Opdrachten 2e Huisartsstage

Uit Wiki HOVUmc
(Doorverwezen vanaf Instituutsopdrachten)
Ga naar: navigatie, zoeken


2e Huisartsstage

Onderwijscoordinator
Chris Rietmeijer

Teamleider
Hendrien Duijnhouwer

Assistent teamleider
Nanda Stoll

2e Huisartsstage

Een opdracht is een verplichte of facultatieve activiteit die de aios, veelal in overleg, krijgt van de docent.

Opdrachten vormen de 'brug' tussen het instituutsonderwijs en het werken/leren in de praktijk. Middels de opdrachten besteedt de aios gericht aandacht aan concrete leerdoelen. De aios is in de CAO gerechtigd om per week 3 uur opdrachttijd in de praktijk te reserveren. Deze 'werktijd' is bedoeld als reservoir voor specifieke opdrachtgerelateerde taken.

De invulling ervan is voorbehouden aan de aios. De praktijkassistente dient in die tijd dan ook niet zonder overleg met de aios diens spreekuur in te vullen. Door in de praktijk 'opdrachttijd' te reserveren ontstaat er bijvoorbeeld ruimte om een casuspresentatie voor te bereiden, een herhalingsconsult bij een chronische patiënt of een SOLK-patiënt te plannen of andere vormen van gericht patiëntcontact te plannen die behalve aan de patiëntenzorg óók bijdragen aan de eigen ontwikkeling of het cursorische onderwijs op de terugkomdag.

Behalve voor geselecteerde patiëntencontacten kan de opdrachttijd ook benut worden voor werkzaamheden die hieruit voortkomen zoals literatuuronderzoek, collegiaal overleg en verslaglegging.

Werkwijze instituutsopdrachten

Het doel van het werken met opdrachten in de 2e Huisartsstage is om je gericht aan het werk te laten gaan met enkele van de centrale thema's van dit opleidingsjaar. En om je te helpen hierop te reflecteren en vast te stellen hoe je straks als huisarts het werken met deze thema's vorm wilt geven. Dus een actieve voorbereiding op het werken als huisarts. Als aios wordt je werken aan opdrachten gevolgd en begeleid door je opleider en door de docenten. Bij vragen/problemen 'onderweg' adviseren we je sterk dit aan hen voor te leggen. En wat je hierbij laat zien weegt dus ook mee in hun beoordeling van m.n. de taakgebieden vakinhoudelijk handelen, arts-patiënt communicatie, organiseren en professionaliteit. Opleider en docenten kunnen naar de volgende zaken kijken: 

1. Je inzet:

  • voldoende tijd nemen om met deze praktijkopdrachten bezig te zijn (planning, organisatie).
  • het werken aan de opdrachten inzichtelijk maken voor collega-aios, opleider en docenten.

2. Het proces:

  • gericht en planmatig kunnen werken.
  • kunnen reflecteren op ervaren knelpunten en problemen.
  • plan en werkwijze flexibel kunnen aanpassen op basis van deze reflectie.

3. De uitkomst:

  • helder mondeling en schriftelijk rapporteren over plan, proces, resultaten.
  • kunnen beschrijven wat dit je geleerd heeft t.a.v. je toekomstige praktijkvoering.

Instituutsopdracht - Palliatieve zorg

“Dokter, mijn man blijft maar braken en die zetpillen helpen ook al niet. Ik ben er nu helemaal klaar mee, ik ben op; wilt u komen om me te helpen? …”

Het bieden van palliatieve zorg maakt doorgaans geen groot deel van het huisartsenwerk uit, maar is bij uitstek een terrein, waarop adekwate en persoonlijke huisartsgeneeskundige zorg van groot belang is. Er wordt een veelzijdig beroep op de huisarts gedaan: op medisch-inhoudelijk terrein, op communicatief terrein en als samenwerker/organisator.

Vandaar deze opdracht: het is belangrijk, dat je al tijdens de Huisartsopleiding ervaring opdoet met het begeleiden van enkele patiënten, die palliatieve zorg in de thuissituatie krijgen. Deze zorg kan ook in samenwerking met je hao geboden worden, maar het is daarbij wel van belang, dat je als aios bij alle aspecten van de zorg betrokken wordt (overleg met thuiszorg, gesprekken rond het levenseinde, consulteren specialist etc.).

Zie ook:

Toetsing van praktijkopdrachten

Doel
  • 1-2 (pre-)Terminale patiënten, die palliatieve zorg krijgen in de thuissituatie gericht en proactief begeleiden.
  • Laten zien wat je van het geleerde gaat toepassen in je eigen praktijk.
Activiteit Dit is aan jezelf ter invulling.

Een voorbeeld van een mogelijke werkwijze zou zijn:

  • Bespreek met je hao in het begin van de stage, dat je ervaring wilt opdoen met het bieden van palliatieve zorg.
  • Maak afspraken over hoe je (toegang tot) deze patiënten gaat krijgen en over de samenwerking met je hao tijdens de begeleiding.
  • Voer met elke palliatieve patiënt, die je in zorg neemt een uitgebreid eerste gesprek, waarin in ieder geval de vragen, zorgen en zorgbehoeftes (ook in de toekomst!) aan de orde komen; maak heldere afspraken over (frequentie van) vervolgcontacten en ad-hoc problemen.
  • Begeleid deze patiënten en hun huisgenoten/familie op geleide van klachten, vragen, toestand etc.
Resultaat Rapportage (schriftelijk en/of in de groep):
  • Wat was betekenisvol voor mij?
  • Wat waren mijn beslismomenten? Wat waren mijn overwegingen daarbij en hoe ben ik tot mijn besluit genomen?
  • Wat neem ik hiervan mee voor mijn eigen praktijkvoering en wat niet?
Tijd Kan sterk variëren‎.
Nabespreking Nabespreking met je hao:
  • Rapporteer regelmatig aan je hao over de begeleiding; vraag diens consultatie bij ervaren knelpunten (ook de SCEN arts is optie!).
  • Draag de patiënten over aan de hao bij het afsluiten van de begeleiding.

Inbreng instituutsonderwijs:

  • Presenteer je reflectie op een ervaren probleem in de groep.
  • Bespreek ingewikkelde communicatieve problemen in de groep of in supervisie.
  • Breng je ervaringen met SCEN of gespecialiseerde thuiszorg in de groep.
  • Etc.
 

Instituutsopdracht - Polyfarmacie

“Je brengt een huisbezoek bij een hoogbejaarde patiënt met klachten van irritatie aan de anus. Bij het openen van het medicijnkastje valt er een grote hoeveelheid doosjes en zakjes medicatie naar beneden; je herkent Loperamide capsules en Lactulosepoeders naast veel verschillende al lang verlopen hartmedicijnen ...”

Polyfarmaciebeleid bij ouderen wordt toenemend in huisartspraktijken ingevoerd en ook het bieden van gestructureerde zorg bij veel voorkomende chronische ziektes (DM, Astma/COPD en H&V) is zeer actueel (zorgprogramma’s). Samenwerking, vooral met de POH ouderenzorg en de apotheker is hierbij van groot belang. LESA ‘Chronische medicatie’.

Deze opdracht is bedoeld om hier in de opleidingspraktijk gericht ervaring mee op te doen.

Doel
  • Een goed medicamenteus beleid kunnen instellen en implementeren bij ouderen met meerdere chronische ziektes.
  • Effectief kunnen samenwerken met andere hulpverleners hierbij (apotheker, praktijkondersteuner, specialisten).
Activiteit Je kunt zelf een stapsgewijze aanpak bedenken om aan bovenstaande doel te werken.

Voorbeeld activiteit

  • Selecteer uit het patiëntenbestand van de opleidingspraktijk (minimaal) 20 patiënten tussen de 65 en 75 jaar, die minimaal 6 verschillende medicijnen gebruiken. Je kunt dit doen met de zoekfunctie van het HIS uit de opleidingspraktijk ( als jij of je hao hier ervaring mee hebben) of je vraagt de preferente apotheek van de opleidingspraktijk om een uitdraai te maken van deze patiënten en de aan hen verstrekte medicatie ( is vaak gemakkelijker; bovendien heb je dan al contact gelegd met de apotheker; veel apothekers rekenen het intussen al tot hun taak om met huisartsen regelmatig over polyfarmacie-patiënten te overleggen; de apotheker weet m.n. veel van mogelijke interacties en bijwerkingen!).
  • Selecteer uit deze lijst 5 patiënten, die aan 2 – 3 van de veel voorkomende chronische aandoeningen (H&V, DM, Astma/COPD) lijden; dit is doorgaans goed te zien aan de aard van de medicatie; neem bij voorkeur patiënten, die (goeddeels) in de huisartspraktijk behandeld worden.
  • Bekijk in het HIS de gegevens van deze 5 patiënten en noteer opvallende bevindingen en mogelijke verbeterpunten. Kijk naar:
    • Journaalgegevens, Probleemlijst, Attentieregels.
    • Over de ziektes, waar ze mee bekend zijn: Hoe lang al? Hoe is de diagnose destijds gesteld? Is de begeleiding en behandeling conform de NHG-Standaarden? (controles? frequentie?).
    • Over de medicatie: Sinds wanneer? Constant gebruik of episodisch? Aanwijzingen voor bijwerkingen of (gevaar voor) interacties?
  • Bespreek de resultaten met je hao én met de apotheker. En als van toepassing ook met de praktijkondersteuner. Leg in het gesprek met de hao de nadruk op wat je evt. nog nodig vindt aan diagnostiek en wat je denkt, dat er wat betreft behandeling zou kunnen worden aangepast (aanvullingen hao?). Vraag de apotheker wat hij/zij denkt over mogelijke bijwerkingen en interacties van de medicatie nu en na sanering ervan. Noteer na deze gesprekken, wat je met de patiënten wilt gaan bespreken/doen.
  • Zie je dilemma’s? (bijvoorbeeld wat goed is voor de ene aandoening is nadelig voor de andere; wat handig is voor de patiënt is minder veilig; specialist stelt ander beleid voor dan huisarts etc.).
  • Voer met elke patiënt een gesprek van een half uur om je ideeën over wat er op diagnostisch of therapeutisch gebied zou kunnen/moeten gebeuren toe te lichten. Bespreek met de patiënt, wat deze eraan zou kunnen hebben en oriënteer je op diens ‘persoonlijke streefdoelen’ ( wat zou de patiënt graag willen bereiken, bv. minder vaak ’s nachts eruit om te plassen, minder vaak innamemomenten medicatie etc.). Maak vervolgens in afstemming met de patiënt een beleid voor de komende tijd. Maak een eerste vervolgafspraak (dubbele afspraak).
  • Stem waar nodig af met andere zorgverleners, die bij de patiënt betrokken zijn: POH, thuiszorg, specialist etc.
  • Begeleid in een aantal vervolgcontacten de patiënten, tot je een voor jou en de patiënt optimaal begeleidingsresultaat geboekt hebt; draag de patiënt dan over aan je hao en/of de POH i.v.m. de gewenste follow-up.
  • Neem video’s op van begeleidingsgesprekken met deze patiënten, zowel van voorspoedige als van moeizame begeleidingen; laat die zien aan je hao en op de terugkomdag; breng je ervaringen met moeizame begeleidingen in bij de reflectieronde, bij het bespreken opdrachten op de terugkomdag of in de supervisie).
Resultaat
  • Een beschrijving van het huidige polyfarmaciebeleid in de opleidingspraktijk: wat gebeurt hier nu mee en wie zijn daarbij betrokken? Wat gaat goed en wat is voor verbetering vatbaar?
  • Een verslag van de begeleiding van 5 patiënten met polyfarmacie en meerdere chronische ziektes: welke knelpunten ben je tegen gekomen en hoe heb je die opgelost? Inclusief reflectie op samenwerking hierbij. Resultaten: wat is gelukt en wat niet (en waarom niet)?
  • Wat ga je van het geleerde straks in je eigen praktijk toepassen en wat niet?
Tijd Kan sterk variëren.
Nabespreking Met je opleider:
  • Bespreken van de 5 casus, die je begeleidt:
  • Na je eerste inventarisatie van de problematiek.
  • Bij ervaren knelpunten in de begeleiding of in de samenwerking met derden.
  • Bij het afronden en overdragen van de begeleiding.

Met de praktijkondersteuner ( als van toepassing):

  • Idem

In het instituutsonderwijs:

  • Casusbespreking voorbereiden en uitvoeren.
  • Knelpunt in reflectieronde of supervisie inbrengen.
  • Presentatie ‘Best practice’.
  • Video met begeleidingsgesprek.
  • Etc.

 


Instituutsopdracht - Praktijkmanagement

Je bent bezig een spiraaltje in te brengen en voor de tweede keer in dit consult belt de assistente je met een vraagje. Het spiraal valt op de grond als je opstaat … Patiënten die te laat komen worden er als ze alsnog verschijnen “tussendoor” gezet, waardoor je spreekuren altijd uitlopen met veel geklaag van patiënten over wachttijden als resultaat …”

Een goede organisatie van de huisartspraktijk is een wezenlijke randvoorwaarde voor de kwaliteit van de medische zorg. Ook als HIDHA of waarnemer zullen je effectiviteit en je werkplezier hierdoor beïnvloed worden en ben je medeverantwoordelijk voor de organisatie.

Vandaar deze opdracht om ervaring op te doen met het gericht verbeteren van een onderdeel van ‘praktijkmanagement’ in de 2e Huisartsstage.

Doel
  • Zicht krijgen op de sterke en zwakke kanten van de praktijkorganisatie van de opleidingspraktijk.
  • In afstemming met de opleider gericht een verbetering in de praktijkorganisatie plannen en uitvoeren.
Activiteit Hieronder een voorbeeld, de stapsgewijze beschrijving van de activiteiten (verbeterplan) is echter aan jou.

Voorbeeld activiteit

Analyseer samen met je opleider de praktijkorganisatie van de opleidingspraktijk door een sterkte/zwakte analyse te maken. Je kunt hierbij eventueel gebruik maken van het accreditatieinstrument, dat het NHG gebruikt bij het dóórlichten van huisartspraktijken. Stel vast:

  • Wat loopt goed?
  • Wat loopt minder en wat voor problemen geeft dat?

Bespreek deze sterkte/zwakte analyse met je hao:

  • Waar is de opleider het mee eens, waarmee niet?
  • Wat zou de opleider graag beter willen?
  • Kies in overleg met je hao een onderwerp en een doel.
  • Schrijf een plan voor verbetering.
  • Maak een start met de uitvoering.
Resultaat
  • Een beschrijving van een in afstemming met de opleider gekozen onderdeel van de praktijkorganisatie in relatie tot de normen van de beroepsgroep en eventuele alternatieven (uitgangssituatie).
  • Een uitgewerkt verbeterplan voor dit onderdeel van de organisatie van de opleidingspraktijk (plan).
  • Procesbeschrijving, resultaten en leerpunten voor eigen toekomstige praktijkvoering (resultaten).
Tijd Afhankelijk van grootte gekozen onderdeel en omvang plan.
Nabespreking Nabespreking met hao:
  • Bespreek je plan met de hao en vraag diens feedback erop; verwerk suggesties.
  • Bespreek knelpunten in de uitvoering steeds met de hao en zoek samen oplossingen.

Inbreng op het instituut: in overleg met je docenten, b.v.:

  • Presentatie verbeterplan in de groep met consultatie collega-aios en docenten.
  • Consultatie collega-aios en/of docenten over ervaren knelpunten in de uitvoering (reflectieronde of tijdens ‘bespreken opdrachten’).
  • Mailconsultatie huisarts-docent over knelpunt of om feedback op je plan te krijgen.
  • Presentatie tussenresultaat van de uitvoering in de groep.
  • Inbreng samenwerkingsprobleem in je supervisie, etc.

 

Instituutsopdracht Psychische klachten

“Ik kom tot niets meer dokter, mijn vrouw zei dat ik nu toch echt naar u toe moet gaan. Ik zit vreselijk in mijn maag met mijn werk, ik ben al 2 weken ziek thuis …”

Het kunnen verrichten van diagnostiek naar aard en ernst van aangeboden psychische problematiek is een taak van de huisarts. Of er vervolgens verder zelf ook begeleiding aangeboden wordt is facultatief. Vaak wordt hiervoor verwezen naar POH-GGZ, eerste lijns psycholoog of tweede lijn. Ook de financiering van de eerste lijns gezondheidszorg ontmoedigt het zelf gaan begeleiden bij psychische problematiek door de huisarts.

Maar als huisarts blijf je vaak wel aanspreekpunt voor de patiënt en wordt van je gevraagd dat je meedenkt over het te voeren beleid.

Deze praktijkopdracht heeft als doel je ervaring te laten opdoen met het begeleiden bij psychische problematiek en je ook te laten reflecteren op wat je zelf wilt gaan doen als huisarts op dit terrein.

Doel
  • Twee patiënten met psychische problematiek diagnostisch in kaart brengen en gericht verwijzen dan wel (deels) zelf begeleiden.
  • Kunnen beschrijven wat je in je eigen praktijk wel, resp. niet gaat doen t.a.v. psychische problematiek.
Activiteit

Hoe je deze opdracht gaat invullen mag je zelf bedenken.

Voorbeeld activiteit

  • Bedenk met welke soorten psychische problematiek je al wat ervaring hebt en waarmee je ook affiniteit hebt. Reflecteer voor jezelf op wat je als huisarts tot je taak wilt rekenen en wat niet. Oriënteer je op de verwijs- en begeleidingsmogelijkheden binnen (POH GGZ?) en buiten de opleidingspraktijk.
  • Selecteer tijdens je spreekuren twee patiënten met psychische problematiek, die je verder in kaart wilt brengen en vervolgen; in principe verdienen problemen, die gewoonlijk ook in de eerste lijn (mede)behandeld kunnen worden de voorkeur ( dus géén psychoses, ernstige depressies, forse persoonlijkheidsstoornissen etc.).
  • Nodig deze 2 spreekuur patiënten die met psychische problemen op je spreekuur komen uit voor langere gesprekken (1/2 uur per gesprek).
  • Verdiep je waar nog nodig in diagnostiek en behandeling (zelfstudie, gerichte scholing, gebruik 4-DKL).
  • Bespreek in dit 30-minuten gesprek met hen de klachten en problemen en inventariseer wat er tot nu toe aan hulp geboden is; maak een begeleidingsplan (waarin jij en evt. ook andere hulpverleners een rol spelen) en bespreek dit met de patiënt.
  • Verwijs gericht en houd zelf ook contact met de patiënt om het resultaat te bespreken; overleg structureel met de hulpverlener naar wie je verwezen hebt).Resultaat
  • Verslaglegging van je begeleidingen via video en/of schriftelijk verslag en/of presentatie met daarin je aanpak, de knelpunten/beslismomenten en de resultaten van je begeleiding ( wat was effectief/helpend en wat niet).
  • Een beschrijving van wat je als huisarts zelf wilt gaan doen op het terrein van psychische problematiek en wat beslist niet.
Resultaat Rapportage (schriftelijk en/of in de groep):
  • Wat was betekenisvol voor mij?
  • Wat waren mijn beslismomenten? Wat waren mijn overwegingen daarbij en hoe ben ik tot mijn besluit genomen?
  • Wat neem ik hiervan mee voor mijn eigen praktijkvoering en wat niet?
Tijd Kan sterk variëren‎.
Nabespreking Nabespreking met de hao:
  • Spreek diagnostische gesprekken na met de opleider en overleg over het gewenste beleid; vraag diens consultatie bij ervaren knelpunten/dilemma’s.
  • Draag de patiënten over bij het afsluiten van de begeleiding ( of bij verwijzing naar derden).

Inbreng in instituutsonderwijs: in overleg met je docenten, bv. :

Casus inbreng reflectieronde:

  • Presentatie van video van een (deel van een ) gesprek zien, waarover je vragen hebt.
  • Presentatie succesvideo.
  • Presentatie van een gebruikt begeleidingsmodel in de groep.
  • Bespreking ervaren samenwerkingsprobleem in de groep.
  • Inbreng ervaren probleem/knelpunt in je supervisie, etc.

 

Overzichten aios opdrachten

Opdrachten
1e Huisartsstage
Klinische
stage
CZ
stage
GGZ
stage
Opdrachten
2e Huisartsstage