Toetsprogramma HOVUmc

Uit Wiki HOVUmc
Versie door Jae Klaasen (overleg | bijdragen) op 24 apr 2019 om 12:20
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken


Toetsprogramma

Adjunct hoofd
Harry Schleypen

Onderwijscoordinator
Chris Rietmeijer

Regelgeving

Toetsprogramma onderdelen

De Huisartsopleiding van het VUmc leidt artsen op tot vakbekwame, competente huisartsen. Ze moet in staat zijn om het niveau van functioneren van de aios te toetsen. Toetsen is daarom één van de speerpunten van de opleiding en dat geldt in hoge mate voor alle acht huisartsopleidingen in Nederland. Dat impliceert dat we over instrumenten beschikken om te toetsen of dat gelukt is.

De leidraad voor de toetsing is het Competentieprofiel van de huisarts. De aios maakt zich tijdens de opleiding de competenties eigen, mede aan de hand van de in het Landelijk opleidingsplan huisartsgeneeskunde genoemde opleidingsthema’s en kenmerkende beroepsactiviteiten (KBA’s).

De huisartsopleiding heeft gekozen voor een programmatisch toetsbeleid. Hierbij wordt gekeken naar het geheel van toetsen, observaties en feedback en niet naar de afzonderlijke toetsen als een examen op zich. Programmatisch toetsen heeft als doel om enerzijds het leren van de aios te stimuleren en anderzijds de besluitvorming over de voortgang te optimaliseren.

Educatieve en selectieve toetsing zien we niet als gescheiden, elkaar uitsluitende vormen van beoordeling. Ze liggen in elkaars verlengde. Toetsing vindt plaats op kennis en vaardigheid, en vooral op het feitelijk handelen van de aios in de praktijk.

Regelmatige educatieve toetsen en feedback vormen de bouwstenen voor de overall beoordeling van de aios. Hierop worden de (selectieve) voortgangsbeslissingen gebaseerd.

De toetsing in de huisartsopleiding is bindend vastgelegd in het hoofdstuk Protocol Toetsing en Beoordeling in de Huisartsopleidingvan

  1. Landelijk opleidingsplan
  2. Landelijk toetsplan

Het voorliggende Toetsprogramma is de lokale uitwerking hiervan en is geldig voor aios die de opleiding gestart zijn na 1 januari 2017.

Voor de aios die vóór 1 januari 2017 met de opleiding zijn gestart geldt het Protocol Toetsing en Beoordeling in de Huisartsopleiding 2011, het Landelijk Toetsplan 2011 en het Toetsprogramma 2013.

Lerenden hebben weinig profijt van alleen cijfermatige feedback: feedback dient daarom bij voorkeur narratief en veelzeggend te zijn, met voldoende specificiteit. De effectiviteit van feedback neemt toe als dit gerelateerd wordt aan een professionele standaard. Feedback richt zich op observeerbaar gedrag. Feedback op persoonskenmerken, met name die aspecten die relatief onveranderbaar zijn, is zelden effectief .

Omdat de invulling van de huisartsopleiding vooral steunt op de leerervaringen die de aios in de opleidingspraktijk mee maakt, start daar ook de selectie van die prestaties die voor beoordeling in aanmerking komen. Wij vragen aan de aios een zorgvuldige selectie te maken van de prestaties die zij ter beoordeling voorleggen. Aan de beoordelaars (opleiders en docenten, maar soms ook ‘peers’) vragen we om deze selectie te wegen: zijn de prestaties inderdaad veelzeggend? Zijn ze representatief voor de fase van opleiding? Wat zeggen ze over het niveau van ontwikkeling?

Het stellen van deze vragen (en het beantwoorden ervan) leidt tot een relevante selectie van betekenisvolle prestaties én bevordert een heldere communicatie over de voorwaarden waaraan aios moeten voldoen om een voldoende beoordeling te krijgen.

Harry Schleypen,

Adjunct Hoofd Huisartsopleiding VUmc, portefeuillehouder Toetsing


1. Toetsprogramma

Geeft het kader van dit Toetsprogramma, introduceert het begrip Kenmerkende Beroepsactiviteiten (KBA), inventariseert de vigerende toetsen en geeft richtlijnen voor beoordelaars.

In dit Toetsprogramma beschrijven we voor alle betrokkenen (aios, opleiders en docenten) hoe de beoordeling van aios Huisartsgeneeskunde bij HOVUmc wordt ingevuld. Toetsing is het verzamelen van informatie over het leren en de competentieontwikkeling van de aios, met als doel de ontwikkeling van de aios in beeld te brengen en zo nodig het leren bij te sturen. Toetsing en feedback zijn gericht op de competentieontwikkeling van de aios. Leidraad hierbij zijn de vragen: wat wordt er van je verwacht (‘feedup’), waar sta je nu (‘feedback’) en welke stappen moet je nog nemen om verder te komen (‘feedforward’).

In dit toetsprogramma worden de criteria beschreven die beoordelaars kunnen gebruiken voor de beoordeling van de prestaties van de aios. Het Toetsprogramma beschrijft de toetspraktijk van de Huisartsopleiding en is een nadere uitwerking van twee belangrijke bron- documenten: # Landelijk opleidingsplan Het Landelijk opleidingsplan 2016 met daarin het protocol toetsing en beoordeling is een door de RGS vastgesteld document, waarin vastgelegd is aan welke voorwaarden de opleiding en toetsing van aios huisartsgeneeskunde moet voldoen. Het landelijk opleidingsplan wordt nader uitgewerkt in een lokaal opleidingsplan. # Landelijk Toetsplan 2016 Het Landelijk Toetsplan 2016 beschrijft de visie op toetsing en de uitvoering van de verplichte toetsen. Ook worden suggesties gedaan voor aanvullende toetsen. In het Landelijk Toetsplan 2016 wordt betoogd dat veelvuldig en veelsoortig toetsen door verschillende beoordelaars de beste waarborg biedt voor beoordeling. Het voorliggende Toetsprogramma is een nadere uitwerking van deze twee landelijke documenten en vormt zo het derde element in de regelgeving rond Toetsing en Beoordeling. Het document verwoordt onze inhoudelijke visie op de manier waarop toetsen op de huisartsopleiding VUmc concreet gestalte krijgt.

We onderschrijven de visie op toetsing, zoals geformuleerd in het Landelijk toetsplan 2016: streef naar veel en veelsoortig toetsten en plaats werkplektoetsen daarbij centraal. Het is onze ambitie om zo veel mogelijk te toetsen aan de hand van concrete prestaties van de aios, op de stageplek en tijdens het cursorisch onderwijs. In het Toetsprogramma brengen we de toetsen en instrumenten in kaart die beoordelaars (opleiders en docenten) hierbij kunnen inzetten.

Tijdens de opleiding verwerft de aios de competenties van de huisarts aan de hand van 10 opleidingsthema’s. Deze thema’s zijn representatief voor de taakgebieden die relevant zijn voor het beroep huisarts. Per thema is beschreven welke kenmerkende beroepsactiviteiten (KBA’s) daarbij horen. Een KBA beschrijft op gedragsniveau het handelen van de huisarts en vereist geïntegreerde toepassing van meerdere competenties uit verschillende competentiegebieden. Wij beschouwen de KBA als een belangrijk hulpmiddel in de opleiding. Hieronder vermelden we de 10 actuele opleidingsthema’s. Voor een nadere uitwerking verwijzen we naar de website huisartsopleiding Nederland. * korte episode zorg * spoedeisende zorg * chronische zorg * zorg voor ouderen met complexe problematiek * zorg voor het kind * zorg voor patiënten met psychische klachten en aandoeningen * zorg voor patiënten met SOLK * palliatieve en terminale zorg * preventie * praktijkmanagement De KBA’s beschrijven op gedragsniveau welke vaardigheden van de aios verwacht worden. Daarbij is van belang om contextfactoren te betrekken. Elke situatie is immers weer anders. Een spoedeisende situatie stelt bijvoorbeeld andere eisen aan de communicatie dan een preventie- consult.

Welke prestaties van de aios zijn relevant? We noemen hieronder 6 criteria. De eerste vijf sluiten aan bij de ervaring van opleiders en docenten. Ze sluiten ook aan bij de criteria die Ten Cate e.a. formuleren voor het identificeren van een KBA. We voegen daaraan nog een 6e criterium toe, gericht op de bewijskracht van de prestatie van de aios.

Hiermee laat de aios zien dat hij zich bewust is van de ontwikkeling die hij doormaakt.

Een prestatie van de aios is geschikt voor beoordeling als: # ze een door de beroepsgroep erkend onderdeel vormt van het professionele werk (zoals geformuleerd in de opleidingsthema’s en de KBA’s) # ze leidt tot een herkenbare / erkenbare output (product i.p.v. proces) # ze specifieke kennis, vaardigheid en attitude vereist (zoals geformuleerd in de competentiegebieden) # ze zelfstandig uitvoerbaar is in gelimiteerde tijd (als afgeronde prestatie herkenbaar en beoordeelbaar is) # ze observeerbaar / beoordeelbaar is (in gedragstermen en niet in bedoelingen) # ze relevante competentie(s) vereist (relevant en veelzeggend is voor het gekozen leerdoel)

De praktijk leert dat het heel goed mogelijk is om samen met opleiders ‘achteraf’ relevante prestaties als KBA’s te identificeren. De formulering van de onderwijsthema’s en de KBA’s vergemakkelijkt het om praktijkervaringen te selecteren en zodoende als veelzeggende toets te benutten. We hebben hiervoor de metafoor van het ‘parelvissen’ gekozen. KBA’s zijn geen afvinklijsten, maar een hulpmiddel bij het toetsen en beoordelen waarmee het niveau van functioneren van de aios inzichtelijk wordt.

Pas nadat een prestatie geaccepteerd is voor beoordeling waardeert de beoordelaar de prestatie. Welke beoordelingsschalen gebruiken we daarbij?

In de vakliteratuur wordt bij de beoordeling door opleiders / expert in praktijkopleidingen een voorkeur uitgesproken voor een zogenaamde ‘verwacht niveau’- schaal (zie hieronder).

Experts vormen zich in eerste instantie een globaal oordeel over een prestatie, passend bij het verwachte niveau. Nadat die globale inschatting heeft plaatsgevonden, is het soms wenselijk om een preciezere inschatting te maken (in ‘rapport’- cijfers).

Door de grenswaarden (onder, op of boven het verwachte niveau) toe te kennen kan de beoordelaar zichtbaar maken hoe iemand binnen deze 3 hoofdcategorieën scoort. Met deze informatie is het mogelijk om in een voortgangsgesprek een trend te kunnen vaststellen. De beoordelaar geeft de aios daarmee extra feedback. Belangrijker dan de keuze voor de te hanteren schaal is echter de kwaliteit van de toelichting: de narratieve feedback. (bron: Tijdschrift voor Medisch Onderwijs, volume 29, juni 2010, supplement 3)

Onbeoordeelbaar Onder verwacht niveau

[Onvoldoende]

Volgens verwacht niveau

[Voldoende]

Boven verwacht niveau

[Uitstekend]

0 4 5 6 7 8 9 10

Hieronder worden verschillende voorbeelden beschreven van prestaties die de aios levert en die beoordeeld kunnen worden. Deze prestaties, toetsen en beoordelingsmomenten zijn in drie categorieën onderverdeeld, afhankelijk van de fysieke plek waarin ze geleverd worden. Niet alle prestaties zullen in alle stages aan bod komen. Bij aanvang van de stage worden hierover afspraken gemaakt met de docenten.

Bij het beoordelen ervan vormt de beoordelaar zich een beeld. In dit Toetsprogramma leggen wij vast dat dit beeld vervolgens wordt geconcretiseerd met behulp van de beoordelingsschaal ‘verwacht niveau’.

  • 1. KPB (Korte Praktijk Beoordeling)
    *Relevantie van het onderwerp (thema module, DART-N/IOP) *Feedback op een praktische vaardigheid van verschillende collega’s *KPBs aanbieden aan de docent ter bespreking *Aios analyseert de feedback en formuleert verbeterpunten *De stageopleider beoordeelt de KPB, de docent registreert de inbreng van de KPBs
  • 2. Beoordeling Diensten a.h.v. checklist zelfstandig dienstdoen huisartsstage
    *Consultarts HAP *Visitearts HAP *Telefoonarts HAP *Diensten in de huisartspraktijk *Diensten in de overige modules (voor zover van toepassing
  • 3. Inbreng reflectieronde
    *Aanleiding: situatie- prikkel- vraag (reflectiecyclus doorlopen) *Resultaat reflectie + vervolgstappen benoemen *Terugkoppeling van vervolgstappen *Stelt helpende en verdiepende vragen aan anderen *Toont inzicht in betekenis van de individuele bijdrage in het groepsproces
  • 4. Keek op de week
    *Relevantie van het thema *Uitnodigend voor discussie *Resultaten van discussie benoemen
  • 5. Presentatie zorgplan (CZ stage)
    *Relevantie van het onderwerp (thema module, DART-N/IOP) *Beschreven volgens SAMPC model *Inleveren van het verslag bij de docenten
  • 6. Beoordeling reflectieverslag supervisie
    *Reflecteren over de eigen persoon in relatie tot de sociale omgeving *Inzicht hebben of kunnen ontwikkelen in het effect van de eigen persoon op het werk *Consequenties verbinden aan eigen mogelijkheden en beperkingen *Sturing kunnen geven aan het eigen circulaire leerproces
  • 7. [Leerlijn kennis en wetenschap|Opdracht Wetenschappelijke Vorming]: Critical Apraised Topic (CAT)
    De inhoudelijke onderbouwing van het huisartsgeneeskundig denken en handelen is gedurende de opleiding een voortdurend aandachtspunt. Het staat centraal bij de opdracht om naar aanleiding van een eigen casus een CAT te presenteren. *Algemene check Evidence based werken door docenten bij alle presentaties *Opdracht wetenschappelijke vorming, beoordeeld door expert
  • 8. Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoets (LHK)
    De LHK wordt om de 6 maanden landelijk afgenomen en is gericht op vakinhoudelijke kennis. De score van de aios wordt bepaald ten opzichte van het landelijke gemiddelde van het cohort waartoe de aios behoort. *Deelname aan alle kennistoetsen gedurende de gehele opleiding is verplicht *De LHK wordt beoordeeld door het landelijke bureau toetsing *Bij onvoldoende score volgt nadere analyse door opleider en aios t.a.v. kennislacunes *Eenmalig kan een herkansingstoets aangeboden worden *Op indicatie wordt een procedure nadere toetsing uitgevoerd. Deze kan bestaan uit een (combinatie van) een mondelinge (diagnostische toets) en/ of een praktijktoets, gericht op beheersing van vakinhoudelijke kennis.
  • 9. Kennis over Vaardigheden toets (KOV)
    De KOV toets is een educatieve toets, gericht op kennis van medisch technische vaardigheden die een plek hebben in de huisartsgeneeskunde. De toets wordt afgenomen na circa 4 maanden in de 1e Huisartsstage.
  • 10. STARtclass
    *Scenario toets STARtclass deel 1 *Scenario toets STARtclass deel 2 *BLS/ AED toets op de Huisartsenpost in de 2e huisartsenstage
  • 11. Consult bespreking
    De aios levert gedurende de 1e en 2e huisarts stage meerdere keren een consultopname ter bespreking aan bij de opleider en de docenten. Het consult moet passen bij een actueel leerdoel. Daarbij licht de aios toe: *de relevantie van het fragment (thema kwartaal, DART-N/IOP) *de keuze/ selectie van het (deel)fragment(en) *de focus van de gewenste feedback *de reflectie op de verkregen feedback/ formuleren van de oogst van de bespreking
  • 12. Consultvoerings (CV) Toetsen (zie voor uitwerking: Bijlage 2 )
    Gedurende de opleiding ontvangt de aios op meerdere momenten individuele feedback op de vorderingen in de consultvoering. In de 1e huisarts stage *Na 3 maanden in de wordt de Pre-toets consultvoering afgenomen *Na 6 maanden volgt de Basisconsultvoeringstoets. In de 2e huisarts stage *na 4 maanden opnieuw een pre-toets afgenomen *na 8 maanden de context specifieke Consultvoeringstoets.
  • 13. Opdrachten presenteren (per module gedefinieerd)
    De aios kiest, op basis van het thema dat op dat moment centraal staat, een leerdoel en presenteert de resultaten daarvan aan de opleider en/ of de docent. Tijdens het onderwijs dat door de aios aan de groep wordt gegeven, presenteert de aios de resultaten van een opdracht aan de mede aios. De beoordelingscriteria zijn: *Relevantie van het thema (thema trimester, DART-N/IOP) *Werkwijze/ plan van aanpak *Resultaten van de opdracht *Reflectie op de werkwijze/ overstijgende leerervaringen
  • 14. Door Aios gegeven onderwijs: casus/ thema
    *Relevantie van het onderwerp (thema trimester, DART-N/IOP) *Toelichting op inhoud en werkwijze *Presentatie van de resultaten *Reflectie op de resultaten/ overstijgende leerervaringen
  • 15. Peerassessment (in duo’s)
    *In duo’s afleggen van een wederzijds praktijkbezoek *Benoemen aandachtspunten observatie *Feedback geven aan maatje *Reflectie op feedback en formuleren van leerdoelen Bij verschillende van de hierboven beschreven toetsen presenteert de aios iets in de groep. Degelijke presentaties illustreren de vaardigheden die deel uitmaken van de competentie ‘Kennis en wetenschap’. Ze hebben nadrukkelijk ook een didactische kant. Daarom wordt door de peers en de docent ook feedback gegeven op de onderstaande didactische criteria: *waardering van de prestatie w.b. professionaliteit en vakinhoudelijk niveau *inhoudelijk niveau: EBM / relevante bronnen gebruiken *kwaliteit van de voorbereiding en organisatie, voorafgaand aan de presentatie *kwaliteit van de procesbegeleiding tijdens de presentatie *de mate van interactie: vraaggestuurd? Aansluitend bij vragen van de deelnemers? *kwaliteit van de didactische vaardigheid: activerend? Passende werkvormen?


2. Regelgeving

Beschrijft de regelgeving rondom het Protocol Toetsing en Beoordeling en beschrijft de verplichte documenten in het Beoordelingsdossier.

In de huisartsopleiding vindt regelmatig toetsing en beoordeling plaats over het functioneren van de aios. De uitvoering is beschreven in het Protocol Toetsing en Beoordeling 2016: Hieronder wordt de uitwerking van de procedure beschreven.

Het bijhouden van het ontwikkelingsdossier is de verantwoordelijkheid van de aios, evenals het inzichtelijk maken voor derden. Met het tekenen van de opleidingsovereenkomst verplicht de aios zich gedurende de opleiding de beoordelende docenten en opleiders, alsmede het hoofd van de opleiding, toegang te verlenen tot het hele portfolio: zowel het beoordelingsdossier als het ontwikkelingsdossier. Het portfolio bevat de volgende onderdelen:

De uitslagen van de selectieve beoordelingen worden opgeslagen in het Beoordelingsdossier. De aios nodigt de beoordelaars uit om de betreffende uit het e- portfolio in te vullen. Nadat de beoordelaar het advies heeft afgerond wordt dit formulier afgesloten en opgeslagen in het beoordelingsdossier.

Doel: selectieve beoordeling
Input t.b.v. selectieve beslissing Actoren
Opleider Docent hoofd
1 uitslagen LHK (2x)
2 Voortgangsadvies 1 + +
3 Voortgangsadvies 2 + +

Legenda: + = beoordeling / = beslissing

Beoordelingsprocedures

In het Protocol toetsing en beoordeling van de Huisartsopleiding staan de beoordelingsprocedures per jaar beschreven. De belangrijkste onderdelen zijn:

Voortgangsgesprek en beoordeling tijdens de 1e en 2e Huisartsstage

Minimaal drie keer per jaar voeren de opleider en de docent een voortgangsgesprek met de aios. In de praktijk betekent dit dat er ongeveer elke drie of vier maanden een voortgangsgesprek is. Deze frequentie van voortgangsgesprekken is verplicht . Het staat de opleider, de docent of het hoofd vrij om – mits gedocumenteerd - de frequentie te verhogen, als daar redenen voor aanwezig zijn.

Voortgangsgesprek en beoordeling tijdens de CZ, GGZ en Klinische stage

Tijdens de stage voeren de stageopleider en docent een voortgangsgesprek met de aios aan de hand van een ingevulde ComBeL (Competentie Beoordelings Lijst). Aan het eind van elke stage beoordeelt de stageopleider of de aios de stage met voldoende resultaat heeft afgerond en doet daarvan verslag.

Voortgangsbeslissing door het hoofd van de opleiding

Op basis van de voortgangsgesprekken adviseert de docent het hoofd over de voortgang van de aios. Op basis van de stagebeoordelingen en het advies van de docent neemt het hoofd een besluit over de voortgang van de opleiding.

De aios is verantwoordelijk voor het vullen en bijhouden van het beoordelingsdossier in het e-portfolio. Het hoofd van de opleiding beslist op basis van deze gegevens volgens het Protocol Toetsing en Beoordeling. De inhoud van het traject en de beoordeling bij de beslissing “procedure nadere toetsing” wordt per aios bepaald. Bij de beoordeling kunnen alle genoemde en op maat gemaakte toetsinstrumenten worden ingezet.

In het beoordelingsdossier worden de resultaten van de onderstaande toetsen opgenomen:

LHK (Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoets)

De uitslagen van de LHK toetsen worden geregistreerd in het beoordelingsdossier: onvoldoende – voldoende – goed.

Consultvoering

De docent geeft op vastgestelde momenten in 1e Fase en 2e Fase een beoordeling over de kwaliteit van de arts- patiënt communicatie door de aios. De uitslag wordt gearchiveerd in het beoordelingsdossier.

Diensten Het is de verantwoordelijkheid van het opleidingsinstituut om te toetsen of de door de aios bijgehouden Registratie diensten en de door de opleider en aios opgestelde bekwaamheidsverklaringen voldoen aan de eisen die door het opleidingsinstituut zijn gesteld. Zie hiervoor de Leidraad diensten en de bekwaamheidsverklaring in het e-portfolio (voorbeeld formulier)

De bekwaamheid van de aios om zelfstandig dienst te doen wordt door de opleider en de coördinator op de Huisartsenpost (indien beschikbaar) beoordeeld. De uitslag wordt geregistreerd in het e-portfolio. In deze procedure gelden de volgende termijnen:

  • De bekwaamheidsverklaring consultarts dient aan het eind van de 1e Huisartsstage te zijn behaald.
  • De bekwaamheidsverklaring visitearts en telefoonarts dienen aan het eind van de 2e Huisartsstage zijn behaald.

Overzicht

Item Beoordelingsdossier Instituut e-portfolio Portfolio (beoordelingsdossier)
LHK Uitslag Uitslag en formulieren
Adviezen Uitslag + of - Uitslag en formulieren
Diensten Uitslag beoordeling Uitslag en formulieren
APC Uitslag Uitslag en formulieren

In het ontwikkelingsdeel van het e-portfolio verzamelt de aios alle documenten die illustratief zijn voor het presteren van de aios. Het analyseren van deze prestaties geeft de docent en de opleider informatie over de verrichte leeractiviteiten en de behaalde doelen.

De aios start de volgende fase af met een overdrachtsdocument. De aios legt het concept overdrachtsdocument voor aan de opleider en de docenten van de huidige fase en verwerkt de feedback. De aios stelt het overdrachtsdocument bij aanvang van de volgende fase beschikbaar aan de ontvangende opleider en docenten.

Onderdelen uit het Protocol Toetsing en Beoordeling

  • Verslagen van alle voortgangsgesprekken
  • De beoordelingen van diensten en consultvaardigheden
  • Deze onderdelen zijn verplicht.

Onderdelen met achtergrondinformatie (facultatief)

  • Het curriculum vitae
  • De sollicitatiebrief voor de huisartsopleiding

Overige producten die het leerproces inzichtelijk maken

  • Proeven van bekwaamheid (opnames van consulten, presentaties, reflecties e.d.)
  • Referenties

Scholing

De aios dient per opleidingsjaar minimaal 40 dagen cursorisch onderwijs te volgen en dient dit zelf te registreren. Een format voor verslaglegging is aanwezig en dient afgetekend te worden door de docenten. Het opleidingsinstituut biedt minimaal 40 dagen onderwijs aan. Daarnaast mag de aios in plaats van het instituutsonderwijs - in samenspraak met alle betrokkenen - zelf kiezen om ander geaccrediteerd keuze onderwijs te volgen.

IOP

Het Individueel ontwikkelingsplan wordt opgesteld en minimaal 1x per 3 maanden geactualiseerd door de aios. Hierin worden de leerdoelen vastgelegd en de manier waarop aan deze leerdoelen gewerkt gaat worden. Alle IOP’s dienen te worden bewaard in het ontwikkelingsdossier.

Voortgangsgesprekken

Het voortgangsgesprek wordt voorbereid door de aios en de beoordelaars door het invullen van de ComBeL. Na bespreking met opleider resp. docent wordt door de aios een verslag gemaakt waarin de afspraken worden vastgelegd. Opleider en docent krijgen dit verslag, vullen het waar nodig aan en accorderen het. De geaccordeerde verslagen worden door de aios in het ontwikkelingsdossier opgenomen.

Consultvaardigheden

Tijdens de opleiding wordt regelmatig een gestandaardiseerde video toets uitgevoerd en geven docenten en opleiders feedback op ‘losse’ consulten. Deze feedback wordt opgeslagen in het ontwikkelingsdossier. Tevens wordt in 1e Huisartsstage en 2e Huisartsstage, door het Protocol toetsing en beoordeling ingegeven, eenmalig een reeks consulten door de docent beoordeeld (zie bijlage 2).

Praktijkopdrachten

Per opleidingsmodule zijn verschillende opdrachten verplicht. Deze zijn beschreven in de handleidingen. De resultaten worden door de aios vastgelegd in het ontwikkelingsdossier en worden gepresenteerd tijdens leergesprekken en/of cursorisch onderwijs.

Opdrachten
1e Huisartsstage
Klinische
stage
CZ
stage
GGZ
stage
Opdrachten
2e Huisartsstage

Toetsen

Op vele momenten worden toetsen afgenomen in de huisartsopleiding (zie deel 1). Een aantal zijn verplicht (zie dit Toetsprogramma deel 2). Er is ook plaats voor resultaten van overige toetsen, zoals bijvoorbeeld de vaardighedentoetsen in de praktijk.

Presentaties

Een proeve van bekwaamheid vormen de presentaties tijdens het cursorisch onderwijs. Dit kan aan de hand van praktijkopdrachten aan de orde komen, maar ook bij groepsonderwijs. Ook door aios zelf gegeven extra curriculair onderwijs kan hier worden opgeslagen, zoals bijdragen aan externe nascholing, congressen etc.

Reflecties

De huisartsopleiding steunt op het leren van veelsoortige feedback op de praktijkervaringen. Self-assessment, peer- assessment, feedback van docenten en opleiders vormen de basis voor het leren.

HIS- registraties

Om inzicht te krijgen of de aios voldoende (en de bij de fase van de opleiding passende) patiëntcontacten heeft in de praktijk, is een periodieke HIS- uitdraai van patiëntencontacten van belang .

Succesverhalen

Ter ondersteuning van het portfolio kan de aios hier bijzondere ervaringen archiveren, bijvoorbeeld patiëntencontacten of andere ervaringen die aantonen dat de aios zelfstandig kan functioneren als huisarts.

Overige documenten

Ook overige documenten die de aios van belang vindt om de ontwikkeling aan te tonen kunnen een plaats krijgen in het ontwikkelingsdossier.

Het aantal voortgangsgesprekken in de huisartsopleiding is in de verplichte regelgeving vastgelegd op minimaal 3 x met de opleider en 3 x met de docent per kalenderjaar, zie Landelijk opleidingsplan.

Het onderstaande schema schetst de verdeling voortgangsgesprekken (VG), het voortgangsadvies & de voortgangsbeslissing bij een volledig opleidingstraject van 3 jaar. Bij een aanpassing van de opleidingsduur wordt dit schema individueel aangepast en het opnieuw vastgesteld. Bij een korter traject vervallen een of meerdere beoordelingsmomenten. Bij een verlengd traject worden een of meerdere voortgangsgesprekken toegevoegd.

Overzicht voortgangsgesprekken

De aios maakt een verslag van dit intakegesprek en plaatst deze in zijn dossier in het portfolio.
VG = Voortgangsgesprek, O = Opleider, D = Docent, H = Hoofd van de opleiding

1e Fase 1e Huisartsstage Klinische stage 3/6 mnd
start 1e Fase in 5e maand in 9e maand in 12e maand halverwege stage einde stage
Gesprek Intake

O + D

VG 1

O + D

VG 2

O + D

VG 3

O + D

Stagebezoek

O + D

VG 4

O + D

ComBeL O + D O + D O + D O + D
Voortgangsadvies O + D O + D D
Voortgangsbeslissing H H**
2e Fase CZ stage GGZ stage 2e Huisartsstage
start 2e Fase halverwege einde stage halverwege einde stage in 4e mnd 4 mnd v einde einde opl
Gesprek Intake

O + D

Stagebezoek

O + D

VG 5

O + D

Stagebezoek

O + D

VG 6

O + D

VG 7

O + D

VG 8

O + D

VG 9 - Exit

O + D

ComBeL O + D O + D O + D O + D O + D
Voortgangsadvies D* O + D O + D
Voortgangsbeslissing H** H

* De docent geeft aan het einde van de laatste externe stage in de 2e Fase een voortgangsadvies.
** Het hoofd neemt de voortgangsbeslissing aan het einde van de laatste externe stage, mogelijkerwijs de Klinische, CZ of GGZ stage.

Doel van het voortgangsgesprek

In het voortgangsgesprek blikt de aios terug op de afgelopen periode en de leerervaringen die zijn opgedaan. Samen met de begeleider (docent of opleider) bekijkt de aios wat de betekenis hiervan is voor het leren in de komende periode. De aios formuleert leerdoelen en een bijbehorend plan van aanpak. In een volgend voortgangsgesprek wordt dan beoordeeld in hoeverre die leerdoelen behaald zijn of bijstelling behoeven. De verzameling van de beschreven leerdoelen en het respectievelijk plan van aanpak vormt samen het IOP. De aios presenteert de eigen voortgang op de zeven competentiegebieden. De opleider en de docenten doen dit ook. Zo toetst de aios het zelfbeeld en ontvangt hij feedback die mede richting kan geven aan het leren in de komende periode.

Voorbereiding van het voortgangsgesprek

Ter voorbereiding op het ‘terugblikken’ is het van belang na te denken over:

Proces

Hoe gaat het in algemene zin? Kun je voldoende van jezelf kwijt, is er ruimte voor eigen initiatief? Ben je tevreden over de leeromstandigheden en de begeleiding?

Belangrijke leermomenten en leerervaringen van de afgelopen drie maanden

Succeservaringen zijn van belang, maar ook ervaringen waaruit blijkt dat er nog voldoende te leren valt. En vooral aan het begin van de opleiding: wat zijn interesses, drives en talenten voor het beroep als huisarts c.q. voor de opleiding tot huisarts?

Onder welk competentiegebied of (kern)competentie valt deze ervaring?

Bekijk aan de hand van het competentieprofiel met welke competentie je leerervaring samenhangt.

Passen bovengenoemde leermomenten en leerervaringen in je IOP?

Waren het ‘geplande’ leerervaringen? Of juist onverwachte gebeurtenissen? Wat heeft je aan het denken gezet: opmerking van een patiënt, feedback van een aios of opleider/docent, een praktijkopdracht, toets? Zijn er doelen uit je IOP die inmiddels behaald zijn?

Wat wil je de komende kwartaal vaker gaan oefenen of meer gaan doen?

Formuleer de leersituaties en leerresultaten die voor jouw leren van belang zijn. Wat moet er gebeuren, wat moet dit concreet opleveren, wat heb je nodig, hoe ga je dit organiseren?

Hoe, met wie en wanneer ga je die nieuwe leerervaringen evalueren?

Welke toetsvorm kies je en wie kan het beste een oordeel geven over de competenties die je aan het oefenen bent?

Bij de voorbereiding hoort een zelfscore op de zeven competentiegebieden. De opleider of docent zal dat ook doen. Zo kun je samen beoordelen of je ‘op schema zit’. In het gesprek bekijken docent/opleider en aios in hoeverre de oordelen overeenkomen of verschillen. Dit biedt aanknopingspunten voor leerpunten en het maken van een concreet plan.

De huisartsopleiders in de eerste en tweede huisartsenstages en de stageopleiders in CZ, GGZ en Klinische stage scoren de competenties aan de hand van een voor de opleidingsperiode specifieke versie van de ComBeL (opleiderversie). Voorafgaand aan een voortgangsgesprek met de (stage)opleider scoort de aios ook zichzelf met diezelfde lijsten.

Een voortgangsgesprek met de docent(en) gebeurt aan de hand van de docentversie van de ComBeL. De voorbereiding vindt plaats aan de hand van bovenstaande adviezen.

De aios stelt de voorbereiding én de zelfbeoordeling én het geactualiseerde IOP tijdig ter beschikking van opleider/docent en gearchiveerd in het ontwikkelingsdossier.

Samengevat: Een voortgangsgesprek is als volgt te typeren: vaststellen voortgang, stilstaan bij het leren en maken van afspraken. Doelen van het voortgangsgesprek zijn:

  • Balans opmaken door bespreken van belangrijke leerervaringen en het reflecteren hierop: ‘feedup
  • Richting geven aan het leerproces en de resultaten hiervan evalueren: ‘feedback
  • Vaststellen van de groei op de verschillende competentiegebieden en formuleren nieuwe leerdoelen: ‘feedup
  • Feedback en feedforward verwerken in het IOP

Na het voortgangsgesprek

Na het gesprek met de docent / (stage)opleider worden afspraken gemaakt voor de komende periode. Aan het einde van het gesprek noteert de aios de gemaakte afspraken. De (stage)opleider / docent vult waar mogelijk aan, dateert en ondertekent dit verslag. De aios slaat het verslag op in zijn ontwikkelingsdossier. De aios werkt het IOP bij en slaat dit op in het ontwikkelingsdossier.

Voortgangsadvies

In de huisartsstages formuleren de opleider en de docent twee maal een voortgangsadvies. De aios nodigt de beoordelaars daartoe uit met behulp van het betreffende formulier uit het beoordelingsdossier. De teamleider checkt de beoordelingsdossiers en het hoofd van de opleiding neemt aan het einde van het opleidingsjaar de voortgangsbeslissing. De aios nodigt het hoofd daartoe uit m.b.v. het betreffende formulier.

Gedurende de gehele opleiding werkt de aios met een Individueel Ontwikkelings Plan (IOP).

Er komt in te staan aan welke leerdoelen de aios wil werken en hoe de aios tot die doelen is gekomen. Het IOP is een wezenlijk onderdeel van het Ontwikkelingsdossier, waarmee de aios de ontwikkeling gedurende de opleiding richting geeft voor zichzelf en inzichtelijk maakt voor opleiders en docenten.

Elk leerdoel wordt concreet uitgewerkt, bijvoorbeeld in het DART-N format (Doel Activiteiten Resultaat Tijd Nabespreking/toetsing).

Het IOP is een dynamisch document: in de loop van de opleiding komen er doelen bij en gaan er doelen af. Minimaal na de voortgangsgesprekken maakt de aios een bijgestelde versie. Alle versies van het IOP in de loop van de opleiding worden opgenomen in het ontwikkelingsdossier, zodat duidelijk is waarmee de aios bezig is of is geweest. Hieronder volgt een ‘voorbeeld’ van een leerdoel uit een IOP om een idee te geven hoe zoiets eruit zou kunnen zien.

Voorbeeld: Leerdoel 1 (DART-N- uitwerking voorbeeld)

Doel Medicamenteuze behandeling bij astma kunnen instellen en bijstellen
Activiteiten De NHG- standaarden: ‘Astma en COPD: Diagnostiek’ en ‘Astma: behandeling’ bestuderen

Op code R96 (diagnosecode astma ICPC) zoeken in mijn contactenoverzicht van de patiënten, die ik de afgelopen 2 maanden heb gezien

Mijn medicamenteuze beleid vergelijken met wat volgens de Standaard de aangewezen behandeling was geweest: waar heb ik wél en waar niét volgens de Standaard gehandeld?

De assistente vragen om de eerste twee patiënten, die een herhaalrecept voor kortdurende luchtwegverwijders willen, een afspraak bij mij te laten maken (dubbele afspraak)

Bij deze 2 patiënten op grond van aard en ernst van klachten een optimale medicamenteuze behandeling conform de NHG-standaarden instellen en hen nog 2x voor een controleafspraak zien om het resultaat te bewaken en waar nodig de behandeling aan te passen

Resultaat Twee patiënten met astma, die goed ingesteld zijn wat betreft hun medicamenteuze behandeling
Tijd Nodig: 2-3 uren in de komende maand
Nabespreking/

toetsing

De twee patiënten nabespreken met de opleider

Aanvullende regelgeving op het protocol toetsing en beoordeling

  1. Bij de voortgangsadviezen door docenten en opleiders, wordt zowel de deskundigheid van de aios op de 7 taakgebieden beoordeeld als de mate waarin de aios voldoet aan de opleidingsvoorwaarden. Bij het oordeel wordt als beoordelingskader de ComBeL gehanteerd, gerelateerd aan de fase van opleiding.
  2. Het resultaat van deze beoordelingen wordt als advies aan het hoofd van de opleiding vastgelegd in het Voortgangsadvies. Dit advies wordt opgenomen in het beoordelingsdossier.
  3. Direct na het voortijdig beëindigen van de stage geeft de (stage-) opleider een Voortgangsadvies.
  4. Bij onvoldoende beoordelingen legt de verantwoordelijke Teamleider de behaalde resultaten voor aan de Beoordelingsadviescommissie. De commissie formuleert een advies aan het Hoofd van de opleiding op basis van:
    • het advies van de beoordelingsadviescommissie
    • de beoordelingen van opleider, docenten en overige stukken in het beoordelingsdossier
    • de regels van het Protocol toetsing en beoordeling in de en dit Toetsprogramma.

Aanvulling regelgeving betreffende de procedure selectieve beoordeling en besluitvorming in de 1e en 2e huisarts stage

De beoordeling van consultvaardigheden van de aios gebeurt aan de hand van opgenomen beeldmateriaal. De richtlijnen voor de CV toets worden nader omschreven in hfd. 3.2. de CV toets. De uitslag van de toets wordt gegeven op het daartoe bestemde formulier en opgenomen in het beoordelingsdossier .

Na de derde maand en voor de tiende maand van de eerste Huisarts - stage wordt de vaardigheid om zelfstandig dienst te doen als consultarts beoordeeld door de opleider volgens de in de uitvoeringsregeling van dit reglement beschreven procedure.

De beoordeling zelfstandig dienst doen als visitearts dient plaats te vinden na de zesde maand in de eerste Huisarts - stage en vóór de vierde maand in de tweede Huisarts - stage.

Voor de beoordeling als telefoonarts zijn deze termijnen respectievelijk na de negende maand in de eerste Huisartsstage en voor de 9e maand van de tweede Huisarts-stage. De uitslagen worden opgenomen in het beoordelingsdossier.

Aanvulling regelgeving inzake procedure selectieve beoordeling en besluitvorming over CZ, GGZ en Klinische stage

Stageopleider en Docenten

Iedere stageopleider en ieder koppel docenten beoordeelt de aios aan het einde van de stage. De uitslagen van de oordelen worden na afloop van de stage opgenomen in het beoordelingsdossier.

Beoordeling

Bij een onvoldoende beoordeling van een stage door de stageopleider of docenten wordt door de verantwoordelijke Teamleider nagegaan:

  • In hoeverre dit wijst op een lacune in de competenties die noodzakelijk zijn voor het functioneren als huisarts.
  • Hoe de onvoldoende competentie(s) gecorrigeerd kunnen worden.
  • Welke aanvulling van het IOP daartoe noodzakelijk wordt geacht. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat de stage moet worden overgedaan of dat de totale opleidingsduur wordt verlengd.

Het chronologisch overzicht van aios verplichtingen per stage.

Tijdpad toetsing en beoordeling
1e Huisartsstage
Klinische
stage
CZ
stage
GGZ
stage
Tijdpad toetsing en beoordeling
2e Huisartsstage

2.9 Overzicht verplichtingen

Het overzicht aan aios verplichtingen per stage, met tijdindicatie en beoordelaar, gegroepeerd in de categorieen: opdrachten, toetsen, beoordelingsmomenten, voortgangsbeslissing.

Verplichtingen
1e Huisartsstage
Klinische
stage
CZ
stage
GGZ
stage
Verplichtingen
2e Huisartsstage

3. Bijlagen

Beschrijft enkele concrete toetsvormen.

Dit voorbeeld, uit het Landelijk opleidingsplan illustreert de functie van de KBA als ‘schakel tussen het competentieraamwerk en de dagelijkse werkelijkheid’ zoals eerder verwoord in de definitie van Ten Cate e.a. Praktijkvoorbeeld KBA toepassing Een aios vraagt haar opleider feedback na een visite bij een patiënt met een spoedeisende aandoening (KBA: ‘Organiseert het beleid in samenwerking met andere (para)medische hulpverleners en mantelzorgers’; Thema: ‘Spoedeisende Zorg)’. “Heb ik het goed aangepakt?” De opleider gebruikt de competenties/competentiegebieden om haar open vragen te stellen over de visite en om de feedback zo specifiek mogelijk te maken. Ze bespreken achtereenvolgens de toepassing van medische kennis over de betreffende aandoening, de communicatie met de patiënt en diens familie, en de samenwerking met paramedici.

De aios en haar opleider constateren dat ze niet geheel tevreden zijn over de communicatie met de patiënt en familie. Een spoedsituatie, bijvoorbeeld een patiënt met een astma cardiale, stelt specifieke eisen aan de communicatie, waarmee zij nog weinig ervaring heeft. De aios bespreekt de volgende onderwerpen met de opleider: Waar moet communicatie in een spoedsituatie aan voldoen? (feedup / doelen), Hoe deed ik het nu? (feedback) Wat maakte dat het zo ging? Wat wilde ik bereiken en in hoeverre ben ik daarin geslaagd? (reflectie), Hoe doe ik het de volgende keer? Hoe organiseren we dat ik de gelegenheid krijg om dit te oefenen? (feedforward). In het portfolio neemt de aios als leerdoel op om meer te oefenen met gesprekvoering in spoedeisende situaties en haar opleider te vragen haar hierbij te observeren. De aios spreekt met de opleider af ten minste 3 KPB’s in te vullen tijdens de komende 2 diensten.

Toelichting praktijkvoorbeeld KBA toepassing De opleider/docent steunt bij de beoordeling van de ontwikkeling van de aios voor een groot deel op werkplekbeoordelingen. Dit zijn voorbeelden van ‘kenmerkende beroepssituaties’. De bewijskracht van een beoordeling neemt toe als deze steunt op meerdere observanten. Daarom is in dit voorbeeld zeker ook de feedback van de andere hulpverleners en de mantelzorger van belang.

De observatie van de opleider verschaft in dit geval inzicht in de niveaus 3 en 4 van de piramide van Miller (“shows how” en “does”). Tijdens de nabespreking kunnen daarnaast de niveaus 1 (“knows”) en 2 (“knows how”) aan bod komen. Door de casus te bespreken en de aios te bevragen werkt de toets ook sturend in het leerproces. Als stramien voor de feedback gebruikt de opleider de competentiegebieden, zodat meer dan alleen de medisch-inhoudelijke aspecten aan bod komen.

In een complexe casus komen meerdere competentiegebieden samen: #Medisch handelen: adequate diagnose, therapie en afspraken? #Communicatie: hoe verliep het gesprek met de patiënt en de familie? #Samenwerking: hoe werkte de aios samen met de andere hulpverleners? Maakte de aios efficiënt en doelgericht gebruik van consultatie van de specialist? #Organisatie: aanzet voor een discussie over de organisatie van de hulp? #Maatschappelijk handelen: aanzet voor een discussie over de mantelzorg? #Kennis en wetenschap: de aios zoekt in de literatuur naar eventuele co morbiditeit en de invloed van medicijngebruik en presenteert de casus in een onderwijssituatie. #Professionaliteit: aanzet tot reflectie van de aios op de feedback.

1e Huisartsstage
Pre-toets

Basisconsultvoeringstoets, in de 4e maand

2e Huisartsstage
Pre-toets, in de 4e maand

Consultvoeringstoets, voor de 8e Maand


Overzicht van de consultvoeringstoetsen in de Huisartsopleiding

1e Huisartsstage 2e Huisartsstage
in de 4e maand voor de 7e maand in de 4e maand 5 maanden voor einde opleiding
Pre-toets Basis consultvoeringstoets
BCT
Pre-toets Consultvoeringtoets
2e Huisartsstage


De aios levert een bijdrage aan het cursorisch onderwijs in de vorm van een verplicht thema of een casuspresentatie. De aios kiest daarvoor zelf een inhoudelijk onderwerp, passend binnen de onderstaande randvoorwaarden. De docent weegt de prestatie (bijvoorbeeld met behulp van een 3 punt schaal): onder verwacht niveau, volgens verwacht niveau of boven verwacht niveau.

Relevantie van het onderwerp

  • Onderbouwing van het thema in relatie tot het thema van het trimester
  • Onderbouwing van het thema t.a.v. de eigen leeragenda van de aiosof de groep
  • Waardering van het onderwerp als voorbeeld van een ‘kritische beroepssituatie’

Toelichting op inhoud en werkwijze

  • Toelichting op de keuze voor de focus in de presentatie (betekenisvolle inhoud)
  • Keuze in de werkwijze (selectie van aanpak)
  • Onderbouwing van de resultaten (Evidence?)

Presentatie van de resultaten

  • Selectie van vragen en gevonden antwoorden; take- home message
  • Weging/waardering van de gevonden resultaten
  • Waardering van de presentatie door de groep/deelnemers

Reflectie op resultaten/ overstijgende leerervaringen

  • Weging van de kwaliteit van de gevonden resultaten
  • Betekenis van de leerervaring t.a.v. de competenties van de aios
  • Relevantie voor andere leerdoelen

De aios gaan in subgroepen (van 2 of 3-tallen) bij elkaar op praktijkbezoek en observeren elkaar. Zo mogelijk nemen de bezoekers ook deel aan een leergesprek met de opleider. De ontvangende aios formuleert vooraf aandachtspunten voor feedback en maakt een verslag van het bezoek. Het verslag wordt aangeboden aan de opleider(s) en docent(en).

Afspreken praktijkbezoek

  • De aios maken koppels of trio’s voor het praktijkbezoek op basis van belangstelling
  • De ontvangende aios stemt de dagagenda af op het peerassessment
  • De aios kiezen in overleg het moment van het bezoek en tegenbezoek

Benoemen aandachtspunten observatie

  • De ontvangende aios benoemt de focus voor de observatie(s)
  • De bezoekende aios richt zich op deze focus en voegt eventueel een eigen focus toe
  • De bezoekende aios vormt zich een beeld van de stageplaats / leeromgeving

Feedback geven aan maatje

  • De bezoekende aios geeft feedback volgens de feedbackregels
  • De ontvangende aios ontvangt de feedback volgens de feedbackregels
  • De bezoekende aios geeft feedback over de stageplaats/ leeromgeving

Resultaten vastleggen en verslag op Canvas zetten

  • De ontvangende aios schrijft een reflectie naar aanleiding van de peerassessment
  • De ontvangende aios biedt het verslag ter lezing aan de docent aan
  • De ontvangende aios doet verslag van het peerassessment aan de opleider

Wat moet de aios doen?

Van vijf verschillende collega’s feedback vragen en een Korte Praktijkbeoordeling (KPB) laten invullen. Deze collega mag een aios zijn (bijvoorbeeld door middel van een peerassessment), maar ook een supervisor. Aan het einde van de stage moet de aios de vijf KPB’s meenemen en laten zien aan de docent. We bespreken de winst van de feedback in relatie tot het IOP.

Hoe moet de aios verslag leggen?

Vijf KPBs laten invullen: wat is geobserveerd, wie heeft geobserveerd en waar heb je om gevraagd aan feedback? Zijn er verbeterpunten? Wat ging goed?

Hoe wordt dit gewaardeerd en gewogen?

De aios reflecteert op de feedback uit de KPB’s en formuleert zonodig nieuw leerdoelen.

Is er een norm?

De aios hebben een inspanningsverplichting.

Doel 1: Reflecteren over de eigen persoon in relatie tot de sociale omgeving Eigen gedrag in een werksituatie concreet kunnen beschrijven

  • Kunnen beschrijven hoe dit gedrag wordt beïnvloed door gevoelens, normen en waarden, vooroordelen, kennis en ervaring, en situationele omstandigheden
  • Zich open kunnen stellen voor nieuwe informatie en alternatieve zienswijzen
  • Vragen kunnen (laten) stellen die leiden tot verdieping van inzicht in het persoonlijk functioneren binnen de huisartsenrol

Doel 2: Inzicht hebben of ontwikkelen in het effect van de eigen persoon op het werk Het eigen functioneren kunnen vergelijken met de algemene eisen die het beroep stelt

  • Feedback kunnen vragen en ontvangen
  • Persoonlijke functioneren in de huisartsenrol kunnen beschrijven
  • Komen tot inzicht in persoonlijke grenzen
  • Zicht krijgen op effect van het eigen gedrag op de ander

Doel 3: Consequenties verbinden aan eigen mogelijkheden en beperkingen

  • Inzichten omzetten in professioneel handelen
  • Gedrag veranderen, experimenteren met gedragsalternatieven
  • Keuzes maken
  • Gegevenheden accepteren
  • Persoonlijke stellingnames formuleren

Doel 4: Sturing kunnen geven aan het eigen circulaire leerproces

  • Zelfstandig het circulair leerproces kunnen doorlopen
  • Aan kunnen geven hoe het eigen leerproces in gang kan worden gehouden
  • Kunnen beschrijven op welke punten verdere ontwikkeling in het werk van belang is
  • Opvattingen, beroeps- en of werkprincipes kunnen integreren die een verdere professionalisering als huisarts mogelijk maken

Zie de Supervisienota.

Tijdpad toetsing en beoordeling

Het chronologisch overzicht van aios verplichtingen per stage.

Tijdpad toetsing en beoordeling
1e Huisartsstage
Klinische
stage
CZ
stage
GGZ
stage
Tijdpad toetsing en beoordeling
2e Huisartsstage

Overzicht verplichtingen

Het overzicht aan aios verplichtingen per stage, met tijdindicatie en beoordelaar, gegroepeerd in de categorieen: opdrachten, toetsen, beoordelingsmomenten, voortgangsbeslissing.

Verplichtingen
1e Huisartsstage
Klinische
stage
CZ
stage
GGZ
stage
Verplichtingen
2e Huisartsstage