Basis consultvoeringstoets

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken


Consultvoeringstoetsen

Adjunct hoofd, portefeuillehouder toetsing
Harry Schleypen

Coordinator consultvoeringstoetsen
Mariël Jacobs

Achtergrond:

Video opnames:

Consultvoeringstoetsen:

Inleiding en rationale

Communicatie met de patiënt en/of diens naasten is een belangrijke competentie van de huisarts. Effectieve, patiëntgerichte communicatie komt tot stand door de juiste inzet van een aantal complexe vaardigheden in verschillende contexten die worden gekleurd door medische, patiënt- en arts-factoren. Al naar gelang deze factoren is er veel variatie mogelijk en nodig om tot een goed consult te komen. Bij het leren van arts-patiënt communicatie en de beoordeling daarvan wordt de context en wat de aios in de specifieke context wilde bereiken steeds betrokken (context specifieke en doelgerichte communicatie, Landelijk APC Curriculum 2014).

De aios kan genoemde complexe vaardigheden alleen inzetten als hij/zij ze tot op zekere hoogte beheerst. De Basis consultvoeringtoets beoogt tijdig (na uiterlijk 6 maanden) in de opleiding te toetsen in hoeverre de aios deze ‘basis consultvoeringvaardigheden’ beheerst. Tijdigheid is belangrijk om vervolgens aandacht te kunnen besteden aan meer specifieke consultvoering bij bijvoorbeeld chronische zorg en bij SOLK patiënten. Voor aios die de basis consultvoeringvaardigheden nog onvoldoende beheersen is de tijdigheid van de toets van belang om te borgen dat er voldoende opleidingstijd over is om vóór de eindbeoordeling van de eerste huisartsenstage (in de 10e maand) te remediëren.

Toetsing van de (deel-) competenties in het taakgebied communicatie is onderdeel van het Toetsprogramma HOVUmc.

Uitslag en herkansing

De uitslag van deze toets wordt meegewogen bij de beoordeling van het competentiegebied communicatie de eerste fase. Indien de aios bij deze toets onder het verwachte niveau blijft wordt iom opleider en docent het IOP bijgesteld en een volgend toets moment, een herkansing, afgesproken. Deze herkansing kent afgezien van het tijdstip dezelfde spelregels als de eerste toets. Als de herkansing opnieuw tot een onvoldoende beoordeling leidt volgt een procedure nadere toetsing. De invulling van de nadere toetsing is afhankelijk van de feedback uit de BCT en de herkansing. De essentie ervan is dat aios, opleider en docenten zich verdiepen in de feedback van de BCT (-herkansing) en gerichte observaties daarop uitvoeren.

Bij de beoordeling wordt de MAAS-Globaal beoordelingslijst als toetsinstrument gehanteerd.

De opnames die je voor van patienten maakt vallen juridisch gezien onder het medische beroepsgeheim (via de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) en de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het maken en bewaren van opnames van consulten moet voldoen aan een aantal juridisch vastgelegde zorgvuldigheidseisen. Dit houdt verband met de gevoeligheid van de beeld- en geluidsopnames voor de privacy van de patiënt en de huisarts (in opleiding). De aios is gehouden aan de regelgeving zoals opgetekend door Huisartsopleiding Nederland in de richtlijn:

  • De aios is bekend met de basis consultvoeringsvaardigheden die hij/zij moet beheersen zoals beschreven in de MAAS-Globaal (‘feed up’)
  • De aios wordt beoordeeld op zijn/haar beheersing van deze vaardigheden: op, onder of boven het verwachte niveau
  • De aios krijgt daarbij gedetailleerde narratieve feedback op zijn/haar prestaties en weet waar hij/zij verder aan kan werken (‘feedback en feed forward’)
  1. De aios bespreekt met zijn/haar opleider wanneer hij / zij klaar is voor het indienen van de toets; de toets wordt na uiterlijk 6 maanden opleiding in de eerste huisartsenstage ingeleverd via het videosysteem.
  2. De aios kiest, samen met de opleider, 4 geslaagde consulten uit die in zijn/haar ogen goed laten zien dat hij/zij de vaardigheden op het basisniveau beheerst.
  3. De aios levert begeleidende tekst met daarin een toelichting op de keuze. In de toelichting beschrijft de aios wat het onderwerp van het consult is, geeft aan wat goed gegaan is in het consult en wat er nog beter zou kunnen.
  4. De consulten worden beoordeeld en van schriftelijke narratieve feedback voorzien door de (externe) beoordelaar (zie verder: ‘Beoordelaars’) a.d.h.v. de MAAS-Globaal.
  5. De aios krijgt (tegelijk met docenten en opleider) binnen drie weken na inleveren van de consulten een schriftelijke beoordeling van de beoordelaar.
  6. De aios verwerkt in samenspraak met de docenten en/of opleider binnen twee weken na ontvangst de feedback in een aanpassing van het IOP door het formuleren van nieuwe leerdoelen.
  7. Bij een onvoldoende beoordeelde basis consultvoeringstoets volgt een herkansing: de aios levert hiervoor 4 nieuwe consulten aan (binnen 6 weken na ontvangst van de 1e beoordeling). Een nieuwe beoordelaar beoordeelt de herkansing z.s.m., streefdoel: binnen 3 weken.
  8. Bij onvoldoende beoordeling van de herkansing volgt een procedure nadere toetsing. Deze vindt plaats onder regie van de opleider en docenten: op basis van de feedback van de BCT stellen aios, opleider en docent een plan van aanpak op.

N.B. De opleider en de docenten beoordelen de competentie communicatie in de ComBeL (waarvan de APC onderdeel is).

De geselecteerde consulten dienen aan de volgende voorwaarden te voldoen:

  • de opname begint met de toestemming van de patiënt: de patiënt bevestigt voor de camera dat hij/zij toestemming geeft de beelden te gebruiken voor onderwijsdoeleinden.
  • het consult is qua complexiteit passend bij de beginfase van de opleiding (laag complex)
  • per consult wordt bij voorkeur slechts één klacht of probleem besproken
  • het consult is een eerste consult uit een episode: geen vervolgconsult
  • de duur van het consult is niet langer dan 20 minuten
  • ook consulten van de pre toets kunnen ingeleverd worden
  • de beeld- en geluidskwaliteit van de ingediende consulten zijn goed: de aios en patiënt moeten beide met hun gezicht in beeld zijn en goed verstaanbaar.
  • ieder consult is compleet, vanaf de opening tot en met het afsluiten van het consult. Het lichamelijk onderzoek is niet op beeld maar wel qua geluid te volgen; de verstaanbaarheid in dat deel zal en mag te wensen overlaten.
  • de aios zorgt ervoor dat het totaal van de consulten voldoende beeld geeft van de beheersing van alle items van de MAAS-Globaal. Daarbij moeten de relevante basisvaardigheden ook in elk consult afzonderlijk voldoende zichtbaar zijn.

De consulten worden beoordeeld door externe beoordelaars. Zij geven per consult en over de hele reeks een beoordeling van de consultvoering: op, onder of boven het verwachte niveau in deze fase van de opleiding. De beoordelaars beoordelen of over het totaal van de consulten de beheersing van alle vaardigheden beschreven in de MAAS-Globaal voldoende is. Daarbij moeten ook in elk consult afzonderlijk de voor dat consult meest relevante vaardigheden voldoende zichtbaar zijn. Dit ter beoordeling van de beoordelaar. De beoordelaars geven op alle relevante items narratieve feedback.

De norm voor het verwachte niveau is het expertoordeel van de beoordelaar. Hij/zij baseert zich daarbij op de toelichting bij de items van de MAAS-globaal zoals beschreven in de handleiding bij de MAAS-Globaal. Dit is van belang omdat de aios moet weten langs welke meetlat hij/zij getoetst wordt.

Als de ingeleverde consulten niet aan de voorwaarden voldoen (zie ‘procedure’) dan vraagt de beoordelaar de aios om een nieuwe set consulten.

De toets wordt uitgevoerd door externe beoordelaars; zij zijn gedragswetenschappelijk docent respectievelijk huisarts-docent of huisartsopleider, maar niet de eigen docent of opleider van de betreffende aios. Zij zijn speciaal voor deze taak opgeleid. Zij houden hun deskundigheid bij middels het regelmatig beoordelen van consulten en het regelmatig bijwonen van expertbijeenkomsten. Zij zijn derhalve expert op dit gebied. De expertbijeenkomsten hebben tot doel zo veel mogelijk overeenstemming te verkrijgen over de beoordeling van de toepassing van vaardigheden door de aios, zowel m.b.t. de narratieve feedback als m.b.t. de norm en afkappunten (onder, op of boven verwacht niveau).

Ervaring en wetenschappelijk onderzoek leren dat deze expertbijeenkomsten bij kunnen dragen aan het verminderen van de interbeoordelaar variatie, met name waar het de afkappunten betreft. Ze leiden tot meer zelfkennis van de beoordelaar als beoordelaar, met name hoe ‘mild dan wel streng’ hij/zij is vergeleken met de anderen. Daarbij krijgt de beoordelaar inzichten die bruikbaar zijn bij het verwoorden van de feedback aan de aios. Dit alles laat onverlet dat de beoordeling de kenmerken houdt van het expertoordeel, goed onderbouwd, van hoge kwaliteit en subjectief.

Direct contact met de beoordelaars maakt geen onderdeel uit van de procedure.


Overzicht van de consultvoeringstoetsen in de Huisartsopleiding

1e Huisartsstage 2e Huisartsstage
in de 4e maand voor de 7e maand in de 4e maand 5 maanden voor einde opleiding
Pre-toets Basis consultvoeringstoets
BCT
Pre-toets Consultvoeringtoets
2e Huisartsstage