2e Huisartsstage: verschil tussen versies

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken
k
k (witregel)
 
(Een tussenliggende versie door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 310: Regel 310:
  
 
=== Voortgang en Beoordeling ===
 
=== Voortgang en Beoordeling ===
 +
====Het individueel ontwikkelingsplan (IOP)====
 +
Vanaf het eerste voortgangsgesprek in de eerste huisarts-stage (5e maand) beschrijft de aios haar leerdoelen in het [[IOP]] dat een plaats krijgt in het ontwikkelingsdossier in het e-portfolio. Het IOP is een verplicht onderdeel van de opleiding. Het doel van het IOP is het ondersteunen van de zelfsturing in het leren. De aios maakt bewuste keuzes en zoekt daarover actief het gesprek met de opleider en/of de docent.
 +
 
{{Handleiding - Voortgang en beoordeling}}
 
{{Handleiding - Voortgang en beoordeling}}
  

Huidige versie van 19 mei 2020 om 13:55


2e Huisartsstage

Onderwijscoördinatoren
Beatrijs de Leede
Chris Rietmeijer

Teamleider
Hendrien Duijnhouwer

Assistent teamleider
Nanda Stoll

Onderdelen 2e huisartsstage:

Handleiding 2e huisartsstage

Na de 1e huisartsstage en de externe stages volgt de 2e huisartsstage. Deze handleiding geeft een praktische beschrijving van het praktijkleren en het instituutsonderwijs.

Doelen en globale inhoud 2e huisartsstage

In de 2e huisartsstage leert de aios, toenemend zelfstandig, toenemend complexe patiëntenzorg te leveren. Daarbij leert de aios de zorg te organiseren, als leidinggevende aan praktijkondersteuners en praktijkassistenten. De aios leert zich verhouden tot het vraagstuk van de toekomstbestendigheid van de huisartsenzorg. De aios leert toenemend zelfsturend en maakt individuele keuzes voor de indeling van de opleiding. In de 2e huisartsstage is er gericht aandacht voor de volgende thema's uit het Landelijk Opleidingsplan (LOP):

Het einde van de 2e huisartsstage valt samen met de afronding van de huisartsopleiding. De aios voldoet dan aan het competentieprofiel van de beginnende huisarts en heeft een reëel beeld van het beheersingsniveau van de tien thema's van het LOP. Dat geeft richting aan het zelfsturend leren na de opleiding in het kader van permanente professionele ontwikkeling.

Praktijkleren

De aios leert het vak in de huisartspraktijk. Patiëntenzorg en de vragen die daaruit ontstaan sturen voor een groot deel het leren. Daarbij zijn van belang:

  • Een voldoende en divers patiëntenaanbod. Huisartsgeneeskunde is een breed vak. Het is van belang dat aios die breedte ook in hun eigen spreekuur ervaren. Vooral in de tweede huisartsstage is het van belang met de opleider en praktijkassistent(e) samen te zorgen voor een zo gevarieerd mogelijk spreekuur, met onder andere voldoende patiënten met complexe problematiek. Uit onderzoek binnen de huisartsopleiding is gebleken dat met name de meer complexe problematiek niet altijd vanzelf bij de aios terechtkomt.
  • Een goede balans tussen zelfstandig werken en begeleiding. De aios leert vooral door zelfstandig patiëntenzorg te bieden onder direct beschikbare supervisie. Daarbij is regelmatig overleg met, en observatie door, de opleider cruciaal. Dit garandeert de patiëntveiligheid en maakt het opsporen van blinde vlekken bij de aios mogelijk. Deze balans wordt onder andere mogelijk gemaakt door:
    • Dagelijkse leergesprekken van een uur, naast ad-hoc-overleg over individuele patiënten.
    • Wekelijkse om-en-om spreekuren, naast ad-hoc-observaties.
    • Zelfstandige periodes waarin de aios zonder directe beschikbaarheid van de opleider werkt.
    • Voortgangsgesprekken.

Leren op de huisartsenpost

Een belangrijk deel van de huisartsenzorg wordt geleverd op de huisartsenpost (HAP). De aios draait daarom ook diensten op de HAP. Ook hier geldt dat de balans tussen zelfstandig werken en begeleiding essentieel is voor het leren en de patiëntveiligheid. De mate van zelfstandigheid van de aios op de HAP is geformaliseerd middels bekwaamheidsverklaringen. Zie de leidraad.

De aios doet dit jaar ten minste 20 zelfstandige diensten, onder supervisie van de opleider. De taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen (aios, opleider, HAP en opleidingscoördinator HAP), en een beschrijving van de eisen die aan de aios worden gesteld om zelfstandig op de HAP te mogen werken, staan beschreven in de leidraad.

Instituutsonderwijs

Drie tot vier keer per maand komen de aios naar de terugkomdag op het instituut, in vaste groepen van circa 14 aios en 2 docenten: een huisarts en een gedragswetenschappelijk docent. De vaste terugkomdag in de eerste fase is de dinsdag, in de tweede fase de donderdag. Het instituutsonderwijs heeft als doel het praktijkleren te ondersteunen en te verdiepen. het instituutsonderwijs is deels vraaggestuurd: de aios en docenten kiezen, binnen de kaders van het Landelijk OpleidingsPlan, zelf welke onderwerpen zij aan bod laten komen, en in welke vorm.

De opbouw van de terugkomdag kent een aantal vaste onderdelen:

Reflectieonderwijs

Feedback en reflectie zijn essentieel voor het zelfsturend leren van de aios. In het onderwijs is daarom ruimte gereserveerd voor reflectierondes. Aios leggen casus en dilemma's voor aan hun groepsgenoten en docenten. Door reflectie en feedback op deze praktijkervaringen krijgt de aios meer grip op de ervaring, en handvatten voor de verdere professionele ontwikkeling. Dit kan leiden tot gerichte leeractiviteiten. De ingebrachte vragen uit de praktijk kunnen ook richting geven aan de planning van het onderwijs in de groep. Zie Leerlijn professionaliteit.

Aiosonderwijs

De aiosgroep kiest welke onderwerpen aandacht moeten krijgen in het groepsonderwijs. Bij de voorbereiding en uitvoering daarvan hebben aios een actieve rol. Het is de verantwoordelijkheid van de docenten om de kwaliteit van het aiosonderwijs te borgen; zij doen dit door het actief begeleiden van de aios in de voorbereiding en door het geven van feedback op vorm en inhoud van het uitgevoerde aiosonderwijs. Het is daarbij van belang dat het onderwijs aansluit op de leerwensen van de groep. Op de Wiki zijn per thema en per competentiegebied onderwijsbouwstenen te vinden die behulpzaam zijn bij het voorbereiden en vormgeven van dit onderwijs.

Zie ook Opdracht Aiosonderwijs

Docentonderwijs en training

Naast het aiosonderwijs is er onderwijs door de docenten. Docenten hebben hun eigen expertisegebieden. Zo geven gedragswetenschappelijk docenten onder meer trainingen in samenwerken en arts-patiëntcommunicatie. Huisartsdocenten geven onderwijs over medisch-inhoudelijke onderwerpen, bijvoorbeeld bij de introductie van een nieuw thema.

Individuele begeleiding aios

Op de terugkomdag is er tijd voor individuele begeleiding van de aios door de docenten. Individuele begeleiding vindt ook plaats binnen de digitale leeromgeving Canvas waar de docenten inhoudelijk kunnen reageren op bestanden die de aios uploadt, zoals het Individueel ontwikkelingsplan (IOP). Naast de aios begeleidt de docent ook dienst opleider (tijdens de parallel- en koppeldagen) en het aios-opleiderkoppel, bijvoorbeeld door praktijkbezoeken af te leggen en voortgangsgesprekken bij te wonen. We spreken hierbij van samenwerking rond het leren van de aios in de driehoek van aios-opleider-docent.

Expertonderwijs

Expertonderwijs is onderwijs dat wordt gegeven door een expert op een bepaald vakgebied, uiteenlopend van een kader-huisarts tot een medisch specialist tot een paramedicus. Tijdens de 2e huisartsstage is er een tot twee keer per maand in de middag een keuze aan verschillend expertonderwijs. Deelname is, net als voor de andere terugkomdagonderdelen, verplicht. 

De aios kiest vooraf bij welk expertonderwijs hij/zij aansluit: elke drie maanden ontvangt de aios een uitnodiging om zich in te schrijven voor het keuzeonderwijs van het eerstvolgende kwartaal. Deze keuze is om organisatorische redenen bindend.

Evaluatie en planning

Om het cursorisch onderwijs voor een komende periode voor te bereiden zijn er op de terugkomdag regelmatig evaluatie- en planningsmomenten nodig. Hier wordt teruggekeken naar de voorafgaande periode (wat beviel, wat werd gemist) en vooruitgekeken naar het onderwijs in de komende periode (leerwensen aios binnen het kader van de opleidingsperiode en andere wensen). Er worden afspraken gemaakt over wie wat gaat doen.

Zelfstudie en Opdrachten

Zelfstudie en opdrachten hebben als doel om, binnen het kader van de opleidingsdoelen, persoonlijke leerdoelen te kiezen en daaraan te werken, veelal uitmondend in een casus- of themapresentatie in de groep. De opdrachten zijn voor alle aios verplicht.

De aios is volgens de CAO gerechtigd om per week 3 uur opdrachttijd in de praktijk te reserveren. Dat geeft ruimte om bijvoorbeeld specifieke patiënten te zien; denk bijvoorbeeld aan Chronische zorg of SOLK. Daarnaast kan de opdrachttijd benut worden voor literatuuronderzoek, overleg en verslaglegging.

Een aantal opdrachten is beschreven. Aios kunnen, gemotiveerd en in overleg, van een opdracht afwijken als dat beter past bij het behalen van de betreffende leerdoelen (zelfsturing binnen kaders). Klik hier voor inspiratie.

Waar mogelijk kunnen opdrachten gecombineerd worden, bijvoorbeeld een presentatie over de opdracht Praktijkverbeterplan of een opdracht die door twee aios samen wordt uitgevoerd.

Leerdoelen en opdrachten worden vastgelegd in het IOP.

De drie opdrachten tijdens de 2e huisartsstage zijn:

  • Opdracht aiosonderwijs
  • Opdracht praktijkmanagement
  • Keuze uit palliatieve zorg, polyfarmacie en psychische klachten

Aios hebben een actieve rol in de voorbereiding en presentatie van door de groep gekozen verdiepingsonderwijs. Zo werken zij aan verschillende competentiegebieden inclusief de competentie Kennis en wetenschap. De docenten borgen de kwaliteit van dit aiosonderwijs door het actief begeleiding van de aios in de voorbereiding.

Werkwijze Bereid, liefst naar aanleiding van een eigen casus, met een eigen vraag of probleem, een onderwerp voor. Kijk over welke KBA'(s) je presentatie gaat en raadpleeg op de eerste plaats de Wiki bij het zoeken naar relevante informatie. Raadpleeg eventueel je docent voor tips, inhoudelijk en/of didactisch. Geef groepsgenoten en docenten een voorbereidende leesopdracht; vermijd het presenteren van kennis die gemakkelijk door zelfstudie kan worden verworven (zoals NHG-standaarden).

Zorg bij de presentatie voor interactiviteit, gebruik het probleemoplossend vermogen van de groep door bijvoorbeeld relevante vragen te stellen waar je zelf het antwoord niet op hebt gevonden of die niet eenduidig te geven zijn.

Betrek naast de competentie Vakinhoudelijk handelen ook één of meer andere competentiegebieden.

Bespreek tijdens de presentatie hoe je naar wetenschappelijke onderbouwing gezocht hebt en wat de resultaten daarvan zijn. Maak eventueel een PICO.

Doel
  • Toename van toegepaste kennis (alle relevante competentiegebieden).
Activiteit
  • Voorbereiding en presentatie van een casusbespreking.
Resultaat
  • Toename van kennis bij presentator en groepsgenoten.
  • Ontwikkeling competentie Kennis en wetenschap bij presentator.
Tijd
  • 3 uur (voorbereiding).
Nabespreking
  • Na elke presentatie volgt feedback door docenten en groepsgenoten op inhoud en presentatie.


Zie ook Aiosonderwijs

Je bent bezig een spiraaltje in te brengen en voor de tweede keer in dit consult belt de assistente je met een vraagje. Het spiraal valt op de grond als je opstaat … Patiënten die te laat komen worden er als ze alsnog verschijnen “tussendoor” gezet, waardoor je spreekuren altijd uitlopen met veel geklaag van patiënten over wachttijden als resultaat …”

Een goede organisatie van de huisartspraktijk is een wezenlijke randvoorwaarde voor de kwaliteit van de medische zorg. Ook als HIDHA of waarnemer zullen je effectiviteit en je werkplezier hierdoor beïnvloed worden en ben je medeverantwoordelijk voor de organisatie.

Vandaar deze opdracht om ervaring op te doen met het gericht verbeteren van een onderdeel van ‘praktijkmanagement’ in de 2e Huisartsstage.

Er bevindt zich een hand-out onder de leerlijn Praktijkmanagement.

Doel
  • Zicht krijgen op de sterke en zwakke kanten van de praktijkorganisatie van de opleidingspraktijk.
  • In afstemming met de opleider gericht een verbetering in de praktijkorganisatie plannen en uitvoeren.
Activiteit Hieronder een voorbeeld, de stapsgewijze beschrijving van de activiteiten (verbeterplan) is echter aan jou.

Voorbeeld activiteit

Analyseer samen met je opleider de praktijkorganisatie van de opleidingspraktijk door een sterkte/zwakte analyse te maken. Je kunt hierbij eventueel gebruik maken van het accreditatieinstrument, dat het NHG gebruikt bij het dóórlichten van huisartspraktijken. Stel vast:

  • Wat loopt goed?
  • Wat loopt minder en wat voor problemen geeft dat?

Bespreek deze sterkte/zwakte analyse met je hao:

  • Waar is de opleider het mee eens, waarmee niet?
  • Wat zou de opleider graag beter willen?
  • Kies in overleg met je hao een onderwerp en een doel.
  • Schrijf een plan voor verbetering.
  • Maak een start met de uitvoering.
Resultaat
  • Een beschrijving van een in afstemming met de opleider gekozen onderdeel van de praktijkorganisatie in relatie tot de normen van de beroepsgroep en eventuele alternatieven (uitgangssituatie).
  • Een uitgewerkt verbeterplan voor dit onderdeel van de organisatie van de opleidingspraktijk (plan).
  • Procesbeschrijving, resultaten en leerpunten voor eigen toekomstige praktijkvoering (resultaten).
Tijd Afhankelijk van grootte gekozen onderdeel en omvang plan.
Nabespreking Nabespreking met hao:
  • Bespreek je plan met de hao en vraag diens feedback erop; verwerk suggesties.
  • Bespreek knelpunten in de uitvoering steeds met de hao en zoek samen oplossingen.

Inbreng op het instituut: in overleg met je docenten, b.v.:

  • Presentatie verbeterplan in de groep met consultatie collega-aios en docenten.
  • Consultatie collega-aios en/of docenten over ervaren knelpunten in de uitvoering (reflectieronde of tijdens ‘bespreken opdrachten’).
  • Mailconsultatie huisarts-docent over knelpunt of om feedback op je plan te krijgen.
  • Presentatie tussenresultaat van de uitvoering in de groep.
  • Inbreng samenwerkingsprobleem in je supervisie, etc.

“Dokter, mijn man blijft maar braken en die zetpillen helpen ook al niet. Ik ben er nu helemaal klaar mee, ik ben op; wilt u komen om me te helpen? …”

Het bieden van palliatieve zorg maakt doorgaans geen groot deel van het huisartsenwerk uit, maar is bij uitstek een terrein, waarop adekwate en persoonlijke huisartsgeneeskundige zorg van groot belang is. Er wordt een veelzijdig beroep op de huisarts gedaan: op medisch-inhoudelijk terrein, op communicatief terrein en als samenwerker/organisator.

Vandaar deze opdracht: het is belangrijk, dat je al tijdens de Huisartsopleiding ervaring opdoet met het begeleiden van enkele patiënten, die palliatieve zorg in de thuissituatie krijgen. Deze zorg kan ook in samenwerking met je hao geboden worden, maar het is daarbij wel van belang, dat je als aios bij alle aspecten van de zorg betrokken wordt (overleg met thuiszorg, gesprekken rond het levenseinde, consulteren specialist etc.).

Zie ook:

Toetsing van praktijkopdrachten

Doel
  • 1-2 (pre-)Terminale patiënten, die palliatieve zorg krijgen in de thuissituatie gericht en proactief begeleiden.
  • Laten zien wat je van het geleerde gaat toepassen in je eigen praktijk.
Activiteit Dit is aan jezelf ter invulling.

Een voorbeeld van een mogelijke werkwijze zou zijn:

  • Bespreek met je hao in het begin van de stage, dat je ervaring wilt opdoen met het bieden van palliatieve zorg.
  • Maak afspraken over hoe je (toegang tot) deze patiënten gaat krijgen en over de samenwerking met je hao tijdens de begeleiding.
  • Voer met elke palliatieve patiënt, die je in zorg neemt een uitgebreid eerste gesprek, waarin in ieder geval de vragen, zorgen en zorgbehoeftes (ook in de toekomst!) aan de orde komen; maak heldere afspraken over (frequentie van) vervolgcontacten en ad-hoc problemen.
  • Begeleid deze patiënten en hun huisgenoten/familie op geleide van klachten, vragen, toestand etc.
Resultaat Rapportage (schriftelijk en/of in de groep):
  • Wat was betekenisvol voor mij?
  • Wat waren mijn beslismomenten? Wat waren mijn overwegingen daarbij en hoe ben ik tot mijn besluit genomen?
  • Wat neem ik hiervan mee voor mijn eigen praktijkvoering en wat niet?
Tijd Kan sterk variëren‎.
Nabespreking Nabespreking met je hao:
  • Rapporteer regelmatig aan je hao over de begeleiding; vraag diens consultatie bij ervaren knelpunten (ook de SCEN arts is optie!).
  • Draag de patiënten over aan de hao bij het afsluiten van de begeleiding.

Inbreng instituutsonderwijs:

  • Presenteer je reflectie op een ervaren probleem in de groep.
  • Bespreek ingewikkelde communicatieve problemen in de groep of in supervisie.
  • Breng je ervaringen met SCEN of gespecialiseerde thuiszorg in de groep.
  • Etc.
 

“Je brengt een huisbezoek bij een hoogbejaarde patiënt met klachten van irritatie aan de anus. Bij het openen van het medicijnkastje valt er een grote hoeveelheid doosjes en zakjes medicatie naar beneden; je herkent Loperamide capsules en Lactulosepoeders naast veel verschillende al lang verlopen hartmedicijnen ...”

Polyfarmaciebeleid bij ouderen wordt toenemend in huisartspraktijken ingevoerd en ook het bieden van gestructureerde zorg bij veel voorkomende chronische ziektes (DM, Astma/COPD en H&V) is zeer actueel (zorgprogramma’s). Samenwerking, vooral met de POH ouderenzorg en de apotheker is hierbij van groot belang. LESA ‘Chronische medicatie’.

Deze opdracht is bedoeld om hier in de opleidingspraktijk gericht ervaring mee op te doen.

Doel
  • Een goed medicamenteus beleid kunnen instellen en implementeren bij ouderen met meerdere chronische ziektes.
  • Effectief kunnen samenwerken met andere hulpverleners hierbij (apotheker, praktijkondersteuner, specialisten).
Activiteit Je kunt zelf een stapsgewijze aanpak bedenken om aan bovenstaande doel te werken.

Voorbeeld activiteit

  • Selecteer uit het patiëntenbestand van de opleidingspraktijk (minimaal) 20 patiënten tussen de 65 en 75 jaar, die minimaal 6 verschillende medicijnen gebruiken. Je kunt dit doen met de zoekfunctie van het HIS uit de opleidingspraktijk ( als jij of je hao hier ervaring mee hebben) of je vraagt de preferente apotheek van de opleidingspraktijk om een uitdraai te maken van deze patiënten en de aan hen verstrekte medicatie ( is vaak gemakkelijker; bovendien heb je dan al contact gelegd met de apotheker; veel apothekers rekenen het intussen al tot hun taak om met huisartsen regelmatig over polyfarmacie-patiënten te overleggen; de apotheker weet m.n. veel van mogelijke interacties en bijwerkingen!).
  • Selecteer uit deze lijst 5 patiënten, die aan 2 – 3 van de veel voorkomende chronische aandoeningen (H&V, DM, Astma/COPD) lijden; dit is doorgaans goed te zien aan de aard van de medicatie; neem bij voorkeur patiënten, die (goeddeels) in de huisartspraktijk behandeld worden.
  • Bekijk in het HIS de gegevens van deze 5 patiënten en noteer opvallende bevindingen en mogelijke verbeterpunten. Kijk naar:
    • Journaalgegevens, Probleemlijst, Attentieregels.
    • Over de ziektes, waar ze mee bekend zijn: Hoe lang al? Hoe is de diagnose destijds gesteld? Is de begeleiding en behandeling conform de NHG-Standaarden? (controles? frequentie?).
    • Over de medicatie: Sinds wanneer? Constant gebruik of episodisch? Aanwijzingen voor bijwerkingen of (gevaar voor) interacties?
  • Bespreek de resultaten met je hao én met de apotheker. En als van toepassing ook met de praktijkondersteuner. Leg in het gesprek met de hao de nadruk op wat je evt. nog nodig vindt aan diagnostiek en wat je denkt, dat er wat betreft behandeling zou kunnen worden aangepast (aanvullingen hao?). Vraag de apotheker wat hij/zij denkt over mogelijke bijwerkingen en interacties van de medicatie nu en na sanering ervan. Noteer na deze gesprekken, wat je met de patiënten wilt gaan bespreken/doen.
  • Zie je dilemma’s? (bijvoorbeeld wat goed is voor de ene aandoening is nadelig voor de andere; wat handig is voor de patiënt is minder veilig; specialist stelt ander beleid voor dan huisarts etc.).
  • Voer met elke patiënt een gesprek van een half uur om je ideeën over wat er op diagnostisch of therapeutisch gebied zou kunnen/moeten gebeuren toe te lichten. Bespreek met de patiënt, wat deze eraan zou kunnen hebben en oriënteer je op diens ‘persoonlijke streefdoelen’ ( wat zou de patiënt graag willen bereiken, bv. minder vaak ’s nachts eruit om te plassen, minder vaak innamemomenten medicatie etc.). Maak vervolgens in afstemming met de patiënt een beleid voor de komende tijd. Maak een eerste vervolgafspraak (dubbele afspraak).
  • Stem waar nodig af met andere zorgverleners, die bij de patiënt betrokken zijn: POH, thuiszorg, specialist etc.
  • Begeleid in een aantal vervolgcontacten de patiënten, tot je een voor jou en de patiënt optimaal begeleidingsresultaat geboekt hebt; draag de patiënt dan over aan je hao en/of de POH i.v.m. de gewenste follow-up.
  • Neem video’s op van begeleidingsgesprekken met deze patiënten, zowel van voorspoedige als van moeizame begeleidingen; laat die zien aan je hao en op de terugkomdag; breng je ervaringen met moeizame begeleidingen in bij de reflectieronde, bij het bespreken opdrachten op de terugkomdag of in de supervisie).
Resultaat
  • Een beschrijving van het huidige polyfarmaciebeleid in de opleidingspraktijk: wat gebeurt hier nu mee en wie zijn daarbij betrokken? Wat gaat goed en wat is voor verbetering vatbaar?
  • Een verslag van de begeleiding van 5 patiënten met polyfarmacie en meerdere chronische ziektes: welke knelpunten ben je tegen gekomen en hoe heb je die opgelost? Inclusief reflectie op samenwerking hierbij. Resultaten: wat is gelukt en wat niet (en waarom niet)?
  • Wat ga je van het geleerde straks in je eigen praktijk toepassen en wat niet?
Tijd Kan sterk variëren.
Nabespreking Met je opleider:
  • Bespreken van de 5 casus, die je begeleidt:
  • Na je eerste inventarisatie van de problematiek.
  • Bij ervaren knelpunten in de begeleiding of in de samenwerking met derden.
  • Bij het afronden en overdragen van de begeleiding.

Met de praktijkondersteuner ( als van toepassing):

  • Idem

In het instituutsonderwijs:

  • Casusbespreking voorbereiden en uitvoeren.
  • Knelpunt in reflectieronde of supervisie inbrengen.
  • Presentatie ‘Best practice’.
  • Video met begeleidingsgesprek.
  • Etc.

“Ik kom tot niets meer dokter, mijn vrouw zei dat ik nu toch echt naar u toe moet gaan. Ik zit vreselijk in mijn maag met mijn werk, ik ben al 2 weken ziek thuis …”

Het kunnen verrichten van diagnostiek naar aard en ernst van aangeboden psychische problematiek is een taak van de huisarts. Of er vervolgens verder zelf ook begeleiding aangeboden wordt is facultatief. Vaak wordt hiervoor verwezen naar POH-GGZ, eerste lijns psycholoog of tweede lijn. Ook de financiering van de eerste lijns gezondheidszorg ontmoedigt het zelf gaan begeleiden bij psychische problematiek door de huisarts.

Maar als huisarts blijf je vaak wel aanspreekpunt voor de patiënt en wordt van je gevraagd dat je meedenkt over het te voeren beleid.

Deze praktijkopdracht heeft als doel je ervaring te laten opdoen met het begeleiden bij psychische problematiek en je ook te laten reflecteren op wat je zelf wilt gaan doen als huisarts op dit terrein.

Doel
  • Twee patiënten met psychische problematiek diagnostisch in kaart brengen en gericht verwijzen dan wel (deels) zelf begeleiden.
  • Kunnen beschrijven wat je in je eigen praktijk wel, resp. niet gaat doen t.a.v. psychische problematiek.
Activiteit

Hoe je deze opdracht gaat invullen mag je zelf bedenken.

Voorbeeld activiteit

  • Bedenk met welke soorten psychische problematiek je al wat ervaring hebt en waarmee je ook affiniteit hebt. Reflecteer voor jezelf op wat je als huisarts tot je taak wilt rekenen en wat niet. Oriënteer je op de verwijs- en begeleidingsmogelijkheden binnen (POH GGZ?) en buiten de opleidingspraktijk.
  • Selecteer tijdens je spreekuren twee patiënten met psychische problematiek, die je verder in kaart wilt brengen en vervolgen; in principe verdienen problemen, die gewoonlijk ook in de eerste lijn (mede)behandeld kunnen worden de voorkeur ( dus géén psychoses, ernstige depressies, forse persoonlijkheidsstoornissen etc.).
  • Nodig deze 2 spreekuur patiënten die met psychische problemen op je spreekuur komen uit voor langere gesprekken (1/2 uur per gesprek).
  • Verdiep je waar nog nodig in diagnostiek en behandeling (zelfstudie, gerichte scholing, gebruik 4-DKL).
  • Bespreek in dit 30-minuten gesprek met hen de klachten en problemen en inventariseer wat er tot nu toe aan hulp geboden is; maak een begeleidingsplan (waarin jij en evt. ook andere hulpverleners een rol spelen) en bespreek dit met de patiënt.
  • Verwijs gericht en houd zelf ook contact met de patiënt om het resultaat te bespreken; overleg structureel met de hulpverlener naar wie je verwezen hebt).Resultaat
  • Verslaglegging van je begeleidingen via video en/of schriftelijk verslag en/of presentatie met daarin je aanpak, de knelpunten/beslismomenten en de resultaten van je begeleiding ( wat was effectief/helpend en wat niet).
  • Een beschrijving van wat je als huisarts zelf wilt gaan doen op het terrein van psychische problematiek en wat beslist niet.
Resultaat Rapportage (schriftelijk en/of in de groep):
  • Wat was betekenisvol voor mij?
  • Wat waren mijn beslismomenten? Wat waren mijn overwegingen daarbij en hoe ben ik tot mijn besluit genomen?
  • Wat neem ik hiervan mee voor mijn eigen praktijkvoering en wat niet?
Tijd Kan sterk variëren‎.
Nabespreking Nabespreking met de hao:
  • Spreek diagnostische gesprekken na met de opleider en overleg over het gewenste beleid; vraag diens consultatie bij ervaren knelpunten/dilemma’s.
  • Draag de patiënten over bij het afsluiten van de begeleiding ( of bij verwijzing naar derden).

Inbreng in instituutsonderwijs: in overleg met je docenten, bv. :

Casus inbreng reflectieronde:

  • Presentatie van video van een (deel van een ) gesprek zien, waarover je vragen hebt.
  • Presentatie succesvideo.
  • Presentatie van een gebruikt begeleidingsmodel in de groep.
  • Bespreking ervaren samenwerkingsprobleem in de groep.
  • Inbreng ervaren probleem/knelpunt in je supervisie, etc.

 

Voortgang en Beoordeling

Het individueel ontwikkelingsplan (IOP)

Vanaf het eerste voortgangsgesprek in de eerste huisarts-stage (5e maand) beschrijft de aios haar leerdoelen in het IOP dat een plaats krijgt in het ontwikkelingsdossier in het e-portfolio. Het IOP is een verplicht onderdeel van de opleiding. Het doel van het IOP is het ondersteunen van de zelfsturing in het leren. De aios maakt bewuste keuzes en zoekt daarover actief het gesprek met de opleider en/of de docent.

Elke vier maanden zijn er voortgangsgesprekken, zowel tussen aios en opleider als tussen aios en docent. De competentieontwikkeling van de aios in de afgelopen periode wordt besproken en er wordt vooruitgekeken naar welke leerdoelen centraal zullen staan in de volgende periode. De aios heeft hierin een actieve rol en maakt inzichtelijk aan opleider en docent hoe ver deze is ten opzichte van het competentieprofiel huisarts. De competentieboordelingslijst ComBeL dient hierbij als onderlegger en beoordelingsinstrument. De thema's van het Landelijk OpleidingsPlan (LOP) met de bijhorende KBA's geven de context waartegen de competentieontwikkeling wordt bezien.

Opleider en docent hebben een coachende rol bij de leeractiviteiten van de aios. Daarnaast hebben opleider en docent een beoordelende rol bij de competentieontwikkeling van de aios. Alles over voortgang en beoordeling staat uitgebreid beschreven op de Wiki-pagina Toetsing en Beoordeling. Op de pagina Verplichtingen aios staat een overzicht van alle verplichtingen per stage.

Elke aios is verantwoordelijk voor het bijhouden van zijn/haar eigen voortgang in het e-portfolio en op Canvas. Het portfolio bevat de voortgangsadviezen, voortgangsbeslissingen en een neerslag van de beoordelingen en prestaties van de aios die het bewijs vormen van het verworven niveau van de competenties. We beschouwen de aios als eigenaar van het portfolio. De aios nodigt de beoordelaars uit om de beoordelingen in te vullen. Twee keer per jaar maakt de aios de Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoets (LHK).

In de 4e maand levert de aios video-opnames in ten behoeve van de pré-toets consultvoering. Uiterlijk vijf maanden voor het einde van de opleiding vindt de consultvoeringstoets 2e huisartsstage plaats.

Vier maanden vóór het einde van de opleiding vindt de laatste voortgangsbeslissing plaats door het hoofd met het oog op tijdige certificering van de aios als huisarts.

Individualisering opleiding

In de 2e fase is er een aanbod van expertonderwijs, waaruit gekozen kan worden. Tevens zijn er dan differentiatiemogelijkheden, een aanvullend, landelijk en verdiepend onderwijsaanbod waarmee de aios zich extra kan bekwamen in een specifiek onderdeel van de huisartsgeneeskunde. Congresbezoek kan een aantal terugkomdagen vervangen. Bestuursactiviteiten bij de LOVAH (Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen) kunnen deels in opleidingstijd worden gedaan. Zie ook het Aanwezigheidsreglement.

Onderwijsinformatiesystemen

Binnen de huisartsopleiding werken we met verschillende digitale systemen. Zie voor een uitgebreide beschrijving de handleiding ICT.

  • E-portfolio. Een online portfolio waarin de aios opneemt: alle ComBels en voortgangsadviezen, alsmede de reflectieverslagen na de voortgangsgesprekken, de verklaringen dienstdoen, supervisiebeoordelingen.
  • Canvas. De interactieve digitale leeromgeving waarop de aios binnen zijn/haar groep kan communiceren over inhoudelijke en praktische zaken, zoals voortgang in het individueel ontwikkelingsplan, literatuur, presentaties. Ook het rooster is opgenomen in Canvas.
  • HOVUmc-Wiki. Deze open, online informatiebron bevat een groot aantal onderwijsbouwstenen, gerangschikt onder vijftien leerlijnen. Een bouwsteen bevat informatie over een bepaald onderwerp. De bouwstenen zijn bruikbaar bij het maken van onderwijs door aios en docenten, ter ondersteuning van het praktijkleren, voor zelfstudie en voor leergesprekken. Naast onderwijsinhoudelijke informatie bevat de Wiki alle handleidingen en regelgeving van de opleiding.
  • Videoplatform. Dit is een beveiligde online omgeving waar aios video-opnames van consulten uploaden om later terug te kijken met de opleider, de docenten of de terugkomdaggroep. Ook vindt via dit platform de beoordeling voor de BasisConsultvoeringsToets en de consultvoeringstoets van de tweede huisartsstage plaats.
  • Webmail. Iedere aios krijgt voor de duur van de opleiding een eigen VUmc-account. 

  Overzichten stagehandleidingen

Handleiding
1e Huisartsstage
Klinische
stage
CZ
stage
GGZ
stage
Handleiding
2e Huisartsstage