1e Trimester

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken


1e Huisartsstage

Onderwijscoördinatoren
Beatrijs de Leede
Chris Rietmeijer

Teamleider
Jeroen Woertman

Assistent teamleider
Sylvia Vlak

1e Huisartsstage

Acute problematiek en veelvoorkomende aandoeningen

In het eerste én het tweede kwartaal van de Huisartsopleiding zijn er inhoudelijk twee belangrijke thema's: acute problematiek en veelvoorkomende aandoeningen. Qua competentiegebieden staan arts-patiëntcommunicatie en medisch-technische vaardigheden centraal.

De inhoud van deze inhoudelijke thema's en competentiegebieden zijn te vinden op de Wiki onder de leerlijnen:

Korte episode zorg is de naam voor het thema dat gaat over de veel voorkomende aandoeningen die in een of enkele consulten worden behandeld. De inhoudelijke thema's zijn opgedeeld in zogenaamde KBA's: kenmerkende beroepsactiviteiten. Dit zijn uiterst beknopte beschrijvingen van stukjes van het betreffende thema. Door de KBA's te bestuderen en met de opleider te bespreken krijgt de aios een idee van de stand van de eigen competentieontwikkeling in de breedte en diepte. De thema's en KBA's worden aan het begin van de opleiding ook in een handig boekje aangeboden.

De leerlijnen op de Wiki bevatten Bouwstenen voor het terugkomdagonderwijs, voor het leren in de praktijk en voor zelfstudie.

De presentaties door de aios staan in deze periode in het teken van de twee inhoudelijke thema's. Het onderwijs door de docenten richt zich in deze fase voor een groot deel op arts-patiëntcommunicatie. Dit onderwijs staat in het teken van het opfrissen en uitbreiden van de basiscommunicatievaardigheden. Dit wordt na zes maanden afgesloten met de basisconsultvoeringstoets, de BCT.

De aios is de hele eerste week van de opleiding in de praktijk. Het terugkomdagonderwijs start meestal in de tweede week met een tweedaagse. Deze staat in het teken van kennismaking met elkaar en met de opleiding.

Programmaonderdelen 1e trimester

Tijdens de terugkomdagen kan gebruik gemaakt worden van de volgende programmaonderdelen:

Inleiding docent. De docent licht aan het begin van het kwartaal toe waarom juist de thema’s Spoedeisende zorg en Korte episode zorg in het begin van de opleiding centraal staan.

Self-assessment acute en veel voorkomende klachten. Zie Self-Assessment Acute Problematiek en Top 20 veel voorkomende klachten, self-assessment*. De aios bespreken in duo’s, op basis van de ingevulde self assessments, waar hun sterke en zwakkere punten liggen. De docent inventariseert vervolgens actief welke expertise er in de groep aanwezig is ten aanzien van acute problematiek. Ook licht de docent toe waarom het diensten doen op de Huisartsenpost cruciaal is om de benodigde ervaring met acute problematiek op te doen.

*in 2020 publiceert het NIVEL geen top 20, maar wel top 10 lijsten. Deze lijsten zijn vrijwel onveranderd t.o.v. de hier getoonde top 20.


Self-assessment vaardigheden; zie Niveau bespreken technische vaardigheden De docent stimuleert de aios om vooral ook met de opleider te bespreken hoe vaardig de aios zich voelt, zowel op het gebied van basisartsvaardigheden als op het gebied van huisartsspecifieke vaardigheden. De docent benadrukt dat ook de basisartsvaardigheden (zoals lichamelijk onderzoek) vaak nog veel oefening behoeft en stimuleert dat samen met de opleider te doen. De docent wijst op de verplichtingen van een dagelijks leergesprek, naast een, liefst wekelijks, om-en-om spreekuur. De docent laat op de Wiki de leerlijn Medisch handelen zien met de betreffende documenten over technische vaardigheden.

Vaardighedencarrousel. De groep maakt eventueel afspraken voor het organiseren van een vaardighedencarrousel. Daarbij kan hulp worden gevraagd van de expertisegroep Vaardigheden. Denk daarbij ook aan de basisartsvaardigheden die aios op elkaar kunnen oefenen. Zie alle informatie over vaardigheden op de Wiki onder competentiegebied 1: Medisch handelen. Fantomen worden besteld met het formulier fantomen aanvragen.

Opdracht Aiosonderwijs.

Aios hebben een actieve rol in de voorbereiding en presentatie van door de groep gekozen verdiepingsonderwijs. Zo werken zij aan verschillende competentiegebieden inclusief de competentie Kennis en wetenschap. De docenten borgen de kwaliteit van dit aiosonderwijs door het actief begeleiding van de aios in de voorbereiding.

Werkwijze Bereid, liefst naar aanleiding van een eigen casus, met een eigen vraag of probleem, een onderwerp voor. Kijk over welke KBA'(s) je presentatie gaat en raadpleeg op de eerste plaats de Wiki bij het zoeken naar relevante informatie. Raadpleeg eventueel je docent voor tips, inhoudelijk en/of didactisch. Geef groepsgenoten en docenten een voorbereidende leesopdracht; vermijd het presenteren van kennis die gemakkelijk door zelfstudie kan worden verworven (zoals NHG-standaarden).

Zorg bij de presentatie voor interactiviteit, gebruik het probleemoplossend vermogen van de groep door bijvoorbeeld relevante vragen te stellen waar je zelf het antwoord niet op hebt gevonden of die niet eenduidig te geven zijn.

Betrek naast de competentie Vakinhoudelijk handelen ook één of meer andere competentiegebieden.

Bespreek tijdens de presentatie hoe je naar wetenschappelijke onderbouwing gezocht hebt en wat de resultaten daarvan zijn. Maak eventueel een PICO.

Doel
  • Toename van toegepaste kennis (alle relevante competentiegebieden).
Activiteit
  • Voorbereiding en presentatie van een casusbespreking.
Resultaat
  • Toename van kennis bij presentator en groepsgenoten.
  • Ontwikkeling competentie Kennis en wetenschap bij presentator.
Tijd
  • 3 uur (voorbereiding).
Nabespreking
  • Na elke presentatie volgt feedback door docenten en groepsgenoten op inhoud en presentatie.


Zie ook Aiosonderwijs

  • In het 1e trimester gaat deze opdracht over het thema Spoedeisende zorg of het thema Veelvoorkomende aandoeningen (= Korte episode zorg). De selfassessmentformulieren Acute problematiek, top 20 of Vaardigheden kunnen de aios helpen gericht keuze voor een onderwerp te maken.
  • De docent introduceert de Step-by-Step methode voor het bespreken van een door een aios ingebrachte casus. Vooral acute problemen, die diagnostisch of wat betreft beleid niet eenduidig zijn lenen zich hier goed voor.

Een werkvorm voor het interactief bespreken van acute casuïstiek

Acute problemen zijn relatief zeldzaam in het dagelijks werk van de huisarts. Op de huisartsenpost komt de huisarts ze veel vaker tegen.

Het is zelden mogelijk voor een aios om gedurende de Huisartsopleiding met alle soorten acute problemen voldoende ervaring op te doen. Het is daarom van belang om ook te leren van de ervaringen van collega-aios. De Step-by-Step methode is hiervoor een beproefde en effectieve werkvorm: stap voor stap bespreken hoe een casus zich heeft gepresenteerd, wat de beslismomenten waren en met welke informatie de beslissingen genomen moesten worden. Ook de ABCDE systematiek komt hierbij vaak aan de orde. De methode leent zich ook voor het bespreken van niet acute aandoeningen.

Globale beschrijving van de methode

De inbrenger (de aios/huisarts, die het spoedgeval heeft meegemaakt) vertelt de casus stukje bij beetje, waarbij er steeds een STOP in het verhaal gemaakt wordt vlak vóór er een beslissing genomen wordt.

Bij elke stop worden de overige deelnemers uitgenodigd om hun denkproces over de situatie te expliciteren en eventuele aanvullende vragen te stellen aan de inbrenger, waarna zij uitgenodigd worden te vertellen wat zij in de beschreven situatie feitelijk zouden hebben gedaan.

Daarop vertelt de inbrenger wat zij in het echt gedaan heeft en vertelt dan weer het volgende stukje van de casus tot aan het volgende relevante beslismoment, etc.

Hieronder een voorbeeld:

1. Direct na de melding De inbrenger vertelt in welke situatie de melding hem/haar bereikte en de letterlijke tekst van de melding STOP vragen aan de groep: ‘waar denk je aan’? ‘wat zou dit kunnen zijn’? wat zou je nu doen? (nog aanvullende vragen stellen door telefoon? direct gaan? ambulance bellen? etc.)

2. Na de eerste blik op de patient De inbrenger vertelt hoe hij/zij met de melding is omgegaan, hoe het contact met de patient feitelijk gerealiseerd is en hoe de patient en diens omgeving eruit ziet STOP vragen aan de groep: ‘zijn er nog aanvullende vragen over wat er eventueel te zien is’? ‘verandert wat er te zien is je aanvankelijke idee van na de melding’? ‘wat is nu je DD’? En vervolgens: ‘wat zou je nu zelf gaan vragen en/of onderzoeken’?

3. Na anamnese en onderzoek De inbrenger vertelt wat hij/zij feitelijk gevraagd en onderzocht heeft en de resultaten hiervan STOP vragen aan de groep: ‘mis je nog iets aan vragen of onderzoek’? ‘wat is nu je idee over wat er waarschijnlijk aan de hand is’? ‘en hoe ziet je DD eruit’? en ‘wat zou nu jóuw beleid zijn, wat zou je doen’?

De inbrenger vertelt vervolgens wat er in het echt gebeurd is en de afloop.

Ter afronding kunnen de docent en/of de inbrenger feedback geven op de in het proces gemaakte keuzes van de deelnemers en eventueel ook een toelichting geven op de ‘state-of-the-art’ ten aanzien van het hanteren van de beschreven acute aandoening.

Afspraken onderwijs

De docenten inventariseren de wensen die er zijn ten aanzien van het onderwijs in het 1e trimester en maken concrete afspraken:

  • Welk onderwijs wordt door wie voorbereid en uitgevoerd?
  • Wie presenteert wanneer de resultaten van zijn/haar praktijkopdracht in de groep.

Verder licht de docent toe welke eisen er gesteld worden aan het Diensten in de HAP (verplicht aantal diensten, inwerkprogramma, cursus AED/reanimatie); verdere info hierover is te vinden in de Leidraad diensten.

Werkdocument

Het Werkdocument Spoedeisende zorg, opgesteld door het docentenoverleg, kan dit onderwijs ondersteunen.

.
1e
Trimester
2e
Trimester
3e
Trimester
4e
Trimester