Leerlijn SOLK

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken
Leerlijn SOLK

Leerlijnhouder
drs. Dick Walstock
huisarts, docent Huisartsopleiding VUmc

Leerlijnmedewerkers
drs. Annemarie Semeijn
huisarts

SOLK is van iedereen!

Uit onderzoek blijkt dat (huis)artsen het lastig vinden om te gaan met patiënten die klachten hebben waar geen goede somatische verklaring voor is. In de NHG standaard SOLK, lezen we dat ongeveer 40% van de spreekuurcontacten, zowel bij de huisarts als bij de medisch specialist gaan over lichamelijke klachten waarvoor geen of een onvoldoende somatische verklaring gevonden wordt. Voor aios is het dus heel belangrijk te leren hoe hiermee om te gaan.

Achtergrond en opbouw van de leerlijn

Het hebben van lichamelijke klachten hoort bij het leven. Want ongeveer 90% vd mensen hebben desgevraagd in de voorafgaande 2 weken lichamelijke klachten ervaren. Slechts weinigen gaan daarvoor naar de huisarts.

Als lichamelijke klachten langer dan enkele weken duren en als er bij adequaat medisch onderzoek geen somatische aandoening wordt gevonden die de klachten voldoende verklaart, spreekt men van Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten ofwel SOLK. Langdurige, ernstige SOLK komt veel minder vaak voor en kent een prevalentie van 2,5%.

Een hardnekkig misverstand is dat, als klachten niet voldoende somatisch verklaard kunnen worden, het wel ‘psychisch’ zal zijn. SOLK zou daarmee in het domein van de GGZ belanden. Het uitgangspunt bij SOLK dient echter te zijn: ‘we weten het niet...’ Er is geen afdoende verklaring voor de klachten, dát is het uitgangspunt. Bedenk hierbij dat vóór de ontdekking van de Helicobacter Pylori stress als oorzaak van de klachten werd aangewezen bij ‘maaglijders’.

Het doel van deze leerlijn is om AIOS goed toe te rusten met kennis, attitudes en vaardigheden zodat ze deze groep patiënten goed kunnen bedienen.

De leerlijn SOLK bestaat uit een aantal bouwstenen die gegroepeerd zijn naar KBA's (Kenmerkende Beroeps Activiteiten). De volgorde kent een logica, maar de docent, HAO en AIOS zijn geheel vrij datgene er uit te pikken wat op dat moment relevant is voor het leerproces.

De gekozen ordening gaat van ‘beginners-vaardigheden’ als ‘hanteren van diagnostische onzekerheid’ en ‘het stellen van de werkhypothese SOLK’ naar meer complexe vaardigheden, zoals ‘het gebruiken van modellen bij de psycho-educatie, zoals de paniekcirkel of het visgraatmodel’ en eindigt met aspecten die de praktijkorganisatie betreffen, ‘samenwerken met de POHGGZ. Daarnaast zijn er enkele losse, ludieke, elementen opgenomen, zoals een stukje cabaret en een gedicht.

Bouwstenen

1. Stelt de werkhypothese SOLK, geeft uitleg en behandelt stapsgewijs. Competenties
  • Stelt de werkhypothese SOLK bij klachten die voortduren nadat bij adequate medische diagnostiek geen voldoende ziekteoorzaak gevonden is.
  • Doet een brede klachtexploratie aan de hand van een model als SCEGS (Somatisch, Cognitief, Emotioneel, Gedragsmatig, Sociaal).
  • Maakt onderscheid tussen lichte tot matige en ernstige SOLK.
  • Stelt zich open voor de klachtinterpretaties van de patiënt en zoekt naar een gemeenschappelijke probleemformulering
  • Verlegt de aandacht van oorzaak naar het benoemen van factoren die de klachten in stand houden (tekent bijv. vicieuze cirkel). Betrekt bij de uitleg bekende somatische mechanismen zoals sensitisatie of disbalans van het autonome zenuwstelsel of stress systeem (HPA-as)
  • Bepaalt samen met de patiënt hoe de vicieuze cirkel die de klacht in stand houdt te doorbreken is.
  • Werkt samen met de patiënt een plan uit in concrete, haalbare stappen.
  • Gaat adequaat om met de eigen medische onzekerheid: blijft alert op tekenen van somatische oorzaak, doet opnieuw medische diagnostiek indien (verandering in) klacht daar aanleiding toe geeft; stelt gerust zonder zich zekerder voor te doen dan hij/zij is.
  • Stelt grenzen aan de eisen van een patiënt en houdt tegelijkertijd de relatie in stand.
    1. Medisch handelen
    2. Communicatie
    3. Professionaliteit
2. Maakt gebruik van klachtenregistratie om patronen in klachten en beïnvloedende factoren te ontdekken. Competenties
  • Instrueert de patiënt om een klachtenregistratie bij te houden en legt inhoud en doel uit:
    • De klachtenregistratie omvat in elk geval een omschrijving van de klachten, de bezigheden die dag en de gedachten over de klachten.
    • Als de patiënt niet in staat blijkt tot een klachtenregistratie (bijvoorbeeld functioneel analfabetisme, taal) zoekt de huisarts samen met de patiënt een alternatief.
  • Bespreekt de klachtenregistratie en zoekt samen met de patiënt naar patronen in klachten en beïnvloedende factoren (zowel in gunstige als in ongunstige richting)
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
3. Voert een verwijsgesprek met een patiënt met SOLK. Competenties
  • Baseert beleid op het onderscheid tussen lichte tot matige en ernstige SOLK
  • Legt de patiënt uit wat de behandelingsmogelijkheden voor SOLK zijn
  • Kiest samen met de patiënt de meest passende behandeling of verwijzing.
  • Maakt een vervolgafspraak om het effect van de verwijzing te vervolgen
  • Kent de werkwijze van de 1e lijns partners op gebied van SOLK (POH-GGZ, Eerste Lijns Psycholoog, Psychosomatisch Fysio Therapeut)
  • Heeft kennis van tweedelijns behandelingsaanbod voor SOLK (CGT, revalidatie, multidisciplinair)
  • Verwijst alleen patiënten met ernstige SOLK naar tweedelijns GGZ
  • Draagt bij verwijzing over:
    • het doel van de verwijzing in relatie tot het beleid van de huisarts
    • de uitleg die de huisarts aan de patiënt heeft gegeven over de klachten
  • Beperkt verwijzing naar somatische tweede lijn tot:
    • eigen onzekerheid die blijft na overleg met een collega huisarts
    • hardnekkige ongerustheid van patiënt (‘final test’).
  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Samenwerken
  4. Maatschappelijk handelen
4. Bespreekt de gevolgen van de klachten voor de arbeidsparticipatie bij (dreigende) langdurige arbeidsongeschiktheid. Competenties
  • Bespreekt met de bedrijfsarts en de verzekeringsarts de mate van functiebelemmering en gevolgen voor de arbeidsparticipatie
  • Bespreekt met de patiënt de consequenties voor de arbeidsparticipatie en de (vaak lage) kans op WIA
  1. Samenwerken
  2. Maatschappelijk handelen
5. Biedt langdurige begeleiding en houdt de regie bij patiënt met ernstige SOLK. Competenties
  • Blijft alert op tekenen van een somatische oorzaak
  • Houdt contact met de patiënt na een verwijzing
  • Stelt grenzen aan de eisen van een patiënt en houdt tegelijkertijd de relatie in stand
  • Monitort het effect van verwijzen (Volgt de patiënt het verwijsadvies op? Houdt de patiënt de

interventie vol? Wat is het effect van de interventie op het dagelijks functioneren? Vervolgbeleid na terugverwijzing?)

  1. Medisch handelen
  2. Communicatie
  3. Organiseren

Overige leerlijnen

Kort Spoed Chron Ouderen Kind Psych SOLK Pall Preventie Praktijk


Medisch handelen Communicatie Maatsch. handelen Wetenschap Professionaliteit Diversiteit
Korte episode zorg
Spoedeisende zorg
Chronische zorg
Complexe ouderenzorg
Zorg voor het kind
Psychische klachten
SOLK
Palliatieve zorg
Preventie
Praktijkmanagement


Medisch handelen
Communicatie
Maatschappelijk handelen
Wetenschap
Professionaliteit
Diversiteit