Vrijstellingsreglement: verschil tussen versies

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 29: Regel 29:
 
**[[Vrijstellingsreglement]]
 
**[[Vrijstellingsreglement]]
 
**[[Verlenging]]
 
**[[Verlenging]]
**[[Onderbreking]]
+
**[[Onderbreking en Verlof]]
 
**[[Beëindiging]]
 
**[[Beëindiging]]
 
*[[Werktijd]]
 
*[[Werktijd]]

Versie van 14 okt 2020 om 12:57


Regelgeving

Hoofd
Nettie Blankenstein

Adjunct hoofd
Harry Schleypen

Onderwijscoordinator
Chris Rietmeijer

Regelgeving

Procedure voorlopige aanvraag

Een aanvraag tot vrijstelling gaat vergezeld van de benodigde bewijsstukken t/m de 2e maand van de huisartsopleiding aangevraagd worden bij Pascale Scheerman, Assistent teamleider externe stages.

De benodigde bescheiden hiervoor zijn:

*De aios vermeldt in de toelichtingsbrief de specifieke werkzaamheden op grond waarvan vrijstelling wordt aangevraagd.

Procedure definitieve aanvraag

Landelijk opleidingsplan

De paragraaf "Individualisering opleidingsduur op basis van eerder verworven competenties"[1], in het Landelijk opleidingsplan, spreekt niet over een verplichting tot het opnemen van een vrijstelling bij voldoende relevante voorervaring.

HOVUmc aanvulling

In aanvulling op het LOP heeft de Huisartsopleiding VUmc enkele regels:

  1. Aios die hun voorervaring in een niet-snijdend specialisme hebben opgedaan krijgen geen volledige vrijstelling van hun klinische stage; zij moeten nog drie maanden op een SEH stage lopen.
  2. Aios die op basis van relevante en geldige voorervaring recht hebben op een vrijstelling voor de klinische stage zijn verplicht om deze aan te vragen, gebaseerd op twee overwegingen:
    1. De individualisering van de medische vervolgopleidingen gaat uit van het principe dat de opleiding - binnen grenzen - zo lang duurt als nodig is en zo kort duurt als kan.
    2. Het aantal stageplaatsen is, ondanks continue grote investeringen in werving, te krap om alle aios aansluitend aan de eerste huisarts-stage de klinische stage te laten volgen. Deze volgorde is nodig met het oog op het intact houden van de eerste fase-groepen.

Indien een aios met recht op vrijstelling tóch een klinische stage wil volgen, dan geldt het volgende:

  • De aios vraagt ook in dat geval aan het begin van de opleiding de betreffende vrijstelling aan.
  • Indien de aios na 6 maanden opleiding bij zijn/haar wens tot het volgen van een klinische stage blijft, wordt door de stagebeheerder op basis van beschikbaarheid van de stageplek en motivering van de aios een afweging gemaakt, leidend tot een bindend besluit. Dit in samenspraak met de teamleider.

Referenties

  1. De aios huisartsgeneeskunde kan voorafgaand aan de start van de opleiding vragen om verkorting van de opleiding op basis van eerder verworven competenties, blijkend uit verklaringen van de medisch eindverantwoordelijke opleider van een erkende opleidingsinrichting. Het hoofd van het opleidingsinstituut16 beoordeelt aan de hand van het portfolio of de competenties van het opleidingsonderdeel waarvoor de aios vrijstelling aanvraagt, redelijkerwijs zijn verworven door gelijkwaardige werk- of opleidingservaring van de aios. Bij toekenning van de vrijstelling, bepaalt het hoofd de aangepaste individuele opleidingsduur van de aios. Deze toekenning voor een vrijstelling is voorlopig van aard. Tijdens de eerste twee voortgangsgesprekken wordt met inachtneming van het individuele opleidingsplan beoordeeld of de vrijstelling terecht is toegekend17. De opleiders en docenten die betrokken zijn bij de opleiding van de aios geven hierover na het tweede voortgangsgesprek advies aan het hoofd, die de vrijstelling al dan niet definitief vaststelt. Vrijstelling voor een opleidingsonderdeel houdt ook in dat de aios vrijstelling krijgt voor het toetsprogramma dat bij dat onderdeel hoort. Als het hoofd de aanvraag tot verkorting van de opleidingsduur afwijst, geeft hij of zij hiervoor een schriftelijke onderbouwing aan de aios18."