Leerlijn psychische klachten

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken
Leerlijn psychische klachten

Leerlijnhouder
Anouk Bogers

Leerlijnmedewerkers
Young-Kon Lambeck

Disclaimer: de meeste informatie en bouwstenen zijn bij het overzetten naar de nieuwe wiki goed overgekomen. Het kan helaas zo zijn dat een link niet werkt of iets onduidelijk is. Indien dat zo is, stuur dan een mail naar Young-Kon Lambeck, y.lambeck@vumc.nl.

De leerlijn psychische klachten en aandoeningen wil, aan de hand van de KBA's, bouwstenen voor onderwijs bieden voor zowel aios, hao's als docenten.

Fasering en zelfsturing

Het uitgangspunt voor de leerlijn ‘Psychische klachten en aandoeningen’ is ‘vraag-gestuurd onderwijs’. Daarom is de leerlijn geordend rondom de KBA’s.

Per KBA vind je een onderwijsmateriaal, variërend van een los Youtube-filmpje tot een compleet programma. Bij de verschillende onderdelen staat een toelichting met suggesties hoe het programma te gebruiken is en voor welke opleidingsfase het het méést geschikt is. Maar, uiteraard, kan daar (vraaggestuurd) van afgeweken worden.

Enkele bouwstenen zijn niet te koppelen aan één of meerdere KBA's, en zijn hieronder te vinden. Ze voorzien in meer algemene informatie en moedigen de AIOS aan zich ook in deze kanten van de dagelijkse praktijk te verdiepen.

  • Mensen met psychosociale of psychische problemen, of met psychiatrische stoornissen zijn vaak kwetsbaar en moeten kunnen rekenen op passende zorg, van bijvoorbeeld de huisarts.
    • Zorgen voor betekent in dit geval aandacht geven, goed luisteren en een empathische benadering.
    • Zorgen voor betekent ook laagdrempelig en dichtbij zijn, zorg in de buurt van de patiënt en zonder wachttijden.
  • De zorg in de huisartsenpraktijk sluit aan bij de hulpvraag, de kwetsbaarheid en problemen van de patiënt en is gericht op zelfredzaamheid, weerbaarheid en oplossingen. 'Zorg voor' betekent in dit kader vooral ook 'passende zorg'. Niet meer dan nodig, niet minder dan noodzakelijk.
  • De zorg is methodisch, dat wil zeggen gebaseerd op door de beroepsgroep geformuleerde richtlijnen en de zorg is op maat voor de specifieke problemen en mogelijkheden van de individuele patiënt.
  • De zorg wordt verleend in de huisartsenpraktijk en voldoet daarmee ook aan alle belangrijke kenmerken hiervan: continu, longitudinaal, generalistisch, persoonlijk, laagdrempelig en met inachtneming van de hele context van de patiënt.

De huisarts biedt diagnostiek en begeleiding vanuit een generalistisch perspectief.

  • De huisarts maakt een inschatting van de ernst en het risico van de situatie en stelt een behandelplan op, zoveel mogelijk op basis van richtlijnen en houdt daarbij rekening met de persoonlijke context.
  • De huisarts is poortwachter en gids bij verwijzingen naar andere hulpverleners in b.v. GB-GGZ en S-GGZ.

Bouwstenen

1. Begeleidt een patiënt met spanningsklachten, overspanning of burn-out. Competenties
  • Herkent en bespreekt spanningsklachten in een vroeg stadium (bijv. aan de hand van een klachtenexploratiemodel als SCEGS – Somatisch, Cognitief, Emotioneel, Gedragsmatig, Sociaal).
  • Informeert de patiënt, begeleidt bij het omgaan met spanning en helpt de patiënt bij het actief oplossen van problemen.
  • Monitort de klachten en zet zo nodig intensievere vormen van zorg in.
  • Past een tijdscontingente aanpak toe bij patiënten met burn-out, gericht op werkhervatting.
  • Stemt beleid af met de bedrijfsarts.
  • Past de richtlijn overspanning en burn-out toe (LESA).
  • Past privacywetgeving toe in overdracht van medische gegevens.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Organiseren
2. Zet bij een patiënt met angst- en stemmingsklachten /stoornissen de benodigde behandeling in. Competenties
  • Onderscheidt klachten van stoornissen.
  • Bespreekt klachten van de patiënt met behulp van een instrument als de 4DKL (indicatie, instructie, interpretatie en bespreking met patiënt.
  • Legt een paniekaanval uit aan de hand van de paniekcirkel.
  • Bespreekt de relatie tussen klachten en gevolgen (bijv. m.b.v. klachtenregistratie).
  • Informeert de patiënt op verschillende manieren en met verschillende beschikbare bronnen (psycho-educatie, begeleidende gesprekken).
  • Gebruikt de NHG-standaarden angst en depressie als basis voor de behandeling.
  • Organiseert periodiek controlebeleid.
  • Past specifieke psychotherapeutische technieken toe (cognitieve gedragstherapie, problem solving therapy).
  • Schrijft gericht antidepressiva voor, monitort de werking en bouwt af indien mogelijk.
    1. Medisch handelen
    2. Communicatie
    3. Samenwerken
    4. Kennis en wetenschap
3. Diagnosticeert acute psychiatrische stoornissen en zet de benodigde behandeling in. Competenties
  • Diagnosticeert en weet hoe te handelen bij stoornissen als acute psychose, geweld/agressie, delier en acute gedragsproblemen bij dementie.
  • Schrijft indien nodig medicatie voor.
  • Bepaalt of er een verwijsindicatie is en waarheen.
  • Begeleidt de patiënt en diens omgeving, stelt gerust en informeert.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Maatschappelijk handelen
4. Schat bij suïcidaliteit het gevaar in voor de patiënt en diens omgeving en zet de benodigde hulp in. Competenties
  • Maakt suïcidegedachten en – plannen bespreekbaar.
  • Schat het gevaar voor de patiënt zelf en diens omgeving in: betrekt hierbij een eerdere suïcidepoging.
  • Verwijst indien nodig naar de crisisdienst (kent verwijscriteria, kent wet- en regelgeving rondom dwangmaatregelen).
  • Overlegt bij intoxicaties met het RIVM en bepaalt het beleid (bijv. insturen naar SEH).
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Organiseren
  4. Maatschappelijk handelen
5. Motiveert een patiënt met (een verhoogd risico voor) verslavingsgedrag voor passende zorg. Competenties
  • Herkent symptomen en aanwijzingen voor verslavingsproblematiek en maakt dit bespreekbaar.
  • Heeft kennis van de werking en risico’s van (genots-)middelen.
  • Motiveert de patiënt voor passende zorg (motiverende gespreksvoering bij patiënten met verslavingsproblematiek).
  • Veroordeelt niet, reflecteert op eigen normen en waarden en laat deze niet mee laten wegen in het contact met de patiënt.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Maatschappelijk handelen
  4. Professionaliteit
6. Zet bij een patiënt met gevolgen van traumatische gebeurtenissen de benodigde zorg in. Competenties
  • Bespreekt de mogelijke signalen van traumatiserende gebeurtenissen zoals mishandeling, verwaarlozing, vernedering en seksueel misbruik.
  • Maakt onderscheid tussen een normale reactie op een trauma, een acute stressstoornis en PTSS.
  • Bespreekt met de patiënt of verdere actie nodig is en motiveert hem daar zo nodig toe.
  • Begeleidt rouwverwerking en herkent gestoorde rouwverwerking.
  • Past de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling toe.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Professionaliteit
7. Signaleert persoonlijkheidstrekken en – stoornissen, definieert de gevolgen hiervan voor de zorgverlening en adviseert de patiënt om indien nodig passende begeleiding te vinden.
  • Herkent kenmerkende persoonlijke eigenschappen en patronen van patiënt en bespreekt (wanneer aangewezen) verschillende persoonlijkheidstypen en –stoornissen.
  • Integreert consequenties van de persoonlijkheid voor het dagelijks functioneren en zorgbehoefte, in het zorgplan.
  • Zoekt met de patiënt een passende begeleiding (rekening houdend met mogelijkheden en beperkingen).
  • Heeft zicht op de eigen rol in de begeleiding: kent en herkent het mechanisme van overdracht en tegenoverdracht.
  • Kent het verschil tussen communicatie op inhouds- en betrekkingsniveau.
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Professionaliteit
8. Zet bij kinderen met afwijkend gedrag passende diagnostiek en behandeling in.
  • Schat de ernst in van afwijkend gedrag bij kinderen.
  • Kent en bespreekt zo nodig de normale psychologische en sociale ontwikkeling en ontwikkelingsfasen met kind en ouders.
  • Herkent veelvoorkomende gedragsstoornissen (ADHD, ADD, ASS, eetstoornissen, slaapproblemen, bedplassen etc.) en bespreekt de diagnostiek en mogelijke behandelopties met kind en ouders.
  • Verwijst door voor aanvullende diagnostiek en behandeling (kent de taakstelling van andere hulpverleners in de JGZ).
  • Schrijft, indien nodig, bij ADHD medicatie voor en spreekt periodieke controles af (zie NHG-standaard ADHD).
  1. Medisch handelen
  2. Samenwerken
  3. Maatschappelijk handelen

Literatuur

Psychiatrisch onderzoek

  • Gids voor de huisartsenpraktijk: DSM-5 M. W. Hengeveld
  • Het psychiatrisch onderzoek: Hengelveld

Maatschappelijk debat/plaats GGZ

  • Doe eens normaal: over de zin en onzin van psychiatrische diagnoses, Milou van Hintum.
  • Borderline Times, Dirk de Wagter
  • De depressie-epidemie, Trudy Dehue
  • De Goede GGZ, Philippe Delespaul, Michael Milo, Frank Schalken, Wilma Boevink en Jim van Os.

Persoonlijkheidsstoornissen

  • Zo ben ik nu eenmaal: Willem van der Does

Depressie

  • Dat moet mij weer gebeuren, Zwartkijkers en zeurpieten en pechvogels, Willem van der Does.
  • De depressie-epidemie: Trudy Dehue

Communicatie

  • Patient gericht Communiceren, Remke van Staveren
  • Patient gericht communiceren in de GGZ. Remke van Staveren.
  • Schulz Von Thun: Hoe bedoelt U?

Psychotherapeutische interventies

  • Oplossingsgerichte vragen: Frederike Bannink.
  • Positieve gezondheid: Oplossingsgericht werken in de huisartspraktijk: Frederieke Bannink en Pieter Jansen.
  • Beren op de weg spinsels in je hoofd. Theo Ijzermans ea. (RET)
  • ACT; Gijs Jansen ( Acceptance and commitment therapie)
  • Kortdurende psychologische interventies voor de eerste lijn .Paul Rijnders, Els Heene

Huisarts en POH-GGZ

  • Protocollaire GGZ, M.H. van Venrooij, NHG-uitgave

Kinderpsychiatrie

Algemeen

Suicide

In het kader van gespreksvaardigheden

Depressie

Borderline

Alternatieve nieuwe therapieen

Maatschappelijk debat rond GGZ

Angst

Schizofrenie

Overige leerlijnen

Kort Spoed Chron Ouderen Kind Psych SOLK Pall Preventie Praktijk


Medisch handelen Communicatie Maatsch. handelen Wetenschap Professionaliteit Diversiteit
Korte episode zorg
Spoedeisende zorg
Chronische zorg
Complexe ouderenzorg
Zorg voor het kind
Psychische klachten
SOLK
Palliatieve zorg
Preventie
Praktijkmanagement


Medisch handelen
Communicatie
Maatschappelijk handelen
Wetenschap
Professionaliteit
Diversiteit