OWP Diabetes mellitus type 2

Uit Wiki HOVUmc
Versie door Jae Klaasen (overleg | bijdragen) op 26 jan 2018 om 16:56
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Voor dit programma is in totaal 6 uur beschikbaar. Deze tijd wordt verdeeld over 2 terugkomdagen:

TKD 1 

3 uur   

Inleiding 5 min
Mw Bergsma - Een nieuwe DM2 patiënt 70 min
Acute problemen bij DM 60 min
Kwaliteit van diabeteszorg
  • Inleiding en uitleg opdracht richtlijnen
  • Verdelen van onderwerpen van richtlijnen
45 min 

30 min 

15 min

TKD 2

3 uur

Kwaliteit van diabeteszorg
  • Presentatie van richtlijnen
  • Discussie
  • Inhoud 3-maandelijkse en jaarlijkse controles
6 x 15 min 

6 x 10 min 

30 min

Leg op de evaluatie- en planning bijeenkomst voorafgaand aan TKD 1 uit, dat de vragen bij het rollenspel thuis voorbereid dienen te worden, zodat tijdens TKD 1 een korte samenvatting van de casus als inleiding volstaat. Licht dan ook toe, dat het programma uit 2 delen bestaat en wat de inhoud van die 2 delen is.

Bespreek aan het eind van het eerste deel van het programma de huiswerkopdracht voor deel 2 en verdeel de taken! ( zie 'Kwaliteit van diabeteszorg' verderop in deze handleiding)

TKD1: Casus mw Bergsma - Een nieuwe DM2 patiënt

Diabetes mellitus type 2 (DM2) komt steeds meer voor in de huisartspraktijk. Reeds bekende DM2- patiënten komen voor hun diabetes-controles gewoonlijk volgens een individueel schema bij de POH, die meestal met de opleider zal overleggen bij problemen. Als 1e jaars aios zal je daarom eerder te maken krijgen met patiënten bij wie de diagnose DM2 nog gesteld moet worden (nieuwe DM2 patiënten), en met DM2 patiënten met acute problemen, zoals je die voornamelijk op de HAP zult tegenkomen. Dit onderwijsprogramma is daarom gericht op het beleid bij nieuwe patiënten en bij acute problemen.

Voorbereiding:

  • Lees de NHG standaard 01, Diabetes mellitus type 2 (derde herziening) goed door.
  • Lees onderstaande casus,( rol aios en patiënt) door met bijbehorende vragen.

Lees onderstaande rollen voor een rollenspel en beantwoord de vragen erbij. Tijdens de 1e TKD zal het rollenspel door twee aios uit de groep gespeeld worden.

 Rol voor de aios

 Rol voor de patiënt

Aandachtspunten rollenspel mw Bergsma

Het is raadzaam eerst vraag 1 (Kan je o.b.v. de bovenstaande gegevens de diagnose DM2 stellen?) plenair te bespreken.

De diagnose DM2 mag worden gesteld als men op twee verschillende dagen twee glucosewaarden boven de afkapwaarden voor DM vindt of een willekeurige glucosewaarde > 11,0 mmol/l in combinatie met klachten die passen bij hyperglykemie. Het HbA1c speelt geen rol bij de diagnosestelling. 

Omdat draagbare glucosemeters, zelfs als ze regelmatig geijkt worden, een meetfout van 10-15% hebben is het zeker bij glucosewaarden rond het afkappunt (4,8-8 mmol/l) een nuchtere glucosemeting in het laboratorium vereist voor een zorgvuldige diagnose.

Bij Mw. Bergsma was de eerste meting waarschijnlijk niet-nuchter en capillair, maar met 11,5 mmol/l boven het niet-nuchtere afkappunt. De tweede meting was met 8,0 mmol/l nuchter en veneus ook boven het afkappunt, dus de diagnose DM2 kan gesteld worden. 

Vraag vervolgens twee aios in de groep het rollenspel te spelen; ze krijgen 15 minuten "speeltijd". Deel de rest van de groep in drieën (overweeg de twee aios die het rollenspel gaan spelen ondertussen naar de gang te sturen zodat ze zich kunnen voorbereiden op hun rol en niet te zenuwachtig worden doordat ze weten waar allemaal op gelet gaat worden):

  • Groepje 1 gaat letten op de consultvoering (hoe wordt het gesprek gestructureerd; wordt het model voor het slecht-nieuws-gesprek gevolgd [fase 1: de mededeling van de informatie/ het slechte nieuws inleiden; fase 2: het slechte nieuws meedelen; fase 3: ruimte bieden voor gevoelens; fase 4: uitwerken of toelichten van de informatie; fase 5: afspraken over te voeren beleid]
  • Groepje 2 gaat letten op de patiëntgerichtheid (krijgt de patiënt voldoende ruimte, worden vragen adequaat beantwoord, wordt begrijpelijke taal gebruikt, is de arts duidelijk naar de patiënt)
  • Groepje 3 gaat letten op de inhoud van het consult (welke uitleg wordt gegeven, welk lichamelijk- en aanvullend onderzoek wordt gedaan, welke vervolgafspraken worden gemaakt en wat komt niet aan bod dat wel aan bod zou moeten komen)

Verzoek elk groepje een woordvoerder aan te wijzen. Laat het rollenspel spelen; geef na 10 minuten aan dat nog 5 minuten over zijn voor het consult "omdat je nog veel visites moet maken". Geef eerst de aios die de rol hebben gespeeld de gelegenheid te vertellen wat ze goed en slecht vonden gaan. Daarna krijgen de woordvoerders het woord. Schrijf de feedback van groepje 3 in steekwoorden op het bord. Als de woordvoerder van groepje 3 uitgesproken is vraag je of de aios het met elkaar eens zijn over wat er in een eerste consult besproken en gedaan moet worden. Laat enige discussie hierover toe, maar houd de tijd in de gaten. Als voorbeeld voor wat er in een eerste consult aan bod moet komen zijn hieronder een lijst van aandachtspunten uit een onderwijsprogramma van DiHag opgenomen en een klein artikel uit het BMJ.

Aandachtspunten eerste consult


(Uit: Diabetes mellitus type 2. Onderwijsprogramma voor de huisarts in opleiding. Samengesteld door de Werkgroep Onderwijsprogramma Diabetes Huisartsopleiding DiHag/HAO, Utrecht 2002)

In het eerste consult kunnen nooit alle stappen worden gezet die nodig zijn. Op dit moment zijn de belangrijkste activiteiten: uitleg geven over de ziekte, ingaan op vragen en het maken van vervolgafspraken voor nadere diagnostiek en educatie.

Uiteraard staan elementen van consultvoering in de geschetste situatie op de voorgrond. Het is verstandig om dit aspect te benoemen. Echter, het gaat erom de inhoud van het consult zo scherp mogelijk aan te geven. Aandachtspunten voor een eerste consult zijn:

1. Uitleg over de ziekte:

  • ontregeling van de stofwisseling waarbij onder andere te veel glucose in het bloed aanwezig is.
  • kans op complicaties zoals oogproblemen, niet goed genezende ontstekingen (zoals balanitis), mogelijke voetproblemen.
  • De kans op hart- en vaatziekten, zoals hartklachten en een herseninfarct, zijn verhoogd.

2. Risico-inventarisatie: cardiovasculaire pathologie, hart- en vaatziekten voor het zestigste levensjaar in de familie. 3. Leefstijl, voedingsgewoonten, roken, alcoholgebruik en lichaamsbeweging. 4. Afspraken over educatie en verwijzing naar oogarts en diëtist. 5. Meegeven van een of meer NHG-patiëntenbrieven.

Daarnaast worden een aantal onderzoeken uitgevoerd.

  1. Bepaling BMI en bloeddruk.
  2. Aanvraag laboratoriumonderzoek: HbA1c, totaal cholesterol, HDL-cholesterol, LDL-cholesterol, triglyceriden en creatinine.
  3. Voetonderzoek.