ‘catastrofale misinterpretatie’ of ‘denkfout’ aan de patiënt uitleggen en daarmee de patiënt handvatten geven om in de toekomst paniekaanvallen zelf in de kiem te smoren.

Gebruiksaanwijzing

Deze bouwsteen is bedoeld voor TKD-onderwijs en bestaat uit 2 onderwijsactiviteiten. Onderwijsactiviteit 1 zorgt middels zelfstudie en relevant beeldmateriaal voor het opdoen van kennis en de verdieping in angststoornissen/paniekaanvallen. Bij onderwijsactiviteit 2 wordt opgedane kennis middels een presentatie door een docent verder belicht en tot slot geoefend in rollenspellen.

Onderwijsactiviteit 1

Thuis video bekijken

Onderwijsactiviteit 2

Onderstaande onderwijsactiviteit wordt met name gegeven door docenten van de terugkomdag.

Inleiding aan de hand van powerpointpresentatie:

  • Zie powerpoint
  • Algemene informatie over epidemiologie, diagnostiek en inleiding op oefenen

Bekijk de demonstratie-video met uitleg aan de patiënt:

  • In dit fragment (red: volgt) legt de huisarts aan een buschauffeur die, de avond ervoor in de bus, een paniekaanval heeft gehad uit, wat een paniekaanval is aan de hand van de paniekcirkel.
  • Overleg in tweetallen: Wat doet de huisarts ánders dan wat je op de Youtube-filmpjes gezien hebt?

Oefenen d.m.v. rollenspellen:

  • Op een van de dia’s in de presentatie staat een eenvoudige casus van een buschauffeur met een paniekaanval. Dit is een prima casus om te oefenen. Het is, bij het aanleren van nieuwe vaardigheden, goed om te beginnen met een eenvoudige casus. Pas als je dat goed af gaat kun je proberen of het ook lukt bij ingewikkeldere casuïstiek.
  • Oefenen in tweetallen:
    • Oefen 10 minuten, bespreek na en wissel vervolgens van rollen. Start het rollenspel bij het geven van de uitleg, sla de rest van het consult over!
    • Inventariseer als docent wat goed gaat en wat lastig is? Geef tips en ‘voorbeeld-zinnen’.
    • Nog een ronde van 2x10 minuten oefenen en wederom inventariseren.

Afsluiten en evalueren:

  • Noem één of twee zinnen die je vandaag geleerd hebt en die handig en effectief is bij het uitleggen aan de patiënt hoe een paniekaanval ontstaat/verloopt..

Achtergrondinformatie

Inleiding:

  • Angstklachten en angststoornissen komen veel voor (zie cijfers epidemiologie) maar patiënten gaan er lang niet altijd mee naar de huisarts.
  • Als ze dat wel doen worden de klachten vaak ‘verpakt’ in lichamelijke klachten en daardoor soms niet (meteen) onderkend door de huisarts. Wees daarom bedacht op angstproblematiek bij de volgende punten:
    • Frequent spreekuur-bezoek en ‘vage’ klachten kunnen een aanwijzing zijn voor angstproblematiek.
    • Angstklachten zie je vaak als comorbiditeit bij depressie
    • C2H5OH-gebruik en vraag om kalmerende medicatie.
    • Ongeveer 40% van de patiënten op een CCU hebben POB als gevolg van een paniekaanval. Tevens is het zo dat paniekaanvallen frequent voorkomen bij patiënten (40%) met een bekende angina pectoris.
    • Goede uitleg (psycho-educatie) is de hoeksteen van de eerste behandeling van paniek-klachten.

Uitleg mbv de paniekboot (een variant op de paniekcirkel van Clark):

Rationale achter de ‘paniekboot’:

  • De paniekcirkel van Clark is hét model dat in de CGT gebruikt wordt om uit te leggen hoe een paniekaanval ontstaat/verloopt. De paniekcirkel houdt geen rekening met de omstandigheden waarin een paniekaanval ontstaat. Terwijl er vaak in het ‘leven’ van de patiënt aanknopingspunten zijn waarom de paniekaanval op dát moment optreedt.
  • De boot is gekozen als handig beeld, als een voor de patiënt gemakkelijk te begrijpen analogie. De uitleg kan vergezeld worden van een tekening. Deze tekening kan na afloop van het consult aan de patiënt meegegeven worden om thuis uit te leggen wat een paniekaanval is……
  • Bij een paniekaanval wordt de patiënt overspoeld door angst, het bootje kapseist als het ware. Een ‘catastrofale misinterpretatie’, in andere woorden een denkfout, speelt een belangrijke rol daarbij. Wordt deze gedachte vervangen door een ‘helpende gedachte’, dan blijft het bootje gewoon drijven…..

Uitleg aan de patiënt:

  • Vraag aan de patiënt of je zult proberen uit te leggen wat er gebeurd tijdens zo’n aanval…?
  • Teken een bootje zoals in de figuur: met een driehoekig zeil en golven.
  • Leg uit waar het deel ‘onder water’ voor staat. Dat gedeelte staat voor al het gene wat er op dát moment speelt in het leven van de patiënt en wat een bijdrage kan leveren aan het verklaren of snappen van de paniekaanval op dát moment. Het gaat om allerhande zaken die beroering in het leven teweeg brengen:
    • Drukte, stress, vermoeidheid, opwinding, zorgen, recente gebeurtenissen, ziekte van bekenden, etc.
    • Het zijn zaken die wél spelen, maar op de achtergrond (= onder water). Zaken waar de patiënt niet de hele tijd mee bezig is, zich misschien niet eens van bewust is, maar mogelijk wél een rol spelen.
    • Ook lichamelijke sensaties, zoals een versnelde hartslag of ademhaling bij opwinding, een nachtmerrie, noem maar op….
    • Vraag de patiënt allerhande zaken te noemen die ‘onder water zitten’ en schrijf deze op de tekening.
    • Ga dan naar het moment van de recente paniekaanval:
      • Nu wil ik graag weten wat er gisteravond gebeurde: welke lichamelijk klachten had u allemaal? Dit eerst allemaal in de tekening opschrijven, helemaal afronden.
      • Ik zou graag van u willen weten wat u daarbij dacht? Wat ging er door uw hoofd? Patiënten zeggen soms niet uit zichzelf dat ze bang waren dood te gaan. Dat mag je ze dan wel gericht naar vragen. Gedachten in de tekening opschrijven. Het is van groot belang om lichamelijke verschijnselen en gedachten te scheiden van elkaar en ook apart te bespreken en te noteren.
      • Vraag of de patiënt begrijpt dat dit soort heftige gedachten een enorme angst(reactie) oproepen?
      • Vraag aan de patiënt of hij weet (aan de hand van eerdere ervaring) wat de lichamelijke verschijnselen van angst zijn? Schrijf al deze verschijnselen op.
      • Vaak ontdekt de patiënt zelf al dat er een grote overeenkomst is tussen dit lijstje en de klachten tijdens de paniekaanval. Vraag anders of de patiënt de overeenkomst ziet en het herkent.
      • Kenmerken van een goede uitleg zijn:
        • Duidelijke structuur: rond eerst het deel ‘ onder water’ af en ga dan pas naar de volgende stap. Eerst álle lichamelijke verschijnselen uitvragen en daarná pas de gedachten.
        • Probeer de patiënten niet te overtuigen!
          • Gebruik zinnen als: ‘Klopt het dat…?’ en ‘Kunt u zich voorstellen dat …..?’
  • Het is belangrijk goed ‘feeling’ te houden met de patiënt: snapt hij het echt of zegt de patiënt alleen maar ‘ja, ja…’? Check dat voortdurend.
  • Op de vraag ‘Weet u héél zeker dat het niks met mijn hart is?’ kun je op verschillende manieren antwoorden:
    • Já, heel erg zeker!! (meestal werkt dat niet zo goed….)
    • Tja, er is natuurlijk een hele kleine kans dat er toch wat aan de hand is met uw hart….. (Tja, dan ben je waarschijnlijk aan de beurt: verwijzing cardioloog…..)
    • Of je stelt een tegenvraag: ‘Hoe zeker weet u dat u straks, als u in uw auto stapt, geen ongeluk krijgt en doodgereden wordt? Die kans is niet nul, maar wel héél erg klein, nietwaar?? En toch stapt u zo heel gewoon in uw auto…. Wel, de kans op een hartinfarct bij u schat ik kleiner dan de kans dat u een auto-ongeluk krijgt….

Psycho educatie do’s and dont’s: Wat moet je vooral níet zeggen tegen iemand met een paniekaanval?

Onderwijsdoel:

  • De aios weet wat je niet moet zeggen bij de uitleg aan een patiënt met een paniekaanval.

Subdoelen:

  • De aios kent een leuk en geschikt filmpje dat gebruikt kan worden om aan partners/familie van mensen met paniekaanvallen uit te leggen wat ze wel en niet moeten doen tijdens aan paniekaanval van hun partner/familielid..

Toelichting:

  • Paniekaanvallen komen vaak voor. Partners, familieleden of vrienden die er getuige van zijn zeggen dan vaak doe maar rustig aan, er is niks aan de hand, wees niet bang etc. Vaak werkt dat als olie op het vuur.
  • In dit Youtube/filmpje wordt, door een ervaringsdeskundige, uitgelegd hoe dat komt en wat je wél kunt zeggen.

Onderwijsactiviteit:

Diagnose DSM-omschrijving Focus van angst
Paniekaanval Begrensde periode van intense angst/onbehagen met 4 of meer van de onderstaande symptomen:
  • Hartkloppingen, hartbonzen, snelle hartslag
  • Transpireren
  • Trillen/beven
  • Gevoel ademnood/stikken/naar adem snakken
  • Pijn of onaangenaam gevoel op de borst
  • Misselijkheid/buikklachten
  • Duizeligheid, onvastheid, licht in het hoofd of flauwte
  • Derealisatie (gevoel van onwerkelijkheid) of depersonalisatie (gevoel los van zichzelf te staan)
  • Paresthesiën, opvliegers of koude rillingen
Angst voor controleverlies, gek worden, flauw vallen, dood gaan,  
Paniekstoornis

 

Recidiverende onverwachte paniekaanvallen, met na ten minste één van de aanvallen gedurende één maand of langer één of meer van de volgende:
  • Voortdurende ongerustheid over het krijgen van een volgende aanval
  • Bezorgdheid over de consequenties van de aanval (b.v. verliezen zelfbeheersing, gek worden, hartaanval krijgen)
  • Een belangrijke gedragsverandering in samenhang met de aanvallen.
  • Afwezigheid van agorafobie
  • Anticipatie angst
Angst voor controleverlies, gek worden, flauw vallen, doodgaan 
Agorafobie

 

Angst op een plaats of in een situatie te zijn waar ontsnappen moeilijk kan zijn of waar geen hulp geboden kan worden in het geval men een paniekaanval krijgt. (karakteristieke situaties zijn: te midden van een massa, op een brug staan, wachten in een rij, reizen met bus, trein, auto)

Deze situaties worden vermeden of alleen doorstaan met duidelijk lijden, angst voor een paniekaanval of paniekgevoelens.

Angst niet te kunnen ontsnappen of dat geen hulp geboden kan worden
Sociale fobie

 

Hevige aanhoudende angst voor situaties waarin men wordt blootgesteld aan een mogelijk kritische blik van anderen. Specifieke vorm: angst gekoppeld aan specifieke situatie. Gegeneraliseerde vorm: in meerdere situaties. Negatieve beoordeling door anderen
Specifieke fobie Hevige aanhoudende angst voor een specifiek object of een specifieke situatie. Specifiek object/situatie
Gegen. angststoornis Buitensporige aanhoudende angst of bezorgdheid gepaard gaande met symptomen als piekeren, rusteloosheid, vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, sperspanning en slaapproblemen Voortdurend piekeren over de toekomst, over meerdere levensgebieden of alle narigheid die het leven kan voorkomen
PTSS Herbelevingen van een traumatische gebeurtenis, het vermijden van prikkels die bij het trauma horen, verhoogde prikkelbaarheid, overdreven schrikreacties en/of concentratieproblemen. Herbeleving van een traumatische gebeurtenis
hypochondrie Aanhoudende angst een ernstige ziekte te hebben. Ernstige lichamelijke ziekte
OCS Terugkerende en hardnekkige gedachten, impulsen of voorstellingen (obsessies), en/of dwanghandelingen (compulsies). Vermijding van intrusieve gedachten

Dwanghandelingen om angst te vermijden

De bouwstenen in de leerlijn psychische klachten

De leerlijnen

Kort Spoed Chron Ouderen Kind Psych SOLK Pall Preventie Praktijk


Medisch handelen Communicatie Maatsch. handelen Wetenschap Professionaliteit Diversiteit
Korte episode zorg
Spoedeisende zorg
Chronische zorg
Complexe ouderenzorg
Zorg voor het kind
Psychische klachten
SOLK
Palliatieve zorg
Preventie
Praktijkmanagement


Medisch handelen
Communicatie
Maatschappelijk handelen
Wetenschap
Professionaliteit
Diversiteit