Opdrachten Klinische stage

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken


Klinische stage

Onderwijscoordinator
Chris Rietmeijer

Teamleider
Rinel van Beest

Assistent teamleider
Pacale Scheerman

Klinische stage

Een opdracht is een verplichte of facultatieve activiteit die de aios, veelal in overleg, krijgt van de docent.

Opdrachten vormen de 'brug' tussen het instituutsonderwijs en het werken/leren in de praktijk. Middels de opdrachten besteedt de aios gericht aandacht aan concrete leerdoelen. De aios is in de CAO gerechtigd om per week 3 uur opdrachttijd in de praktijk te reserveren. Deze 'werktijd' is bedoeld als reservoir voor specifieke opdrachtgerelateerde taken.

De invulling ervan is voorbehouden aan de aios. De praktijkassistente dient in die tijd dan ook niet zonder overleg met de aios diens spreekuur in te vullen. Door in de praktijk 'opdrachttijd' te reserveren ontstaat er bijvoorbeeld ruimte om een casuspresentatie voor te bereiden, een herhalingsconsult bij een chronische patiënt of een SOLK-patiënt te plannen of andere vormen van gericht patiëntcontact te plannen die behalve aan de patiëntenzorg óók bijdragen aan de eigen ontwikkeling of het cursorische onderwijs op de terugkomdag.

Behalve voor geselecteerde patiëntencontacten kan de opdrachttijd ook benut worden voor werkzaamheden die hieruit voortkomen zoals literatuuronderzoek, collegiaal overleg en verslaglegging.

Deze opdrachten zijn verplicht tijdens de klinische stage:

Opdracht - IOP

Het IOP (Individueel Ontwikkelingsplan) is een hulpmiddel om je leerproces te structureren en te vergemakkelijken.

In de studiehandleiding zijn verschillende doelen beschreven, die echter nogal breed geformuleerd zijn. Naast deze doelen bestaat daardoor de mogelijkheid om eigen doelen te formuleren en eigen accenten te leggen. Die doelen kunnen betrekking hebben op zowel kennis, vaardigheden, beleving en beroepshouding. De bedoeling is om te komen tot een persoonlijke leeragenda naast de leeragenda die voortkomt uit de algemene praktijkopdrachten.

Er worden verschillend bronnen aangeboden om materiaal te krijgen voor zo'n agenda en er wordt een methode gesuggereerd om dit materiaal te bewerken.

Door gedurende de stage het IOP bij de hand te nemen, behaalde doelen af te strepen en nieuwe doelen toe te voegen, ontstaat een 'levend' document, dat erg nuttig kan zijn bij het leren.

Een bijkomend voordeel van een goed geformuleerd en gedurende de stage bijgehouden IOP is, dat het eindverslag zich als het ware zelf schrijft: de kern van het eindverslag wordt gevormd door het IOP.

Formulieren
Activiteit
  • De stagedoelen (zie Handleiding Klinische stage) zijn een verdere concretisering van eindtermen en kerncompetenties. Wanneer je de studiehandleiding doorneemt (en dan vooral de praktijkopdrachten) krijg je een indruk hoe deze stagedoelen bereikt worden.
  • Het Self-assessment is gebaseerd op de stagedoelen. Het geeft je een indruk over het niveau van competentie dat je inmiddels bereikt hebt.
  • De Aanvangstoets geeft je een indicatie over je parate kennis betreffende klinische zorg .
  • Eigen persoonlijke of professionele ervaringen kunnen handvatten geven om eigen doelen te formuleren.
  • De eindtermen (zie Handleiding Jaar 2) beschrijven het eindniveau van de huisartsopleiding met betrekking tot klinische zorg.
  • Kennismaking op de stageplaats geeft een indruk van de lokale mogelijkheden.
Bronnen
  • Een goede methode om een IOP te formuleren is dezelfde methode die in het nieuwe curriculum gebruikt wordt om de praktijkopdrachten te beschrijven. Je maakt dan van het IOP een verzameling opdrachten aan jezelf.
  • Deze opdrachten worden gegeven in het DART-N format.

 

Opdracht - Peer-assessment

Peer-assessment is een middel om meer zicht te krijgen op eigen handelen en blinde vlekken. Door je open te stellen voor observatie van je daadwerkelijke handelen door een collega en bespreking van dat handelen komt informatie naar boven die op andere manieren haast niet te krijgen is.

Peer-assessment is ook een heel veilige toetsvorm. Het is geen beoordeling, maar een manier om heel precies informatie boven water te krijgen. Bovendien kan het ontzettend gezellig en leuk zijn.

Het volgen van een collega of het je laten bekijken door een collega kan natuurlijk zonder voorafgaande vraag, ongericht. Maar je zult merken dat je er veel meer aan hebt, wanneer je vooraf wél enkele vragen formuleert, vragen op grond van je IOP of vragen op grond van steeds weer terugkerende problemen, situaties of vragen. Zaken die goed te observeren zijn betreffen bijvoorbeeld aspecten van consultvoering, beroepshouding, bejegening, uitvoering onderzoek etc.

Doel
  • Evaluatie van eigen handelen en eventueel aanpassing van het IOP op basis van wederzijdse observatie.
Activiteit
  • Geobserveerde: Formuleer (bijvoorbeeld op basis van je IOP) drie voor een collega observeerbare vragen betreffende je eigen handelen. Laat je door een collega gedurende 1 of 2 dagdelen observeren.
  • Observator: Observeer het handelen van je collega aangaande de geformuleerde vragen. Vraag om verduidelijking wanneer de vragen niet helder zijn of wanneer niet duidelijk is waar je precies op moet letten.
  • Noteer je observaties in een tweekolommen journaal, waarbij je links opschrijft welke gedragingen je goed vond en rechts de gedragingen waar je vragen over hebt. Richt je in eerste instantie op de vragen van je collega, maar noteer verder alle zaken die je opvallen.
  • Samen: Plan voldoende tijd om een en ander na te bespreken. De observator plaatst zijn journaal in het ontwikkelingsdossier. De geobserveerde maakt een kort verslag met betrekking tot de eigen vragen en de eventuele beantwoording daarvan en plaatst dit eveneens op het ontwikkelingsdossier. Eventueel wordt het IOP aangepast. De groepsdocent geeft hier schriftelijk commentaar op.
Resultaat
  • Observator: tweekolommen journaal
  • Geobserveerde: verslag over de eigen vragen en de decursus
Tijd
  • Observatie: 1-2 dagdelen
  • Verslag: 1,5 uur
Nabespreking
  • Maak een planning over de terugrapportage hierover tijdens het ondersteunend onderwijs.

 

Opdracht - KPB

De KPB (Korte Praktijk Beoordeling) is een toetsing- en beoordelingsinstrument waarmee de aios zich laat observeren bij een concrete activiteit. Door zich vaak kortdurend te laten observeren en feedback te krijgen, kan de aios een goede indruk krijgen van zijn functioneren. En omgekeerd: door de resultaten ervan over de dragen aan bijvoorbeeld de docenten kunnen zij zich een beeld vormen van het functioneren van de aios.

Deze werkwijze, inclusief een bijpassend beoordelingsformulier, is oorspronkelijk ontwikkeld in de klinische setting, maar tegenwoordig wordt het ook daarbuiten steeds vaker gebruikt. Er bestaan inmiddels ook meerdere formulieren waaruit de aios zelf kan kiezen. Ze kunnen worden ingevuld door daarvoor in aanmerking komende personen. Op deze manier wordt het praktijkhandelen vanuit vele hoeken bekeken (360 graden feedback).

Het aantal KPB’s dat de aios moet laten invullen wordt in het begin van de stage door de docenten vastgesteld. Hetzelfde geldt voor de manier waarop de KPB’s worden aangeleverd en eventueel tijdens de terugkomdagen worden nabesproken. Desgevraagd worden ze ook ter hand gesteld aan de stageopleider.

Hieronder vind je twee formulieren die je kunt gebruiken, maar als de instelling eigen formulieren gebruikt, is dat ook mogelijk: KPB Jaar 2.pdf (het officiele formulier van Huisartsopleiding Nederland)

Doel
  • Informatie verzamelen over het feitelijk handelen van de aios ten dienste van educatieve feedback en eindbeoordeling.
Activiteit
  • Gedurende de stage laat de aios de KPB’s invullen door relevante personen in de stagesetting, bijvoorbeeld: stageopleider, arts-assistenten, verpleegkundigen, mede- aios, co- assistent, patiënt.
Resultaat
  • KPB’s die input geven voor het IOP en voor de beoordeling van de aios
Tijd
  • 10-15 minuten per KPB
Nabespreking
  • Aansluitend aan de KPB met de beoordelaar en verder in overleg met de groepsdocenten

 

Opdracht - Casuspresentatie

Werk naar aanleiding van een eigen casus het onderwerp nader uit en presenteer het resultaat in 30 minuten tijdens het cursorisch onderwijs aan de groep. Collegeachtige presentaties over ziektebeelden en differentiaaldiagnoses zijn nadrukkelijk niet de bedoeling.

De presentaties worden gerelateerd aan echte casuïstiek met een eigen vraag of probleem.

De keuze van het onderwerp komt voort uit een inventarisatie in de groep. Bij de uitwerking echter vormt een eigen casus het vertrekpunt.

Bijvoorbeeld: als thema is bijvoorbeeld enkelfracturen gekozen. De presentatie gaat over een bestaande patiënt met een enkelfractuur, de problemen die rijzen en de gekozen oplossingen. Bij voorkeur wordt bij de uitwerking van de casuïstiek niet alleen de werkelijkheid van de kliniek betrokken, maar ook de huisartsgeneeskundige insteek. Meerwaarde kan hebben om de samenwerking tussen huisarts en specialist aan de orde te stellen.

DKB-pakketten kunnen handig zijn bij de uitwerking, maar er zijn veel bronnen met onderwijsmateriaal. Raadpleeg eventueel je docent voor tips. Bij de presentatie dient expliciet vermeld te worden hoe naar relevante wetenschappelijke onderbouwing gezocht is en wat de resultaten daarvan zijn (PICO of anderszins).

Doel Toename van relevante medisch inhoudelijke kennis op het gebied van acute zorg en andere competentiegebieden die relevant zijn tijdens de klinische stage.
Activiteit
  • Presentatie van een uitgewerkte casus
Resultaat
  • Oogst van presentaties over somatische vragen en problemen uit de acute zorg.
Tijd
  • 3 uur (voorbereiding + presentatie)
Nabespreking
  • Na elke presentatie volgt feedback op inhoud en presentatie.

 

PICO

De PICO is verplicht bij een 6-maands stage, zie de Leerlijn wetenschap en onderwijs.