Communiceren in acute situaties

Uit Wiki HOVUmc
Ga naar: navigatie, zoeken



Leerlijn spoedeisende zorg
Auteur

Daphne Beemsterboer

Stage

1e Huisartsstage
Klinische stage
2e Huisartsstage

KBA

1. Toestandsbeeld

Competenties

Medisch handelen
Communicatie

Leerplek

Praktijkleren
Onderwijsprogramma
Zelfstudie

Relevantie

Acute situaties vergen een andere manier van communiceren dan gebruikelijk is gedurende het reguliere spreekuur. In acute situaties kan er sprake zijn van angst waarbij onrust, gejaagdheid en onzekerheid factoren kunnen zijn die de communicatie bemoeilijken. Niet alleen kunnen emoties bij de patiënt of naasten voelbaar zijn, maar kun je dit bij jezelf als arts ook herkennen in dergelijke situaties. In deze bouwsteen wordt stilgestaan bij de emoties, valkuilen en communicatietechnieken die in acute situaties naar voren kunnen komen.

Doel

Bewustwording van het verschil in acute situaties en de reguliere dagpraktijk ten aanzien van emoties, doelen en communicatie; waardoor verschillende communicatievaardigheden toegepast moeten worden. 

Gebruiksaanwijzing

Deze bouwsteen gaat over het communiceren in acute situaties waarbij tevens rekening wordt gehouden met de urgentie. Gebruikt deze bouwsteen als zelfstudie, het leren in de praktijk of voor een terugkomdag.

Onderwijsactiviteiten

Bij spoedzorg gaat het over huisartsenzorg als antwoord op een zorgvraag die vanuit de beleving van de patiënt acuut is. Spoedzorg heeft dus als subjectief criterium; de vraag en de beleving van de patiënt, die vaak ongerust is en denkt met spoed een dokter nodig te hebben. Het verschil tussen de spoedbeleving van de patiënt en de medische urgentie van zijn hulpvraag blijkt vaak groot. Erkenning van deze discrepantie is belangrijk.

Er zijn dus verschillende situaties die zich voor kunnen doen tijdens ‘spoedgevallen’. Hierbij kan er verschil zijn in de medische urgentie, de beleving van de patiënt en naasten en de gevoelens van de arts. De verschillende situaties zullen hieronder verder toegelicht worden.  

Spoed: gebruikmakend van ABCDE - AMPLE. (Dit zal ook geoefend worden tijdens de STARtclass; zie Voorbereiding STARtclass jaar 1 en Voorbereiding STARtclass jaar 2) Tijdens spoedconsulten is het belangrijk om zo snel mogelijk het toestandsbeeld van de patiënt te beoordelen en hierop te handelen. In de eerste instantie is het daarbij belangrijk om contact met de patiënt te maken (de eerste indruk geeft gelijk al veel informatie t.a.v. het toestandsbeeld). Hou rekening met eventuele angsten van de patiënt (en tevens de omgeving) en zeg dan ook hardop wat je wilt gaan doen; “Ik ga direct beginnen met het lichamelijk onderzoek zodat ik zo snel mogelijk kan handelen indien nodig”.

Consultvaardigheden

  • Pak vanaf het begin de regie: probeer de situatie naar je hand te zetten. Naarmate de situatie acuter is, zal des te meer gelden dat structuur van belang is: ABCDE!
  • Maak contact met patiënt en omgeving. Juist in dergelijke acute situaties is het contact voor patiënten en omstanders belangrijk. Dit zal vaak soberder en meer directief gebeuren dan in een niet-acute situatie. Wanneer de situatie rustiger is, kun je alsnog verder in gesprek.
  • De structuur zal anders zijn: anamnese en lichamelijk onderzoek lopen meer door elkaar heen. Benoem wat je doet; dat geeft ook geruststelling voor de patiënt.
  • Gebruik veel gevoelsreflecties en erkenning om ongerustheid zo snel mogelijk bespreekbaar te maken.
  • Geef goede uitleg (eventueel met behulp van thuisarts.nl)
  • Geef een vangnetadvies (wanneer, met welke klachten en met wie (SEH/HAP/eigen huisarts) contact opgenomen moet worden en geef deze zo nodig mee op papier).

Invoelbaar en niet urgent: in deze situatie merk je dat je begrip hebt voor de gevoelens van de patiënt en naasten. Hierbij is het belangrijk de ongerustheid te exploreren zodat hier verder op gehandeld kan worden. Deze situaties worden in de dagpraktijk en gedurende ANW-uren anders afgehandeld.

  • Gedurende ANW-diensten is het belangrijk om kort de ongerustheid te exploreren. Geef uitleg waarom er nu niet gehandeld hoeft te worden en waarom eventueel naar de eigen huisarts verwezen wordt voor verder beleid. Probeer gerust te stellen naar wat mogelijk is, wees hierin wel eerlijk. Zie bouwsteen Effectief geruststellen.
  • In de dagpraktijk is het belangrijk om de ongerustheid uitgebreider te exploreren. Geruststelling is alleen mogelijk als de patiënt zich gehoord voelt.

Niet invoelbaar en niet urgent: belangrijk om te exploreren waarom de patiënt toch naar de huisartsenpost is gekomen en uitleggen waarvoor de HAP is bedoeld.

  • Dagpraktijk: uitgebreider ongerustheid exploreren. Zijn er achterliggende redenen waarom de patiënt ongerust is (omgevingsfactoren, (onrealistische) angsten etc.). De patiënt moet zich gehoord voelen. In de dagpraktijk kan het dan helpen om soms een beetje met de patiënt mee te bewegen.



Structuur van een consult op de HAP 

  • S:
    • Klik op de patiënt en lees de informatie van de triagist en indien nodig (en beschikbaar) het patiëntendossier.
    • Geef een korte samenvatting van datgene wat de triagist heeft geschreven en check of deze informatie klopt bij de patiënt. 
    • Probeer hieruit de hulpvraag te formuleren en stel een verdiepende vraag, zoals: 'Wat maakt dat u nu naar de spoedpost komt?' of 'U of de triagist denkt dat het niet kan wachten om naar de eigen huisarts te gaan'. (Het kaderen van het consult in de spoedzorg setting).
    • Beperk je tot de vraag waarmee je iemand de nacht of het weekend mee door helpt en verander daarbij het ingestelde beleid van de eigen huisarts (in principe) niet. Wees hierover transparant naar je patiënt.
  • O:
    • Het lichamelijk onderzoek is gericht op de hulpvraag en de inschatting van de urgentie.
  • E:
    • De extra context is de overbrugging van zorg naar de eigen huisarts de volgende dag of na het weekend
  • P:
    • Beantwoord de hulpvraag.
    • Bij discrepantie in urgentiebeleving geef uitleg (zie ook hierboven), beargumenteer en geef uitleg t.a.v. de urgentiebeleving van de huisarts.


Oefenen: bespreken van casuïstiek. Bespreking van eigen ervaringen in acute zorg, toegespitst op communicatie met patiënt, omstanders, (para-)medici. 

  • Wanneer liep je ergens tegen aan? 
  • Wat ging er niet goed in de communicatie, wat vond je lastig? 
  • Welke gevoelens kwamen er bij jezelf naar boven? 
  • Wie was er verantwoordelijk/ wie nam de beslissingen?
  • Hoe daar in het vervolg mee om te gaan?  

Bronnen

De bouwstenen in de leerlijn spoedeisende zorg

De leerlijnen

Kort Spoed Chron Ouderen Kind Psych SOLK Pall Preventie Praktijk


Medisch handelen Communicatie Maatsch. handelen Wetenschap Professionaliteit Diversiteit
Korte episode zorg
Spoedeisende zorg
Chronische zorg
Complexe ouderenzorg
Zorg voor het kind
Psychische klachten
SOLK
Palliatieve zorg
Preventie
Praktijkmanagement


Medisch handelen
Communicatie
Maatschappelijk handelen
Wetenschap
Professionaliteit
Diversiteit